Voorstenen (2003)

B-cyclus · Tijd door het jaar · 26e zondag · groen

Afgelopen zondag was er in Best op het raadhuisplein en zogenoemde sociale markt.

Allerlei sportverenigingen, belangengroepen en instellingen hadden een stand. Als je de pleitbezorgers van enkele charitatieve instellingen hoorde praten, kon je denken dat er een missionaris aan het woord was.

Ze hadden kennis van zaken en ook ontbrak het niet aan het geestesvuur, wat je daarbij nodig hebt. Dat vuur spatte er vanaf zoals dat gebeurt wanneer je twee vuurstenen tegen elkaar slaat. De sprekers waren bij mijn weten geen predikanten, want vanuit de kerk kende ik er maar weinigen van. Toch zouden ze daar goed passen althans om daar goed verstaanbaar hun pleidooi over de luisteraars uit te storten. Hij zou een mooie happening kunnen worden als ze dan meteen al die anderen die nooit in een kerk komen mee brachten, niet voor de liturgie, maar voor hun vlammende betoog. Ze zijn dan natuurlijk niet benoemd door de bisschop maar geest hebben ze wel, vurig, veel en goed.

Er zijn tijden geweest dat zulke mensen onmiddellijk de mond werd gesnoerd, door kerkelijke en wereldlijke machten. Je moest per se hun zegen hebben, anders kwam je niet aan bod. Er zijn landen waar dat nog zo is. Hier krijgen zulke bevlogen mensen de kans en die grijpen ze gelukkig ook.

Er zijn ook politici waar het vuur vanaf spat. Zo had de overleden burgemeester van Tilburg de sympathie van mensen die nooit op zijn partij hadden gestemd. Maar hij liet nu eenmaal zo nu en dan op overtuigende wijze zien en horen hoe ergens arme sloebers onrecht werd aangedaan.

Zulke bevlogen sprekers mensen noemden ze vroeger profeten. Ze noemden ze zo omdat je als toehoorder de indruk zou kunnen krijgen dat ze een boodschap brengen van de Allerhoogste die niemand ooit heeft gezien. Het zijn mensen met een oproep of een boodschap die over meer gaat dan over de banaliteiten van elke dag. Van hen wordt wel eens gezegd dat ze niet van deze wereld zijn, maar dat zijn ze echt wel.

Tegen het einde van de Middeleeuwen moest een dergelijke spreker eerst bewijzen dat hij of zij ook geloofde in een aantal vastgestelde waarheden en wetten. Dan kreeg die persoon een aanstelling van de bisschop al om ook in een kerk zijn mond open te mogen doen.

Die praktijk leek veel op hetgeen Josua wilde ten tijde van Mozes: Er waren in het kamp twee mannen links en rechts aan het woord die de mensen aanspoorden tot rechtschapenheid. Ze hadden zichzelf een beetje buiten de sprekersclan opgesteld.

Maar zij deden dit met een geestdrift alsof ze Mozes zelf waren of minstens door hem of door de Allerhoogste zelf benoemd. Josua wilde dat Mozes dat verbood, want stel je voor “morgen begint iedereen vol vuur op te komen vuur vrede en gerechtigheid”. “Was dat maar waar”, zegt Mozes,“zo is het nog lang niet en zal het ook wel niet komen”. Wel mogen we nu gerust aannemen dat iedereen die opkomt voor gerechtigheid en vrede, dat die Gods woord verkondigd, dat weet je niet door zijn benoeming, maar dat weet je van de inhoud. Wie het kan en durft moet het doen.

Zoeken in Preken Online