Negenentwintigste zondag door het jaar (2000)

B-cyclus · Tijd door het jaar · 29e zondag · groen

In de passiespelen zoals die een aantal jaar geleden in Tegelen gehouden werden kwam een woordenwisseling voor tussen Jezus en Judas. Ze droomden allebei van een nieuw koninkrijk, maar gaandeweg bleken zij een totaal ander beeld daarvan te hebben
. Judas droomde meer van een aards koninkrijk, een herstel van het koningschap van David en Salomo en dus ook van een opstand tegen de Romeinse bezetters.
Jezus daarentegen dacht aan een geestelijk koninkrijk, een rijk waarin het niet om macht ging maar om dienstbaarheid, niet om opstand of oproer maar om innerlijke vrede.
Toen Judas dat in zijn ogen zachtzinnige gedoe niet meer kon aanzien ging hij zijn eigen weg en verraadde hij zijn vriend.
De tragiek van dit gebeuren is iets van alle tijden. Macht oefent altijd een enorme aantrekkingskracht uit op mensen. Bijna iedereen wil graag vooraan staan, in de eerste rij, op een ereplaats, bijna iedereen zoekt een soort machtspositie in welke vorm dan ook. Maar het maakt ook veel kapot tussen mensen, tussen volken, want macht en het streven naar macht maakt mensen corrupt, om macht te verkrijgen pleegt men dikwijls verraad, aan mensen, aan idealen, het doel heiligt maar al te vaak te middelen. Je ziet het telkens weer in alle gradaties gebeuren in onze wereld.
Maar als Jezus spreekt over het koninkrijk der hemelen dan denkt hij niet aan macht, niet aan invloed, niet aan glorie. Bij hem gaat het om dienstbaarheid, om liefde, om waarachtigheid. Maar zijn boodschap gaat wel in tegen het gewone menselijk denken. Judas snapte er niets van, maar hij was beslist niet de enige.
Vandaag horen we hoe Johannes en Jacobus er ook niets van begrepen. Ook zij dachten aan een koninkrijk van macht en glorie, en zij droomden van ereplaatsen links en rechts van de koning. Maar Jezus zette de zaken weer eens op zijn kop: als je ereplaatsen wil, ga dan naast de mens in nood zitten. Als je groot wil zijn, maak je klein en ga naast de kleinen zitten, als je machtig wil zijn, maak jezelf zwak en ga naast de zwakken zitten. Dat zijn de ereplaatsen in het koninkrijk der hemelen. Maar zo’n ereplaats is voor de meeste echt niet aantrekkelijk.
En ook in de kerk van Jezus zijn heel de geschiedenis door ereplaatsen gezocht, niet in de dienstbaarheid maar wel in de macht. De tiara, vroeger door de pausen gedragen is daar een schrijnend teken van. Want die drievoudige kroon drukte uit dat de pauselijke macht hoger was dan die kan koningen en keizers.
In de middeleeuwen gedroegen bisschoppen zich vaak als kleine koninkjes. In feite was het een aanfluiting van Jezus’ bedoelingen. Dat is gelukkig niet meer, maar ook nu is de kerk niet vrij van diverse vormen van machtspolitiek. Juist zoals in de gewone politiek aan allerlei touwtjes getrokken worden om ereplaatsen te krijgen, om macht te verwerven of veilig te stellen, zo bestaat dat politieke spel helaas ook in de kerk. En daarmee doet die kerk afbreuk aan haar zending om het koninkrijk der hemelen dat Jezus voor ogen had te verwerkelijken.
Als de kerk vandaag voor velen geen bron van inspiratie meer is, dan heeft het denk ik daarmee te maken. Een kerk die regelmatig op haar strepen gaat staan om haar wil dwingend op te leggen aan de gelovigen, een kerk die haar heil zoekt in het handhaven van regels en wetten, die weet mensen niet te winnen voor Jezus’ boodschap. Tegelijk moeten we ook weer niet te somber denken over die kerk. Gelukkig wordt Jezus’ droom van het koninkrijk der hemelen door heel veel kerkleden wel werkelijkheid gemaakt. Gelukkig zijn er vele gelovigen (en ongelovigen) die heel concreet doen wat Jezus bedoelde met zijn koninkrijk der hemelen.
Overal vind je mensen die geen ereplaatsen voor zichzelf zoeken maar zich in alle eenvoud dienstbaar maken aan de medemens. Je vindt ze in derde wereldlanden, missionarissen, artsen zonder grenzen, ontwikkelingswerkers, mensen die zo goed als ze kunnen naast de armen en de zwakken in de wereld gaan zitten en hun een helpende hand toereiken. Je vindt ze in onze eigen samenleving, vrijwilligers op allerlei gebied, mensen die zo goed als ze kunnen naast de zieken gaan zitten, naast de eenzamen, naast degenen die tussen het schip en de wal vallen. Die mensen maken Jezus’ koninkrijk waar in hun leven, in de gemeenschap.
Waar dat gebeurt, daar leeft zijn kerk, niet als een machtig instituut maar als een levende gemeenschap waarin het gaat om dienstbaarheid en hopelijk horen wij bij die levende kerk.

Zoeken in Preken Online