Derde Zondag door het jaar - B 21 januari 2024
Evangelie: Marcus 1, 14-20
Wat zegt Mgr. Romero ons op deze zondag?
Mgr. Romero geeft aan deze preek de titel: “Een moord die ons spreekt van verrijzenis.” Tijdens deze eucharistie had tevens de begrafenisviering plaats voor Padre Octavio Ortiz, die de dag eerder door militairen vermoord werd samen met vier jongeren, tijdens de nacht van een bezinningsweekend. De vijf lijkkisten met hun doorboorde en vernielde lichamen stonden daar vooraan in de kathedraal. De dag nadien zou de Aartsbisschop vertrekken naar de III° Conferentie van het Latijns-Amerikaans Episcopaat in Puebla.
We kiezen voor deze bouwstenen twee citaten uit de homilie die Mgr. Romero in deze begrafenisviering uitsprak, waarbij hij telkens verwijst naar het Evangelie van vandaag.
“Christus, de grootste leraar van deze zondag, vertelt ons vandaag: ‘De tijd is vervuld, het Koninkrijk van God is nabij’. Deze deadline die vervuld is, betreft precies de Christus die verrezen is. Hij heeft een nieuwe fase in de wereld geopend, en gezegend zijn zij die dit geheim van de verrijzenis op het spoor komen, want dan is het leven, ondanks de misdaden, ondanks het kwaad, een wereld die voor christenen een kracht is en een kader van verlossing*. God redt in de concrete geschiedenis van elk volk en van elke mens. (…) Dit is de grote boodschap van deze gestorven Padre Octavio: de contouren van deze wereld gaan voorbij en alleen de vreugde blijft dat hij deze wereld heeft gebruikt om het Koninkrijk van God te openen en te laten beginnen. Alle pracht en praal, alle triomfen, alle egoïstische uitingen en verworvenheden van het kapitalisme, alle valse successen van het leven zullen voorbijgaan. Ja, dat gaat allemaal voorbij. Maar* wat niet voorbijgaat is de liefde: dat je je geld, je bezit, je beroep, je vrije tijd,… gebruikt hebt in dienstbaarheid; dat je de vreugde gehad hebt om te delen en te voelen dat alle mensen broeders en zusters zijn. Op de avond van het leven zal je beoordeeld worden op niets anders dan de liefde…”
De eerste woorden van Jezus in het Marcusevangelie - over het nabij-zijn van Gods Rijk - worden door Mgr. Romero in twee dimensies geïnterpreteerd en verstaan. Door de verrijzenis van Jezus heeft het leven een andere betekenis gekregen: “… het is ondanks de misdaden, ondanks het kwaad, een wereld die voor christenen een kracht is en een kader van verlossing”. Wie dat gelooft durft het aan verder te zien dan al het kwaad in de wereld en al het lijden dat er gebeurt. Dat alles heeft niet het laatste woord. Want God is trouw. En ten tweede verwijst hij naar de vermoorde Padre Octavio. Van hem zegt hij dat hij zijn leven en de wereld gebruikt heeft om Gods Rijk te openen en te laten beginnen. En het is dat wat blijft.
Christenen zouden toch op een veel duidelijker manier moeten gaan leven en bewust afstand moeten nemen van heel wat dingen die ‘de wereld’ (van sport, politiek, showwereld, commerce en consumptie, bezit, onverzadigbaar genieten,…) zo evident vindt. Mgr. Romero benoemt het als: “… Alle pracht en praal, alle triomfen, alle egoïstische uitingen en verworvenheden van het kapitalisme, alle valse successen van het leven”. Als wij, christenen, in de wereld niet opvallen door een andere manier van leven, denken, doen en spreken,…, dan zullen we niet veel bijgebracht hebben aan de wording en de totstandkoming van Gods Rijk. Het zijn niet onze kathedralen en kerken, niet onze processies en bedevaarten,… die Gods Rijk zichtbaar maken en tot stand brengen, maar wel datgene wat wij aan liefde betekend hebben: dat we alles wat we zijn, al onze capaciteiten en energie, ook ons “… geld, bezit, beroep, vrije tijd,…” gebruiken in “dienstbaarheid” aan mensen die het moeilijk hebben (moeilijker dan wij zelf). Het gaat dan niet om ‘ophopen’ van die zaken voor onszelf, maar veeleer om de vreugde ervan te delen. De cruciale vraag is: wat is onze aanbreng opdat hier bij ons meer en meer mensen werkelijk onze ‘broeders en zusters’ zouden zijn? Geloven in dat mysterie van de verrijzenis wordt dan – gemotiveerd door de martelaren – op de barricaden blijven staan en daar werken – met hart en ziel – aan die nieuwe wereld met Gods Rijk aan de horizon.
“En daarom zegt het evangelie van Marcus (…) ons: ‘Het Koninkrijk van God is nabij, de tijd is vervuld, bekeert u en gelooft’ (Mc. 1,15). Wel Heer, vandaag is onze bekering en ons geloof gebaseerd op die mensen die daar in die doodskisten liggen. Zij zijn de boodschappers van de realiteit van ons volk en van de nobele aspiraties van de Kerk, die niets liever wil dan de verlossing van het volk. En kijk, Heer, deze menigte hier verzameld in Uw kathedraal is het gebed van een volk dat kreunt, dat weent, maar dat niet wanhoopt, omdat ze weten dat Christus niet gelogen heeft. Het Koninkrijk is nabij en Hij vraagt ons alleen om ons te bekeren en in Hem te geloven.”
Mgr. Romero eindigt zijn homilie tijdens deze verrijzenisviering van – let wel: reeds de vierde priester die tijdens zijn episcopaat vermoord werd met een gebed. Hij hoort de oproep van Jezus tot bekering en tot geloof in Hem en in Zijn Evangelie. Hij formuleert dan een ware geloofsbelijdenis door te zeggen dat dat geloof en die bekering voortbouwen op het getuigenis van de martelaren, “… die mensen die daar in die doodskisten liggen”. Voor hem zijn die gebroken dode lichamen daar op de grond bij het altaar op de eerste plaats de uitdrukking van wat er dagdagelijks in en met het volk gebeurt. Zij drukken ons met de neus op de realiteit. We kunnen er niet meer omheen. En anderzijds: door hen aanwezig te brengen in de kathedraal zijn ze ook een onmiskenbaar getuigenis van wat de Kerk doet. Zij betaalt daarin de prijs van het meewerken aan de verlossing van het volk: “… de nobele aspiraties van de Kerk, die niets liever wil dan de verlossing van het volk”. Een Kerk die niet begaan is met het volk en alleen maar met de hemelse dingen bezig is, wordt uiteraard niet vervolgd. En wie een verlossing preekt die uitsluitend voor het hiernamaals geldt, zal in het hiernùmaals niet vervolgd worden – wel integendeel.
En Mgr. Romero gaat dan verder in zijn vertrouwvol gebed tot de Heer. Hij stelt zijn samengekomen gemeente aan de Heer voor. Hier staan we, zegt hij, als vertegenwoordigers van heel ons volk, met al onze pijn en onmacht, met zoveel lijden – dit is ons volk “… dat kreunt, dat weent”. Het is op dit moment de Goede Vrijdag van het Salvadoraanse volk. Het Kruis van Christus staat geplant in ons volk.
Het is goed ons op dit moment verbonden te weten met alle volkeren die vandaag gebukt gaan onder onnoemlijk lijden. Ook daar staat Zijn kruis vandaag geplant. Ook daar kunnen we niet anders dan aan de voeten te gaan staan van het kruis dat hun ten deel valt. Maar Mgr. Romero bidt en belijdt ook nog dat zijn gelovige gemeenschap “… niet wanhoopt, omdat ze weet dat Christus niet gelogen heeft. Het Koninkrijk is nabij…” Hoe kan je in Godsnaam toch zo spreken! Ja, dat kan alleen maar wanneer je als ‘pastor’ midden het lijden van je volk de weg meegaat. In de woorden van Mgr. Romero vonden de christenen van toen (en van nu?) hoop en kracht om het niet op te geven. Gods Rijk zàl doorbreken. Laat ons het niet opgeven.
Suggestie van vragen voor bezinning en actie, persoonlijk en in onze gemeenschappen:
Wat is onze aanbreng opdat hier bij ons meer en meer mensen werkelijk onze ‘broeders en zusters’ zouden mogen zijn? Wie zijn de mensen die wij ondersteunen opdat zij en wij echt ‘broeders en zusters’ van elkaar zouden zijn? Hoe is hun naam en welke is hun situatie?
In welke mate worden wij in ons geloof en in ons leven geraakt door het bloed van de huidige martelaren, de vandaag vervolgde christenen? Roepen zij ons vandaag nog op tot bekering? (zo niet, wat is er dan aan de hand met ons?)
Op welke manier geloven wij vandaag dat ‘het Koninkrijk Gods nabij is’? Wat betekent dat in een zo onrechtvaardige, een zo gewelddadige wereld waarin wij leven?
Ludo Van de Velde
Ludo Van de Velde (1949), afkomstig uit Oelegem, leefde en werkte sinds 1977 in Centraal- Amerika. Hij was gedurende 9 jaren fidei donumpriester in Guatemala, El Salvador en Nicaragua. Hij is gehuwd en vader van twee dochters. Wonend in El Salvador was hij gedurende 25 jaren eerst ngo-coöperant en nadien regiocoördinator van Volens. Dank zij de diepe inspiratie van Mgr. Romero en de roep van arme mensen in kerkelijke basisgemeenschappen aan de rand van San Salvador, kon hij, samen met zijn vrouw Tere, de laatste 10 jaren met hen weer verder optrekken. Zo werd hij opnieuw wie hij altijd geweest was: priester in dienst van de armen en in dienst van het Evangelie. Sinds eind februari 2021 wonen ze in Brugge, dicht bij hun (klein-) kinderen, op zoek naar nieuwe uitdagingen.
We beschikken niet over een homilie van Mgr. Romero bij de zondagen van 28/1/2024, 4/2/2024 en 11/2/2024. In die periode, in het jaar 1979, nam Mgr. Romero deel aan de III° Conferentie van het Latijns-Amerikaans Episcopaat in Puebla, Mexico.
We hernemen straks de ‘Bouwstenen’ en ook de ‘Wekelijkse reflecties’ vanaf zondag 18 februari 2024.
Wekelijkse reflectie onder het licht van Romero - nr. 141. Derde zondag door het jaar-B – 21 januari 2024.
Een moord die ons spreekt van verrijzenis.
Bovenstaande zin is wellicht een vreemde titel voor deze overdenking. Maar het is de titel die Monseigneur Romero zelf gaf aan zijn homilie tijdens deze zondagse viering die tevens de begrafenisviering was van de Salvadoraanse diocesane priester Octavio Ortiz en van vier jongeren die kort daarvoor vermoord waren. Natuurlijk lezen we in zijn homilie een krachtige veroordeling van die vijfvoudige moord, met een niet mis te begrijpen vingerwijzing naar het leger. De plaats en het moment waar de moorden gebeurden was immers bedoeld voor niets anders dan een christelijke vormingsbijeenkomst met jonge mensen – het was helemaal geen militair trainingscentrum voor guerrillastrijders.
Deze homilie werd ook uitgesproken op een zondag in de Week van de christelijke eenheid. Vandaar de duidelijke verwijzing van Mgr. Romero naar een authentieke en noodzakelijke oecumene tussen de Kerken.
“Deze gemeenschap die hier bijeen is in de kathedraal, is de gemeenschap die het octaaf voor de Eenheid van de Kerken gedenkt. (…) Het gaat daarbij om een hoop op eenheid waarvoor gebeden wordt in alle katholieke en protestantse kerken, een hoop die zich niet laat manipuleren door het Evangelie van Christus, maar die ook maar al te goed weet dat het Evangelie geen speelbal is van politiek en opportunisme, maar een hoop die uitgaat van een gelovige gemeenschap die veeleer superieur moet zijn en in staat moet zijn om afstand te doen van alles wat de authentieke boodschap van het Evangelie bezoedelt. Hoe dan ook, we zullen samen met onze protestantse broeders en zusters blijven zoeken naar een Evangelie dat werkelijk dienstbaar is aan ons lijdende volk.”
Aartsbisschop Romero verheugt zich over de aanwezigheid in de zondagsviering van vertegenwoordigers van Protestantse Kerken bij die Week van gebed voor de eenheid van de christenen. Hij noemt het “… een hoop op eenheid”, omdat het verdeelde beeld van het christendom nooit een getuige kan zijn van het Evangelie. Want wanneer we ruzie maken, elkaar beschuldigen en verdacht maken, wanneer we proberen de verschillen te accentueren in plaats van datgene te versterken wat ons verenigt, zullen we geen vruchtbaar zaad zijn dat in de aarde van de mensen kan vallen.
Maar vanuit deze oecumenische ervaring en in deze hoop op meer christelijke eenheid maakt de Aartsbisschop meteen ook duidelijk dat zo’n eenheid niet tegen elke prijs kan tot stand komen. “We zullen samen met onze protestantse broeders en zusters blijven zoeken naar een Evangelie dat werkelijk dienstbaar is aan ons lijdende volk.” Wat de verschillende Kerken moeten zoeken en wat hen moet verenigen is: een dienstbaarheid in solidariteit die barmhartig is en bevrijdend werkt, in het licht van het Evangelie. Op die weg gaat het niet om verschillen in leer, in eredienst of gebedstradities, maar om de dagelijkse praktijk van het Evangelie: doen wat Jezus deed te midden van Zijn volk, Hij die ook zo ‘lijdend en met het volk ‘mede-lijdend’ was in Zijn tijd. Zoals Jahwe de roep van de uitgebuite en onderdrukte mensen hoort in elk ‘Egypte’ van alle tijden (in elk continent, in elke cultuur, in elke tijd); zoals Jezus aanwezig was en is bij hen die lijden (van honger, dorst, ziekte, in de gevangenis, bij dakloosheid,..), zo hebben de Kerken van vandaag een gemeenschappelijke prioritaire verantwoordelijkheid om te zorgen voor ‘weduwen, wezen, vreemdelingen’, en om al hun inspanningen en mogelijkheden in dienst te stellen van de genezing en de zorg voor de ‘lijdende mensen’.
Tegelijkertijd vraagt de Aartsbisschop om kritische aandacht voor de krachten die het Evangelie proberen te manipuleren, die de Bijbel in hun dienst willen stellen en de religieuze taal en de christelijke hoop kwaadwillig willen misbruiken. In duidelijke bewoordingen waarschuwt hij ervoor dat "… het Evangelie geen speelbal is van politiek en opportunisme". Op het Amerikaanse continent, vooral in Latijns-Amerika, zien we hoe politici (die komen en gaan) haast continu de religie misbruiken om kiezers voor zich te winnen en hun dominante beleid te rechtvaardigen. Sommige regeringen durven zich zelfs ‘christelijk’ te noemen alleen maar om meer trouwe aanhangers en volgelingen te kunnen verkrijgen. Ze vinden het geen probleem om de katholieke Kerk te vervolgen, terwijl ze met groot gemak de charismatische pinkstergroepen (bij voorkeur met grote ‘internationale predikers’ op kop) prijzen en promoten. En deze laatsten vergelijken dan weer in hun discours de heersers van het moment met de Messias, en identificeren datgene wat de regering doet ongegeneerd met de komst en de realisatie van het Koninkrijk van God. Mgr. Romero zegt dat het Evangelie geen politieke speelbal mag zijn en niet gebruikt mag worden ten dienste van macht en rijkdom. We staan immers allemaal onder de kritiek van het vuur van het Evangelie. Geen enkele macht bezit exclusief de waarheid. Zij kan het Evangelie niet zomaar vertegenwoordigen of claimen en mag zich ook niet de autoriteit aanmeten om te zeggen wat de Kerk wel of niet kan doen of moet laten. De gulden regel is en blijft: dat het Evangelie altijd en alleen maar goed en juist gelezen wordt vanuit de ‘armen’ (in de breedste zin van het woord).
Politieke en ideologische pogingen om de bevolking te verdelen op basis van conflicterende geloofsuitingen bestaan al tientallen jaren in Latijns-Amerika. De ideologen in de VS hebben op een bepaald moment besloten om de religieuze banden van de overwegend katholieke bevolking onder elkaar en met de Kerk te verbreken door veel zeer spiritualistische sektarische ervaringen te importeren; waarbij religie een totaal individuele zaak is, waar de Bijbel letterlijk en fundamentalistisch wordt gelezen en geïnterpreteerd, en waar katholieken ervan worden beschuldigd instrumenten van de duivel te zijn. Tegenwoordig zijn in veel landen de historische Kerken (katholieken, anglicanen, protestanten) niet meer in de meerderheid, maar is de som van de aanhangers van kleine en grote evangelische pinksterkerken een stuk talrijker. Zij zijn ondertussen de religieuze basis geworden voor het meest conservatieve en uitsluitende neoliberale beleid. Het is niet voor niets dat Monseigneur Romero er ons vandaag aan herinnert dat de Kerk “… veeleer superieur moet zijn en in staat moet zijn om afstand te doen van alles wat de authentieke boodschap van het Evangelie bezoedelt**”.** En hij blijft vandaag alle Kerken oproepen om samen te zoeken naar “… een Evangelie dat werkelijk dienstbaar is aan ons lijdende volk.”
Naar aanleiding van de moord op Padre Octavio en de vier jongeren doet de Aartsbisschop een nieuwe oproep: “Genoeg is genoeg, en we zeggen dit niet met pessimisme, maar met groot optimisme in de kracht van ons nobele volk. De sfeer is verzadigd geraakt van wreedheid en er is een terugkeer nodig naar reflectie, om ons weer als rationele wezens te voelen, die in staat zijn om te zoeken naar de wortels van onze kwalen en onbevreesd de moedige en dringende veranderingen door te voeren die onze samenleving nodig heeft.”
Mgr. Romero aarzelt niet om de realiteit van het land bloot te leggen: “… De sfeer is verzadigd geraakt van wreedheid”. In hoeveel landen moeten we vandaag niet hetzelfde zeggen? Vaak zijn de hoogste leiders van de Kerken ofwel bang om met evangelische duidelijkheid te spreken, ofwel hebben ze zich (uit winstbejag) verbonden met de machten die verantwoordelijk zijn voor de ‘wreedheid’ die alom heerst. Overal waar ze spreken, zoals aartsbisschop Romero dat heeft gedaan, worden ze vervolgd. ‘BASTA YA!’ – ‘Genoeg is genoeg’, deze zin van de Aartsbisschop werd al snel een kreet van het volk, ja, het werd een echt volkslied dat blijft herinneren aan wat er gebeurde met Padre Octavio en het lijdende volk.
Wanneer we kijken naar de grote structurele en conjuncturele problemen op wereldniveau (die op dit moment ook zo duidelijk ‘blootgelegd’ worden door Paus Franciscus), en wanneer we kijken naar de ernstige problemen in onze eigen landen, dan is het duidelijk dat ‘… een terugkeer naar reflectie nodig is, om ons weer als rationele wezens te voelen, die in staat zijn om te zoeken naar de wortels van onze kwalen en onbevreesd de moedige en dringende veranderingen door te voeren die onze samenleving nodig heeft”. Macht en rijkdom, de twee grote afgoden die aartsbisschop Romero zo vaak hekelde, blijven ons beheersen. We hebben een kritisch-evangelisch vermogen nodig om (1) de ware wortels van het kwaad en van die wreedheid (economisch, repressief) te ontdekken en om afstand te nemen van de ideologische lezing van de geschiedenis die gecreëerd is om de opkomst van de huidige macht te rechtvaardigen**; (2) om onze angsten te overwinnen** (ondanks voortdurende bedreigingen, vervolging,…); (3) om de moedige en dringende veranderingen door te voeren die onze samenleving nodig heeft.
In elk voorverkiezingsproces kondigen de kandidaten aan dat zij (en zij alleen) de veranderingen zullen doorvoeren die het volk nodig heeft. Ze beloven de hemel van overvloed en geluk wanneer zij zullen verkozen worden. Vervolgens leveren ze alleen wat kleine bijdragen hier en daar (het zijn vaak flarden van dat beloofde geluk en meestal niet meer dan pleisters op een houten been), maar ze veranderen niets aan de structuur en het systeem van de samenleving. De politieke leiders die aan de beurt zijn en hun bondgenoten stelen echter stelselmatig het geld van het volk voor hun eigen verrijking, en ze zoeken vervolgens, wanneer de grond onder hun voeten te heet wordt, tijdig asiel in landen die hun ideologie delen. De staatssystemen draaien en blijven draaien dankzij de corruptie…
Zoals in de jaren ‘70 en ‘80 de Kerk op een aantal plaatsen de voedingsbodem en de kiem was van politieke bewustwordingsprocessen bij de mensen, zo zou de Kerk ook vandaag veel moeite moeten doen - in het licht van het Evangelie - om het volk opnieuw bewust te maken en het vermogen van hun mensen tot analyse te versterken, hun angsten te helpen overwinnen en samen met hen beetje bij beetje nieuwe wegen uit te bouwen om ‘onrecht uit te roeien’. Dit kan en moet een oecumenische inspanning zijn, in samenwerking tussen de verschillende Kerken die de “authentieke boodschap van het Evangelie” op het spel durven te zetten, zich bewust van het feit dat ze niet willen en niet kunnen dulden dat het Evangelie van Jezus gemanipuleerd wordt. We hoeven niet bang te zijn.
Tere en Ludo Van de Velde
Wie Spaans begrijpt kan ook nog deze reflectie beluisteren bij dezelfde preek van Mgr. Romero:
178 Iglesia y gobierno:
https://www.facebook.com/watch?v=1015609385755027
Overdenking voor zondag 21 januari 2024. Voor deze overdenking hebben wij een citaat genomen uit de homilie van Monseigneur Romero tijdens de eucharistieviering op de Derde Zondag door het jaar-B, 21 januari 1979. Homilías, Monseñor Oscar A Romero, Tomo IV, Ciclo B, UCA editores, San Salvador, p. 186.189.
We beschikken niet over een homilie van Mgr. Romero bij de zondagen van 28/1/2024, 4/2/2024 en 11/2/2024. In die periode, in het jaar 1979, nam Mgr. Romero deel aan de III° Conferentie van het Latijns-Amerikaans Episcopaat in Puebla, Mexico.
We hernemen straks de ‘Bouwstenen’ en ook de ‘Wekelijkse reflecties’, vanaf zondag 18 februari 2024.