28e zondag door het jaar B

B-cyclus · Tijd door het jaar · 28e zondag · groen

Homilie op de 28e zondag door het jaar B: Wijsheid, kostbaarder dan alle aardse rijkdom (Mc. 10, 17-30)

Tielt, 14 oktober 2012

Vlaanderen is één van de rijkste en welvarendste regio’s van de wereld. We staan er zelden bij stil. Want het is voor ons een vanzelfsprekendheid geworden. Ondanks het feit dat om en bij de 15 % van de bevolking onder de armoedegrens leeft, is de meerderheid van de bevolking in Vlaanderen rijk. Dat we rijk zijn willen we niet altijd horen, maar toch is het zo. De zuurtegraad in onze samenleving is bijzonder hoog. Er is overal een sluimerend gevoel van ontevredenheid. Als samenleving hebben we het nog nooit zo goed gehad en toch lopen we met z’n allen met zure gezichten rond. De problemen waarover we zo graag zagen, zijn meestal luxeproblemen in vergelijking met wat we zien in de rest van de wereld. We zijn zuurpruimen geworden. In folders, affiches en debatten naar aanleiding van de gemeenteraadsverkiezingen breekt het samenlevingszuur heftig en zelfs bitsig op. Veiligheid, vreemdelingen en verloedering zijn de hoofdthema’s. We zijn arme mensen met veel geld en een grote welvaart.

Het wordt de hoogste tijd dat we weer luisteren naar wat Jezus ons vandaag zegt in het evangelie. Het verhaal van de rijke jongeling en Jezus is als het ware een veelzeggend interview, dat zo toepasselijk is op onze consumptiemaatschappij, waarvan Lode Claes ooit eens schreef dat het er een is waar mensen zich dingen aanschaffen die ze niet nodig hebben met geld dat ze niet bezitten om indruk te maken op mensen die ze niet kennen. Kijk en luister maar naar wat er thans gebeurt in Griekenland, Portugal, Spanje, Italië en zelfs dichter bij ons.

Daarom was ik bijzonder blij enkele jaren geleden een bijzonder leerrijke tekst te lezen van iemand die schreef dat hij in een droom een Interview had met God. Ik citeer er graag enkele passages uit.

“Kom binnen”, zei God. “ Je wilt me interviewen?”

Als U tijd heeft”, zei ik.

God glimlachte en zei: “Welke vragen zou je Mij willen stellen?”

Ik vroeg: “Wat heeft U het meest verbaasd in de mensen?”

God antwoordde: “Dat het ze verveelt om kinderen te zijn, haast hebben om volwassen te worden en er vervolgens naar verlangen om weer kind te zijn. Dat ze hun gezondheid verliezen om geld te verdienen en hun geld weer verliezen om hun gezondheid te herstellen. Dat ze, omdat ze zo vol verwachting naar de toekomst kijken, het heden vergeten en dan nog op zo’n manier dat ze noch in het heden, noch in de toekomst leven. Dat ze leven alsof ze nooit zullen sterven en sterven alsof ze nooit geleefd hebben.”

God nam mijn hand in de Zijne en we zaten zo een poosje toen ik vroeg: “Als ouder, wat zou U graag willen dat Uw kinderen zouden leren?”

God antwoordde met een glimlach: “Leren dat ze niemand kunnen leren of dwingen om van hen te houden. Wat ze kunnen doen is zich door anderen laten liefhebben. Leren dat wat het meest waardevol is in het leven, niet is WAT ze hebben, maar WIE ze hebben in hun leven. Leren dat het niet goed is jezelf met anderen te vergelijken. Je wordt individueel beoordeeld op wat jij gedaan hebt, niet in vergelijking met anderen.

Leren dat een rijk persoon niet diegene is die het meeste heeft, maar diegene is die het minste nodig heeft. Leren dat het maar een paar seconden duurt om een grote wonde te openen in diegene die je liefhebt en dat het vele jaren duurt om die te genezen. Leren dat het niet altijd genoeg is om van anderen vergeving te krijgen, maar dat je zelf moet vergeven. Leren dat er mensen zijn die zielsveel van je houden zonder dat ze in staat zijn dat te uiten of te laten zien.

Leren dat je met geld alles kan kopen, behalve geluk. Leren dat twee mensen naar hetzelfde kunnen kijken en toch iets anders zien. Leren dat een echte vriend iemand is die alles van je weet en toch van je houdt.”

Ik zat daar een poosje te genieten van het moment.

Ik dankte God voor Zijn tijd en voor Zijn wijze raad.

Hij antwoordde: “Ik ben hier vierentwintig uur per dag. Al wat je moet doen is aan Mij vragen stellen en Ik zal antwoorden. Je hoeft enkel te luisteren.”

Ik kan me best voorstellen dat de rijke edelmoedige jongeman uit het evangelie, na geluisterd te hebben naar Jezus’ antwoorden op zijn vraag, ontsteld was en ontdaan heenging omdat hij besefte dat hij nog zoveel in zijn leven anders moest bekijken en doen.

Het is wellicht niet moeilijk om onszelf te herkennen in die rijke jongeman. Maar een kleine stap in de richting van wat God zei in dat interview is misschien al voldoende. Gods barmhartigheid doet wel de rest.

G. Buyse, pastoor-deken em. Tielt

Zoeken in Preken Online