Man en vrouw

B-cyclus · Tijd door het jaar · 27e zondag · groen

De eerste woorden die de mens in de Schrift spreekt, zijn jubel en dank van de man om zijn vrouw: ‘Eindelijk, dit is been van mijn gebeente en vlees van mijn vlees!’ (Gen 2,23). Zo heeft God de mens gewild: als man en vrouw. Hij heeft hun de opdracht gegeven om elkaar lief te hebben en het leven door te geven. De eerste mens dankt de Schepper om die gave, die tegelijk een grootse opgave is. Verderop in de Schrift komt het huwelijk nog herhaaldelijk ter sprake. Zo stelt de decaloog (de tien geboden) een radicaal verbod op overspel. Mozes gaf nog allerlei andere voorschriften om het gezinsleven te ordenen. Ook voor echtscheiding was een regeling voorzien.

De huwelijkswetgeving zorgde in Israël voor heel wat discussie. Wanneer Jezus daar op zijn beurt in betrokken wordt, verwijst Hij naar de wet van Mozes. De Bergrede geeft daar verschillende voorbeelden van, Op beslissende punten corrigeert en verscherpt Jezus de voorschriften van Mozes. Dat doet Hij hier ook. Volgens Mozes was echtscheiding onder bepaalde voorwaarden geoorloofd. Jezus is het daar niet mee eens. Hij herinnert aan de oorspronkelijke bedoeling van de Schepper: ‘Wat God heeft verbonden, moet de mens niet scheiden.’ In de gelijkluidende passage bij Matteüs antwoorden de leerlingen daarop: ‘Als het zo is tussen man en vrouw, is het beter om niet te trouwen’ (Mt 19,10). Wij zijn blijkbaar niet de eersten om bezwaren te opperen tegen een zo hoge eis! Jezus weet dat, maar Hij doet er niets van af.

Zo is het meestal met wat van God komt: zijn mooiste gaven stellen ons voor de zwaarste opgaven. Man en vrouw zijn een zegen voor elkaar. Maar nergens zegt de Schrift dat het huwelijksleven gemakkelijk en altijd prettig is. Kunnen liefhebben, dat is de mooiste gave die de mens van zijn Schepper gekregen heeft. Daarin lijkt hij het meest op God. Daarom is het tegelijk ook zijn zwaarste opgave. Liefhebben is een heel groot werkwoord. Het moet vervoegd worden in talloze kleine werkwoordjes, die het leven van alledag vullen.

We kunnen het maar beter eerlijk toegeven: Jezus’ gebod is streng en hard. Denkt Hij dan werkelijk dat alle mensen dat aankunnen? Beseft Hij niet dat mensen zwak zijn? Dat ze zondig zijn en kunnen falen in het leven? Waarom houdt Hij daar geen rekening mee? Mozes heeft de wet versoepeld omdat de eisen ervan onhaalbaar waren. Jezus doet over die toegeving nogal schamper: ‘Omdat u hardleers bent, heeft Mozes u dat voorgeschreven.'

We weten uit andere passages in het evangelie dat Jezus wel weet hoe mensen kunnen falen. Maar blijkbaar is dat voor Hem geen reden om iets af te doen van zijn hoge eisen. Hij kan tegelijk zeer radicale eisen stellen en de falende mensen toch liefdevol behandelen. Zowel het ene als het andere komt rechtstreeks voort uit zijn liefde voor ons. Ook als zondaars zijn we geroepen tot trouwe liefde.

Zoeken in Preken Online