Beste vrienden,
Onlangs las ik een artikel met het volgende opschrift: Staat de katholieke Kerk voor een hartinfarct? En uitgaand van het feit dat bij een infarct de eerste 15 minuten van levensbelang zijn draagt de auteur dit inzicht over op onze Kerk en stelt zich, ten aanzien van het schrijnende tekort aan priesters bezorgd de vraag: Staat de Kerk kort bij een infarct?
Zeker, het aantal geestelijke roepingen wordt als maar kleiner. Iets wat wij in vele parochies, ook bij ons in Kapellen, telkens weer ondervinden.
In vele gebieden van onze wereld is dat echter een heel normale situatie. Veel pastorale taken worden daar door leken overgenomen omdat de priester maar om de zoveel weken of zelfs maanden voorbij kan komen.
Laten we ons niet verkeerd verstaan: Ook ik vind het uiterst belangrijk dat we er over nadenken waar de oorzaken van deze terugloop liggen: in het celibaat, in de overbelasting, of misschien ook wel in de angst voor de zwaarte van de taak. Wij moeten ons zeker ook afvragen of het beeld dat onze Kerk in deze tijd naar de samenleving uitstraalt daar geen schuld aan heeft. Het verlies aan geloofwaardigheid van de voorbije jaren, haar dikwijls zo opvallend grote afstand tegenover de wereld en de mensen, en de hopeloos verouderde archaïsche taal waarmee ze ons dikwijls toespreekt.
Anderzijds kunnen we ons ook afvragen of die zogenoemde crisis van de Kerk niet ook vooral een crisis van onze maatschappij is. Een maatschappij die doorgaans nog maar alleen oog heeft voor het IK, en die het WIJ totaal uit het oog heeft verloren.
Een maatschappij die haar heil nog maar alleen ziet in het hier en nu, en die geen toekomst meer ziet na de dood. Hoe kan een dergelijke maatschappij nog geestelijke roepingen voortbrengen? De antwoorden op al deze vragen zijn belangrijk en ze helpen ons ook verder. Maar we mogen ook niet vergeten dat het evangelie van vandaag ons een doorslaggevend antwoord op die vragen geeft.
In dit evangelie wordt het voor mij duidelijk dat Jezus helemaal geen op priesters gefixeerde Kerk heeft gewild! Jezus koos steeds voor gewone mensen, riep hen recht uit het beroepsleven en uit hun families, en confronteerde hen met zijn boodschap. Hij sprak hen aan, begeesterde hen, en heeft ze zo tot vissers van mensen gemaakt die anderen mee in de Kerkgemeenschap binnenhaalden.
Aan al die roepingen ging echter steeds een belangrijk inzicht vooraf. Er staat namelijk: „De tijd is rijp, en het koninkrijk van God is ophanden. Bekeer u en heb geloof in de goede boodschap!”
“Het koninkrijk van God is ophanden”. Ge kunt die zin zo verstaan dat het rijk Gods vandaag of morgen zal doorbreken. Maar ge kunt hem ook in ruimtelijk verband verstaan. “Onderhuids aanvoelen” is toch een gevoel dat we allemaal kennen. (“I’ve got it under my skin” zegt men in het Engels)
Als Jezus het rijk Gods verkondigt, dan bedoelt Hij exact deze nabijheid. Als we Hem en zijn boodschap ernstig nemen, is dat rijk van God hier en nu reeds aanwezig. Datgene waar de mensheid vol verlangen naar heeft uitgekeken is met Jezus al in vervulling gegaan. Alle vragen en vage vermoedens die wij ons vanuit onze menselijke onzekerheid stelden:
MCE_ITEM- of God echt die genadeloze rechter is die ons na de dood de rekening zal presenteren.
MCE_ITEM- of leed en ongerechtigheid na de dood zullen ophouden.
MCE_ITEM- of de goeden beloond en de slechten “eindelijk” bestraft zullen worden.
Al die vragen en onzekerheden vallen weg, want de tijd is rijp. In Jezus komt God naar ons mensen toe en geeft ons het laatste, niet mis te verstane, antwoord. In zijn menswording wordt dat rijk van God onderhuids voelbaar en grijpbaar.
Zoals Hij kinderen omhelst, de ogen van blinden aanraakt, lammen terug overeind helpt – dat alles getuigt van de nabijheid van Gods rijk. Als we zien hoe Hij zich door mensen laat aanraken, hoe hij de tederheid van een gevallen vrouw aanneemt en hoe Johannes bij het laatste avondmaal heel vertrouwd naast Hem zit; hoe Maria-Magdalena zijn voeten zalft en Thomas zijn wonden kan aanraken – kan het rijk Gods dan nog dichterbij komen?
Dat is het rijk waar Jezus het over heeft. Het is geen droom en ook geen visioen. Het Rijk Gods is er. Kijk toch om je heen en neem het eindelijk waar!
Maar hoe zei Johannes het ook al weer: “Hij kwam in de wereld, maar de wereld heeft Hem niet erkend!
En dat klopt volledig: Zo lang we niet omkeren, maar nog altijd vastgeroest blijven in onze oude denkclichés, kunnen we de antwoorden die Jezus ons aanreikt niet aanvaarden, misschien zelfs niet begrijpen. Voor ons is God dikwijls nog altijd iemand die het kwaad met kwaad moet vergelden, die inzet beloont en luiheid bestraft. En omdat wij anderen soms liefst achter het behang of naar de maan zouden wensen, moet God dat in onze ogen natuurlijk ook doen. Maar hoe kan Hij ons dan duidelijk maken dat Hij heel anders is dan wat onze vastgeroeste meningen ons willen doen geloven? Daarom zegt God ons door de woorden van Jezus: “Keer om, geloof in de goede boodschap! Durf nieuw en anders te denken. Sta open voor het inzicht dat Ik niets anders ben dan onvervreemdbare, onvoorwaardelijke en steeds vergevende liefde. Vertrouw er gerust op dat Ik al datgene wat jullie mensen verprutst hebben en al het leed dat jullie elkaar hebben aangedaan nog ten goede kan wenden. En als je die boodschap hebt aangenomen, val dan niet bij de eerste gelegenheid terug in je oude doen, maar blijf consequent voortdoen. Want als je dat doet, dan volg je Mij werkelijk na!”
Het Christendom is geen leersysteem, ook al komt het soms zo over. Natuurlijk zijn er regels en afspraken nodig om wildgroei te voorkomen. Maar het moet voor de mensen steeds duidelijk zijn dat het christendom geen religie van wetten mag zijn maar een levend teken van dat onderhuids aanwezige rijk van God. Jezus’ boodschap mag geen keurslijf zijn, maar een blijde boodschap die de mensen laat herademen. Ze legt onze gevoeligheden bloot, om onze kwetsuren, onze angsten en onze verkeerde voorstellingen te kunnen genezen. Je kan toch niet enerzijds spreken van Gods oneindige liefde en barmhartigheid en dan onmiddellijk daarna dezelfde mensen angst aanjagen met Gods toorn en verdoemenis. Dat komt noch met Gods wezen, noch met zijn boodschap overeen.
Goede vrienden, ik ben ervan overtuigd dat, wanneer wij, u en ik, omkeren; als wij terug zelfstandig durven denken; en als we ons daarbij terug oriënteren aan datgene wat God ons door Jezus heeft meegedeeld; dat ook wij dan mensenvissers kunnen worden in de betekenis die Jezus eraan heeft gegeven. Dan kunnen door ons ook anderen iets van die absolute, onvoorwaardelijke en steeds vergevende liefde van God ervaren. En als we Jezus’ boodschap consequent op ons eigen leven toepassen, dan werkt ons vaste vertrouwen en ons optimisme aanstekelijk en wordt dat rijk Gods ook voor de mensen in onze Kerk onderhuids voelbaar en grijpbaar.
Natuurlijk heeft de Kerk ambtsdragers en leken nodig om haar zending en haar opdracht aan te kunnen. Men kan en mag ze niet tegen mekaar uitspelen. Maar als we samen doen waartoe we door God als geloofsgemeenschap werden geroepen, zullen we dat hartinfarct van de Kerk, namelijk de afwezigheid van geloof bij de mensen, kunnen afwenden. Amen.