Concurrentie (2006)

B-cyclus · Tijd door het jaar · 26e zondag · groen

Wie een product op de markt brengt dat tenminste een beetje de moeite waard is moet er op rekenen dat er binnen kortste keren zich een concurrent aandient. Of het nu gaat over spoorwegen, over theelepeltjes of over een of ander sprankelend idee voor de inrichting van het voortuintje, er zal zich al gauw iemand melden met betere treinen en betere en goedkopere lijndiensten, mooiere lepeltjes of een tuintje met nog minder onderhoud. Als er te weinig concurrentie is of zelfs helemaal ontbreekt dan duurt het niet lang of er zit de klad in, niemand spant zich nog in om iets te verbeteren of te veranderen. In het algemeen is de consument wel gediend met concurrentie ook al hebben concurrenten meestal een hekel aan elkaar. Dat vind je zelfs onder kunstenaars. De ene pianist zal dan de minutenwals van Chopin nog sneller proberen te spelen dan de andere of vind van die ander dat het een prutser is om dat er geen gevoel in zit of zoiets. Het is zeker in de computerwereld bekend dat concurrenten elkaar proberen de nek om te draaien om een monopoly te verwerven, want dan zit je goed al duurt dat natuurlijk lang niet eeuwig. Prijsvechters of andere vechters zijn elkaars stimulans, dat lijdt geen enkele twijfel.

Wat geldt voor de markt, geldt ook voor de dienstverlening en ziekenzorg. We hebben wel in de gaten dat als de concurrentie ontbreekt, de dienstverlening niet beter en zeker niet goedkoper wordt. Ook daar zijn hele groepen die een soort monopoly hebben bemachtigd en die geven dat niet zo maar af. Zelfs onder degene die zich inzetten voor gerechtigheid, vrede, voor de armen en gebrekkigen, de onderkant van de samenleving dichtbij en veraf, zoals christenen dat vanouds doen, ook daar is soms hevige concurrentie. We hebben in Europa een tijd gehad dat dit zo’n beetje een Rooms Katholiek, kerkelijk monopoly was. Ze deden echt wel hun best, maar de vaart raakte er toch wat uit, veranderingen en verbeteringen werden steeds trager. Andere groeperingen meldden zich, er ontstonden protestantse diakonessenhuizen en zelfs niet christelijke idealisten probeerden in liefde en zorg de loef af te steken.

Wat geldt voor de zakenmarkt en voor de hulpverlening, gaat ook enigszins op voor de kerkbeleving.
Als gelovige kerkgemeenschap kan het geen kwaad eens over de muur naar de buren te kijken. Je ziet dan dat vrome moslims vijf keer per dag hun hart verheffen tot God. Je ziet dat de kleine groep van vrijgemaakte protestanten meer jongeren aan zich weet te binden, dat Pinkstergemeenten bijna in trance raken bij het zingen en dat elk lid van de Quakergemeenschap persoonlijk voor de eigen kerk op pad gaat. Nu “heb elk foordeel wel se nadeel”, maar het kan geen kwaad om met respect over die buren te praten en om te onderzoeken of we er wat van kunnen leren. Misschien doen we er goed aan om vrede te nemen met een kleinere kerkgemeenschap, moeten we vaker gelegenheid geven voor een stil gebed, moeten we vaker kerkleden persoonlijk vragen voor een taak of ons liedprogramma verder aanpassen.
Volgens het vandaag gelezen evangelie waren er in het prille begin van het christendom al predikanten die niet de cours van de apostelen volgden. De apostelen lijken jaloers te zijn op de anderen, alsof ze tekort zijn gedaan door de aanhang die de andere predikanten voor zich weten te winnen.
Tegen deze achtergrond kunnen we ons beter afvragen, waar het eigenlijk om gaat bij het volgen van Jezus. In die tijd ging het niet om het bouwen of handhaven van kerkgebouwen, want Jezus had geen eigen gebouw. Het ging niet om een zangkoor, een dansgroep of regelmatige samenkomsten. Jezus spreekt daar niet over. Hij predikt het Rijk der hemelen, een rijk van mensen die zich inzetten voor gerechtigheid en hulpverlening. Een zangkoor, een eigen gebouw en samenkomsten zijn daarbij een steun in de rug, hulpmiddelen, die plaatselijk en tijdelijk van kleur en smaak kunnen veranderen. Het kan daarbij nuttig zijn om zo nu en dan eens naar de buren te kijken.
Niet vanwege gebrek aan zelfrespect, maar we kunnen hun concurrentie een stimulans laten zijn. Dat vond Jezus Christus ook zo en daarom geven we dat hier door. Amen

Zoeken in Preken Online