Is dit alles … wat er is …". Nog met regelmaat, dierbare gasten en parochianen van deze Vredeskerk; nog met regelmaat schalt het bekende lied van Doe Maar met dát refrein door de luidsprekerboxen van de radio: “Is dit alles … wat er is …” - woorden die uitdrukking geven aan een besef van teleurstelling in het leven - omdat het misschien niet geeft en biedt wat een mens er eigenlijk in van verwacht en gedroomd had. Het kan tegenvallen - het leven. Het is vaak veel kleiner, beperkter, banaler en veel minder mooi en opwindend dan je zou hopen …
D’r is nu een t.v.-programma dat heet “De gouden kooi”. Een aantal mensen laat zich vrijwillig voor een jaar of misschien wel twee opsluiten in een luxe villa ergens in ’t Gooi. Men heeft daar een luizenleventje, van alle gemakken voorzien. Men baadt er in luxe. De mensen mogen er alleen niet uit. En ze zitten bovenop elkaars lip. En overal zijn camera’s. En het programma is zó opgezet dat de mensen tegen elkaar worden opgestookt. Het is de bedoeling eigenlijk dat ze het bloed onder elkaars nagels gaan uithalen. Gezellig! Binnen de kortste keren zou de zaak moeten escaleren. Dat is de bedoeling. Dat programma - het is wat je noemt een “laboratorium-situatie”. In zekere zin worden de gewone omstandigheden van het leven erin nagebootst en verhevigd. Het gewone leven, maar dan als een kookpotje op het gasfornuis. Want, geef toe, veelgeliefden: in zekere zin zitten we allemaal in een soort “kooi” zou je kunnen denken - al is die voor de meeste mensen in hun beleving geen “gouden” kooi … Maar ik bedoel: we worden in ons leven allemaal met de nodige beperkingen geconfronteerd: Ik heb dít lijf, met déze mond, ogen, oren, haar, buik en benen - welgevormd en mooi, minder mooi of ronduit lelijk … Ik heb déze leeftijd, ben “jong” of “oud”. Ik woon in dít land (waar het veel te vaak koud en nat is), in déze stad, in déze straat in deze woning. Ik heb déze buren (ook op die aardig en rustig zijn of herrie maken en overlast geven). Ik heb déze familie en déze partner (waar misschien vanalles op valt aan te merken). Of: ik heb géén partner. Ik heb déze ouders (of heb ze niet méér; ik had ze …) en ik heb misschien déze kinderen of misschien ook: géén kinderen. Ik heb déze geschiedenis … En ga zo maar door … Het is allemaal zo concreet en zo reeël als wat. Het hangt allemaal van de beperkingen aan elkaar. En dat kan voelen als heel beklémmend en benauwd. Mensen kunnen zich gekooid voelen in hun levensomstandigheden, vooral als ze oud, ziek, arm of alleen zijn. Dat kan het gevoel geven van in een soort gevangenis te zijn opgesloten … Een kooi, een gouden kooi of een een kooi van gietijzer, maar een kooi, hoe dan ook … Is dit alles? Is dit alles wat er is?
Een flinke groep parochianen is afgelopen week samen naar de Rialto-bioscoop geweest naar een Duitse film, van Philip Gröning, - “Die große Stille” heet de film, “de grote stilte”. Die film gaat óók over mensen die zich vrijwillig hebben laten opsluiten, karthuizer-monniken in hun klooster “La Grande Chartreuse” in de Franse Alpen. De film duurt drie uur en er wordt bijna geen woord in gezegd (want die monniken zwijgen nu eenmaal bijna voortdurend), maar ik heb me geen moment verveeld moet ik zeggen … Terwijl er in “De Gouden Kooi” eindeloos wordt gebabbeld en gezwetst waarschijnlijk en dat al gauw heel erg de keel gaat uithangen, daar wordt het monnikenleven zoals de film dat laat zien juist doortrokken van een grote vrijheid en laat het een grote schoonheid zien. Er zitten veel close-ups in de film: gezichten, maar ook bloemen en détails van de kloostergebouwen, gebruiksvoorwerpen bijvoorbeeld, worden van dichtbij in beeld gebracht en blíjven dan vaak ook wat langer in beeld - als om te zeggen: denk niet te gauw: “ik heb ’t wel gezien”. Nee, kíjk, kijk opníeuw, kijk door de oppervlakte van de mensen en de dingen en de natuur- en cultuurverschijnselen; kijk daar doorhéén. En zie! Zie het mysterie! Zie hoe God zelf zich openbaart in alle mensen en in alle dingen …
In een tijdschrift Jonas[13]las ik een interview met Justin Kievit, sommige mensen hier kennen hem of hebben in elk geval, door zijn moeder Corrie, óver hem horen spreken … Aan Justin wordt gevraagd wat meditatie voor hem heeft betekend. En hij antwoordt: “Eerder verlangde ik naar exotische oorden en spectaculaire ervaringen. Ik weigerde de werkelijkheid - die soms schraal kan zijn - te accepteren en wilde ervoor vluchten. Nu verzoen ik me met het leven zoals het is.” Prachtig! Veelgeliefden, daar gáát het om! Je verzoenen met het leven zoals het is en, méér nog, er de schoonheid van zien; zien hoe God er de volheid van Zijn Licht en van Zijn Liefde in heeft uitgedrukt en hoe wij vreugde kunnen en mogen vinden in ons leven - zoals het is.
Ik denk, de boodschap die we op deze zondag mogen putten uit de beide schriftlezingen die zijn voorgelezen, is geen andere … Bij de profeet Jesaja wordt het visioen geschilderd van een wereld die vrede kent: “Zij zullen hun zwaarden omsmeden tot ploegijzers en hun speren tot snoeimessen. Geen volk zal nog het zwaard trekken tegen een ander volk, geen mens zal meer weten wat oorlog is …” Deze woorden doe mij denken aan een tekst in één van de boeken die naast de bijbel mijn lijfboeken zijn, in de Tao Te King namelijk, een oertekst van de Chinese wijsbegeerte. Ik citeer:
" Een klein land met weinig inwoners eeft werktuigen voor tien en voor honderd man, maar laat ze ongebruikt.
De mensen nemen de dood serieus en wachten zich wel voor verre reizen.
Hoewel er boten zijn en rijtuigen, wil niemand ergens heen.
Hoewel er wapentuig is, Is er geen gelegenheid het te tonen.
Het volk knoopt touwen en gebruikt ze. Het eten smaakt, de mensen houden van mooie kleren,
in de huizen is geborgenheid en de gewoonten zijn vrolijk.
In twee naburige dorpen, Zo dichtbijgelegen dat je de hanen hoort kraaien en de honden hoort blaffen, worden de mensen oud en sterven zonder elkaar ooit bezocht te hebben."
Tot zover de Tao Te King[14]. Als iedereen zich verzoent met het leven zoals het is, als iedereen “het” kan vinden op de plek waar hij of zij is en het niet langer van ánderen of dóór anderen of ergens anders verwacht te krijgen - dan komt er een einde aan de oorlog is de boodschap van de Tao Te King. Het land vullen met zilver en goud, “hoe meer schatten, hoe beter.” De stallen vullen met paarden, “hoe meer wagens, hoe beter” - tegen zo’n mentaliteit van naar je toe halen en veroveren en oppotten keert zich ook Jesaja en hij kondigt aan: zo’n mentaliteit zal als een boemerang naar jouzelf terugkeren en je zult er hárd door getroffen worden, door die boemerang …
In het evangelie gaat het om man en vrouw. Mag je elkaar “verstoten” - vertaalt De Nieuwe Bijbelvertaling heel sterk en mijns inziens tendentieus - misschien in een poging de op dit punt hard lijkende evangelische boodschap een beetje aanvaardbaarder en leuker voor de mensen te maken, vooral voor de gescheiden mensen (over wier individuele levensomstandigheden en -geschiedenis ik mij overigens zeker niet in beoordelende zin wil uitlaten)? Maar er stáát gewoon: “losmaken”: Mag je je van elkaar losmaken? Dat is dus niet de bedoeling … Waarom niet? Ik denk: opdat mensen elkaar niet te kort doen; opdat ze niet denken: Is hij/is zij “nu alles wat er is”. Is er geen boeiender, is er geen aantrekkelijker partner te vinden? Is er geen liefdevollere relatie mogelijk? - Ja, dat is zeker mogelijk. Alleen: daarvoor hoef je je niet los te maken van de partner die je nu hebt. Kijk! Kijk opnieuw! Kijk naar de mensen die er nú op dit moment in je leven zijn in hetzelfde licht zoals we dat ook zien schijnen op de mensen en de dingen in die film “Die große Stille”, de grote stilte. Als jij durft te kijken, opnieuw durft te kijken, naar de mensen en de dingen in het licht van het geloof, met de blík van het geloof en dat betekent: als jij liefderijk durft te kijken, dan zullen de mensen en de dingen zich op een nieuwe manier laten zien, dan gaan ze open, dan bloeien ze op, dan zullen ze de heerlijke geur van God’s liefde voor jou gaan verspreiden. Amen.