Professionals en beunhazen (2000)

B-cyclus · Tijd door het jaar · 26e zondag · groen

Professionals hebben een hekel aan beunhazen. Het zal je ook maar gebeuren. Dan heb je jarenlang op een zolderkamertje medicijnen of zoiets gestudeerd, nog eens jaren er bovenop voor een of andere specialisatie en na al die jaren het goedkope hulpje van professoren en specialisten te zijn geweest kom je eindelijk glorierijk zelf als specialist te voorschijn. En dan nog wordt je gepasseerd door een goede huismoeder die weet dat je een ontstoken mond moet spoelen met bosbessensap en het helpt nog ook. Of een of andere therapeut die na een China-reis knobbels wegduwt, hoofpijn wegprikt en succesvol goedkope drankjes uitdeelt. Dat is toch bitter.

Je komt het overal tegen: huiskappers, kladschilders, computerprutsers en dezer dagen worden we speciaal gewaarschuwd tegen automonteurs die geen dealer zijn. Geloof me, de vakman of-vrouw heeft er een hekel aan en geeft hun een titel die geen twijfel laat bestaan over de afschuw. Toch zijn er heel wat beunhazen die aardig presteren en dat was in de Middeleeuwen al reden genoeg om de timmerman die niet tot het gilde behoorde een “dakhaas” te noemen en voor het gerecht te slepen. Het gerecht heeft het vervolgens daar altijd moeilijk mee gehad. Ten eerste maakt ook de rechter graag gebruik van die handige buurman en waar liggen de grenzen tussen niet-gediplomeerd maar succesvol helpen en beroepsuitoefening. Nog vervelender wordt het als de beunhaas zelfs meer succes heeft dan de beroepskracht. We hebben het hier niet over vrijwilligerswerk, maar over mensen die soms tegen een zacht prijsje de beroepskracht op een parkeerplaats zetten. Onlangs was ik in een kerk waar een leek ,-de onderkoelde toon waarop ik dit uitspreek mag u niet ontgaan- waar een leek, bij ontbreken van een pastoor het woord voerde en wel zo hart verwarmend en inspirerend dat ik zou moeten uitroepen: Hoe durft ie, waar bemoeit ie zich mee, we moeten dit verhinderen! Wie is hier de beroeps? Van moslims, van Hindoes, van allerlei religies en levensbeschouwingen weten we voorbeelden van hun misdragingen. Soms zelfs nog meer dan van christenen. Maar we mogen niet vergeten: Ze hebben ook ziekenhuizen en opvangcentra en geven hulp aan oude mensen, uitgestotenen, aan de zwakken in de samenleving. Wie zijn hier de beroepskrachten. Wij christenen toch zeker! We moeten hen voor het gerecht slepen, het verbieden en hen tegenhouden.

Wacht even. Dit komt ons bekend voor. Apostelen, eerste leerlingen van Jezus hadden begrepen dat het hun taak was om demonen uit te drijven, demonen van hebzucht, machtswellust, van jaloezie, van alles wat mensen ziek maakt naar lichaam of geest. Dat deden ze met succes. Maar er waren er meer die dat deden en nog wel in Jezus naam. Geen geregistreerde volgelingen, beunhazen dus. “Verbied het hun, hou ze tegen”, vragen ze aan Jezus. “Helemaal mis”, zegt Jezus. “Laat ze toch begaan, zodat deze taak niet ophoudt bij degenen die zich christen willen noemen. Inderdaad zijn ze een uitdaging voor alle christenen om hen te passeren in daden van goedheid. Probeer de ze maar voor te blijven tot de dag waarop er zoveel beunhaas-christenen zijn dat het verschil is weggevallen met de echte. Dan zijn we zo ver als juist de bedoeling is: een wereld helemaal naar de geest van Jezus Christus. Moge het zo zijn.

Zoeken in Preken Online