Het is maar één keer om de drie jaar dat wij in de zondagsliturgie een lezing horen uit het boek Jonas. Hij is geen onbekende. Wij kennen hem vanuit de uitdrukking: “Het lot viel op Jonas”. En wij verbinden hem met de man die drie dagen in een walvis zat, een van de eerste duikboten en onderzeeërs uit de geschiedenis. Jonas, hij wordt beschouwd als een vreemde duif onder de profeten (H. Thijssen in Het Teken - 82e jaargang, nr. 7, Januari 2010). Jona, hij is bekend bij de joden, de christenen en ook in de Koran, die er enkele soera’s aan wijdt.
Het boek Jonas is een ‘leerstellig verdichtsel’. “Het is een parabel die het thema uitbeeldt van de universele liefde van God. Hij wenst dat alle mensen het volle leven bezitten en zich bekeren. Het boek Jonas gaat in tegen het exclusieve nationalisme, dat de Joodse gemeenschap bedreigde na de ballingschap” (Bible pastorale).
Gaan waarheen God je zendt
Het lot viel op Jonas. Dit klinkt negatief. En dit was het ook voor Jona. Hij werd ervan beschuldigd dat omwille van hem het schip in de storm was terecht gekomen. In plaats van te gaan waarheen God hem zond, nl. naar Ninive, wou hij een andere richting uit. Wij hebben soms een weg te gaan die we zelf niet hebben gekozen.
Maar Jona wordt gered op een wondere wijze, opgeslorpt door een grote vis wordt hij drie dagen later aan land gebracht. Soortgelijke verhalen zijn in andere culturen ook bekend. Zijn opstanding na een verblijf van drie dagen wordt een hoopvol teken. Jezus verwijst ernaar in het evangelie (Mt. 12:40). Christenen hebben met dit motief van Jonas hun geloof in de verrijzenis uitgedrukt, zoals blijkt uit vroegchristelijke beelden in de catacomben.
Ninve, de grote stad
Jona is een profeet die Ninive moet oproepen tot bekering. Jona zag er tegen op. Ninive herinnert aan een groot en machtig rijk. Israël had er geen goede herinneringen aan. Het zint Jona niet om erheen te gaan met deze zending en hij vindt niet al te veel vreugde in zijn opdracht. Hij gaat er schoorvoetend heen.
De koning en de inwoners luisteren naar die boodschap. De stad wordt gered. Jona had liever haar vernietiging gezien dan haar redding. En daarom is Jona een beetje kwaad op God. Hij begrijpt niet dat God zijn vergeving aanbiedt aan alle volkeren en niet enkel aan Israël. Misschien hebben wij zoals Jona er moeite mee dat Gods erbarmen verder reikt dan ons eigen gebied.
We zien soms liever de straffende God dan de vergevende God, zeker als het anderen betreft. De dingen hadden moeten verlopen zoals hij het zelf wou. Jona is niet tevreden en is wat nijdig.
Het boek Jona is kort, slechts vier hoofdtukken. Het laatste is pittig. Nadat Jona de afstraffing van Ninive had aangekondigd, wacht hij af wat komt. Het is warm en hij heeft het geluk wat lommerte en schaduw te vinden dankzij een snel opgroeiende plant. Maar dit is van korte duur. Een worm vreet aan de plant. Deze verdort zodat Jonas alweer blootgesteld is aan de hitte. Jonas begint opnieuw te klagen en wenst zich liever dood dan levend. Hij is kwaad op God omdat deze de stad heeft gespaard nadat mens en dier zich hadden bekeerd en anders gingen leven.
Het boek eindigt met een laatste vraag van God: ”Wanneer, gij al zo veel spel maakt om een verdorde plant, mocht ik me dan niet bekommeren om zoveel mensen die zich wilden bekeren?” (Vgl. Jona 4, 11).
Ook voor ons is dit een uitnodiging om blij te zijn en dankbaar wanneer God zijn vergeving ruim en wijd aanbiedt. God is barmhartig en goedgezind. Het is goed te bedenken dat God vriend kan zijn van hen op wie wij kwaad zijn!
Paus Franciscus heeft al herhaaldelijk het voorbeeld aangehaald van Jona maar dan vooral om te wijzen op het gevaar ons eigen gelijk voorop te stellen tegenover God en een andere richting te verkiezen dan deze die God ons aanduidt. Hij waarschuwt voor wat hij het syndroom van Jonas noemt: “zichzelf beter achten dan de anderen.”
Ninive, de grote stad
Ninive, het verwijst naar de hoofdplaats van het eens zo machtige en gevreesde Assyrisch rijk. Het was een schone stad, archeologisch zeer belangrijk. Daar zou het gaf van Jona geweest zijn, een ruïne vernietigd door de terreurorganisatie Islamitische Staat. (IS). Dichtbij was Mosul, Drie jaar geleden, in maart 2021, was de paus in het land van Abraham en Jonas, op bezoek in Irak. Hij had er een ontmoeting met ayatollah Ali al-Sistani, het hoogste gezag in de gemeenschap van de sjiieten. Hij was er bij de christenen in Qaraqosh, in de vlakte van Ninive. In Irak zijn ongeveer 200 000 tot 400 000 christenen. Dit is iets mindér dan 2 % van de-bevolking. In 2003 waren ze bij 1,4 miljoen.
Het aantal christenen is er erg verminderd*. Kerk en Nood* en eveneens het Werk van het Oosten vragen onze aandacht, hulp en gebed voor die kleine groep.
Hier is meer dan Jona
Naast de verwijzing naar de drie dagen van Jonas in het zeemonster verwijst het evangelie nog tweemaal naar Jona als een teken en als lof aan de inwoners van Ninive die zich bekeerden (Mt. 12,38-42; Lc. 11,29-32; Mt. 16:4).
“Hier is meer dan Jona.” Dit zegt Jezus over zichzelf. Hij predikt bekering. Van zodra hij aan zijn zending begon in Galilea, was zijn oproep: “Bekeer u en geloof in de Blijde boodschap” (Mc. 1,14). Jezus brengt en is vergeving. Hij genas de lamme. Hij zag immers het geloof van de man en de dragers en hij zei tot de lamme; “Mijn zoon, uw zonden zijn vergeven” en hij deed hem nadien opstaan. Schriftgeleerden die dit hoorden stoorden zich aan daaraan ‘(Mt. 9,1-8; Mc.2,1-12; Lc. 5,17-26).
Ninive, een zo grote stad, bekeerde zich. Hebben we ons niet allemaal te bekeren. Er loopt zoveel fout in de samenleving. Hoe gaan we om met onze aarde? Hoe werken we samen aan een solidaire samenleving¸ Wij worden gewaarschuwd. Luisteren we naar die profeten? En horen we wel de juiste profeten?
Deze derde zondag door het jaar is de zondag van het Woord, Het Woord verkondigd in de bijbel en tot leven gebracht door Jezus. Hij is, het levend woord. Wij zijn uitgenodigd om het Goede Woord te verkondigen, niet om mensen af te straffen, maar om hen de liefde en de zorg van God te verkondigen.
Vanuit het Vaticaan werd dit jaar als motto voor deze dag een vers uit het Evangelie volgens Johannes gekozen: “Indien gij trouw blijft aan mijn woord, zijt gij waarlijk mijn leerlingen” (Joh.8, 31).