Het gebeurt vaker dat iemand die een bedrijf heeft, zoals een winkel of een boerderij, met enige spijt zegt: : ik heb geen opvolging. Mijn kinderen willen niet in de zaak. Op zich is dit ook heel goed te verklaren, want zij hebben van nabij meegemaakt hoe vader en moeder er helemaal door in beslag werden genomen zodat er voor de kinderen niet zo veel tijd overbleef. Vaker werden zij zelfs ingeschakeld om bij te springen. Ook kenden zij vaak van nabij de problemen die dit met zich meebracht. Wanneer ze het maken van lange dagen afwegen tegen de winst die daar tegenover staat, dan kiezen de betreffende kinderen vaak een ander beroep. Ook speelt in onze tijd een belangrijke rol dat in deze economische instabiele tijd het voortbestaan van een bedrijf niet altijd even zeker is. Toch zijn er ook jonge mensen die van meet af aan bij hun ouders hebben meehielpen, dat ook deden met plezier en hier wel een toekomst in zien. Zij nemen het bedrijf van hun ouders over.
Ook de leerlingen van Jezus zullen uiteindelijk datgene, wat Jezus met hun opbouwt, moeten overnemen. Maar ze hebben een tijd lang geen enkele notie van de toekomst die Jezus met hun voor heeft. Zij leven nog steeds met de gedachte dat Jezus de nieuwe koning zal worden, rijk en machtig. En zoals vele mensen allerlei pogingen voor doen om carrière te maken, zo zijn er ook twee uit de leerlingengroep die solliciteren naar de beste plaats bij Jezus. Zij zijn net als kinderen die voor een stuk nog leven in een fantasiewereld, die nog geen weet hebben van het werkelijke leven van Jezus. Toch probeert Jezus hen uit die droom te halen door te zeggen: “de plaats waar je om vraagt kan ik je niet beloven, maar ben je bereid uit de beker te drinken die ik drink en het doopsel te ondergaan wat ik heb ontvangen. Hiermee doelde Jezus op het lijden dat Hem werd aangedaan en de zending die Hij van Godswege ontvangen had. Jacobus en Johannes begrijpen nog niet waar Jezus het over heeft en ook de andere leerlingen niet. Anders zouden zij geen twistgesprek met elkaar gevoerd hebben. Toch zal naderhand duidelijk worden wat de levensweg van Jezus inhoudt en zij zullen de kracht ontvangen om daar hun leven ook voor te geven. Want uitgezonderd de lievelingsleerling van Jezus, Johannes, zullen zij allen de marteldood sterven.
Dat opvolging een probleem kan zijn merken wij ook, wanneer het gaat over de inzet voor de kerk. Bepaalde functies eisen je helemaal op, zoals het werk van een priester in de parochie, koster, lid van het kerkbestuur, zangkoor, poetsgroep en ga zo maar door. Je helemaal of voor een groot deel van je leven inzetten is voor de kerk is voor nogal wat mensen in deze tijd een grote opgave. Investeren in kleinere overzichtelijke projecten, ook binnen de kerk, wil men nog wel te doen. Dit zien wij bij een eerste communie voorbereiding. Wat ouders aan tijd en moeite daarin investeren is bewonderenswaardig en plezierig. Maar wanneer dit gebeuren voorbij is zie je dat slechts een enkeling verder gaat met een activiteit voor de parochie: zoals lid van gezinsmiswerkgroep, vastenactiegroep, begeleiding van misdienaars en ga zo maar door. Wat dat betreft herkennen wij ons terug in het evangelie, waar mensen kiezen voor wat zij fijn vinden, maar niet altijd respons geven bij die dingen binnen de parochie die noodzakelijk zijn, maar ook van mensen offervaardigheid vragen. Evenals Jezus willen wij met alle mensen op weg blijven gaan om hen mee te nemen in de vreugde, die wij beleven in de dienst aan God en medemens. En iedere keer hopen wij dat doorgegeven kan worden wat uiteindelijk met Jezus begonnen is. Opvolging kun je nooit afdwingen, het heeft alles te maken met roeping.