26e zondag door het jaar B

B-cyclus · Tijd door het jaar · 26e zondag · groen

Zesentwintigste Zondag door het jaar - B 29 september 2024

Evangelie: Mc. 9, 38-43. 45. 47-48

Wat zegt Mgr. Romero over deze tekst?

Tijdens zijn homilie op deze Zesentwintigste Zondag door het jaar - B wijdt Mgr. Romero slechts één korte paragraaf aan de evangelietekst die voor vandaag is voorgeschreven. We kunnen even ingaan op wat hij daarin zegt, voor wat betreft drie aspecten.

God geeft ons, mensen, wondermooie ‘gaven’, capaciteiten, charisma’s.

Niemand kan of mag de charisma’s in de Kerk monopoliseren.

Het zou van de meest absurde kleinzieligheid getuigen wanneer iemand zou willen verminken wat God aan de mensen geeft, en zeker aan wat Hij toevertrouwt aan de meest onbeduidende onder ons.

  1. Alle mensen ontvangen wondermooie capaciteiten, met de bedoeling dat ze daar iets moois mee zouden doen in het leven. De menselijke creativiteit is onnoemelijk rijk en groot. We hebben gelukkig niet allemaal dezelfde capaciteiten of ‘gaven’ van God meegekregen. Dat maakt de verscheidenheid alleen maar boeiender en het laat ook zien hoezeer we elkaar nodig hebben. Als meer mensen hun capaciteiten ten dienste stellen van meer mensen, dan wordt het sowieso een mooiere wereld. In het eerste boek van de Bijbel heet het dat God ons tot leven roept om samen aan die mooiere wereld te werken. Wij zijn geschapen naar Gods beeld, met een afdruk van Gods gelaat, en met in onze handen Zijn opdracht om de geschiedenis van de mensen goddelijk te maken. Dat wil zeggen: de wereld mee te scheppen en te omvormen tot een paradijs van gerechtigheid, vrede, solidariteit, broederschap, vrijheid, barmhartigheid, leven in overvloed… Daartoe dienen al de capaciteiten die we kregen en die we verder mogen ontwikkelen. Voor iedereen is er zo een stukje van de wereld voorzien, dat ons is toevertrouwd om van daaruit de hele wereld mooier te maken.

In onze familie en in onze gemeenschap mogen we onze capaciteiten ontdekken en tot bloei laten komen. We hebben daarbij de bijdrage van iedereen broodnodig. Niemand is te veel. Niemand mag uitgesloten worden.

Zo mogen we bijvoorbeeld naar de vluchtelingen toegaan. Op zoek naar leven en toekomst komen ze bij ons aan. Wij mogen hen uitnodigen om hun capaciteiten ten dienste te stellen van onze grote gemeenschap. Zo mogen mensen in De Ark-gemeenschappen ervaren dat iedereen, ook wie zware beperkingen heeft en veel geleden heeft, een schat aan gaven bezit die het leven mooier maken. In de meest kritische levenssituaties komt er bij mensen heel veel solidariteit en goedheid naar boven. Mensen kunnen het niet laten ‘goed’ te zijn voor anderen - dat is: hun gaven ten dienste te stellen van het leven van anderen. En daarin zijn ‘kleine’ mensen vaak nog de grootste helden. Van hen hebben we vaak nog het meest te leren. Natuurlijk hebben we ook de vrijheid om onze gaven niet of ten kwade te gebruiken. Maar de meeste mensen doen dat niet. Want het is gelukkig zo dat (zoals de titel van een recent succesboek van Rutger Bregman zegt): ‘De meeste mensen deugen’…

  1. In de Kerk worden de gaven die God ons schenkt vanouds als ‘charisma’s’ bestempeld. We hebben het dan over die gaven en capaciteiten die gemeenteleden ten dienste stellen van de hele kerkelijke dynamiek, als een teken en een instrument ten dienste van Gods Rijk. We mogen ons daarbij niet beperken tot de in de traditie genoemde ‘gaven van de Geest’ (wijsheid, inzicht, raad, sterkte, kennis, vroomheid, ontzag voor God). We mogen en moeten evenzeer kijken naar àlle menselijke capaciteiten die ons gegeven worden, en die stuk voor stuk een bijdrage kunnen leveren opdat de Kerk haar opdracht en missie zou vervullen in de geschiedenis van vandaag en morgen. Mgr. Romero legt hier meteen een duidelijke vinger op een zwakke plek in de Kerk: “… Niemand kan of mag de charisma’s in de Kerk monopoliseren”, zegt hij. Mensen in het ‘ambt’ hebben het dikwijls moeilijk om ‘leken’ volop tot ontplooiing te laten komen, en dat geldt ook buiten ‘het ambt’ in het algemeen voor mannen die zo vaak domineren over vrouwen, (ook) in de Kerk. Ze behouden graag kerkelijke privileges voor zichzelf, en willen zo controle houden over de gaven van de Geest. De klerikalisering (oftewel het monopoliseren van de charisma’s door de clerus) heeft veel schade toegebracht aan de Kerk, en op vandaag betalen we daar een hoge prijs voor. De gaven van de Geest beperken zich uiteraard niet tot de binnenkerkelijke opdrachten. Het gaat immers over het realiseren van het ‘Rijk Gods’, een mensenfamilie die leeft in gerechtigheid en solidariteit, in vrijheid, waarheid en barmhartigheid, en waar leven te vinden is voor iedereen. Kerkgemeenschappen worden vandaag ‘kleiner’. Misschien moeten we in dat verband en naar de toekomst toe terugdenken aan wat Bisschop Dom Helder Camara van Brazilië ooit zei over de ‘Abrahamitische minderheden’: het zijn kleine gemeenschappen van Jezusvolgelingen die hun gaven en capaciteiten ten volle ten dienste stellen opdat het zaad van Gods Rijk in de geschiedenis zou kunnen ontkiemen en tot groei zou komen.

  2. We citeren nu letterlijk uit de preek van Mgr. Romero: “… Het zou van de meest absurde kleinzieligheid getuigen wanneer iemand zou willen verminken wat God aan de mensen geeft, en zeker aan wat hij toevertrouwt aan de meest onbeduidende onder ons.” Hier gaat het om Gods gave aan ‘kleine mensen’, aan mensen in de marge van onze (westerse) samenleving, aan mensen op de vlucht, aan verarmde mensen in de textielindustrie en de technologieproductie in veel landen in het Zuiden, aan mensen die in armoede gehouden worden terwijl hun politieke leiders er een ‘schoon spel’ van maken samen met de economisch machtigen. Mochten we meer oog en oor hebben voor deze ‘onbeduidende’ mensen en hun gaven, hun capaciteiten en hun inzet, en die ten volle waarderen, dan zou de wereld zichtbaar veranderen. We hebben overigens veel van hen te leren. De oorspronkelijke bevolkingen in Latijns-Amerika, Afrika en Azië weten bijvoorbeeld maar al te goed hoe je met de natuur moet omgaan opdat die blijvend leven zou mogelijk maken. Misschien heeft het ook te maken met geloof in ‘de kleine goedheid’ die toch wel bij de meeste mensen aanwezig is. Ja, misschien is dàt wel de grootste van alle gaven: dat we mogen groeien in die ‘kleine goedheid’ van mens tot mens. De kleine, de zwakke en gekwetste mensen geven ons daarbij dikwijls het voorbeeld.

Suggestie van vragen voor bezinning en actie, persoonlijk en in onze gemeenschappen:

Welke zijn mijn capaciteiten of mijn gaven? Hoe kan ik er voor zorgen dat die ten volle tot ontplooiing kunnen komen? Hoe kan ik die gaven ten dienste stellen van de grondige verandering die onze geschiedenis broodnodig heeft?

Hoe gedraag ik me tegenover de mooie initiatieven van anderen? Word ik jaloers wanneer anderen hun gaven inzetten ter verbetering van de wereld, of word ik door hen uitgedaagd om ook het mijne daartoe bij te dragen? Kunnen we voorbeelden aanhalen van zulke mooie en zinvolle initiatieven die we zien gebeuren, veraf of dichtbij?

Welke gaven en capaciteiten heb ik al mogen ontdekken en waarderen in ‘kleine mensen’? Wat heb ik van hen mogen leren?

Ludo Van de Velde

Deze Bouwstenen werden oorspronkelijk geschreven als homilie voor zondag 26 september 2021 – de tekst werd nu wat herzien voor de Zesentwintigste Zondag door het jaar-B, 29 september 2024.

Ludo Van de Velde (1949), afkomstig uit Oelegem, leefde en werkte sinds 1977 in Centraal Amerika.  Hij was gedurende 9 jaren fidei donumpriester in Guatemala, El Salvador en Nicaragua.  Hij is gehuwd en vader van twee dochters.  Wonend in El Salvador was hij gedurende 25 jaren eerst ngo coöperant en nadien regiocoördinator van Volens.  Dank zij de diepe inspiratie van Mgr. Romero en de roep van arme mensen in kerkelijke basisgemeenschappen aan de rand van San Salvador, kon hij, samen met zijn vrouw Tere, de laatste 10 jaren met hen weer verder optrekken  Zo werd hij opnieuw wie hij altijd geweest was: priester in dienst van de armen en in dienst van het Evangelie.  Sinds eind februari 2021 wonen ze in Brugge, dicht bij hun (klein-) kinderen, op zoek naar nieuwe uitdagingen.


Wekelijkse reflectie onder het licht van Romero - nr. 29. Zesentwintigste Zondag door het jaar-B – 29 september 2024.

God is zo niet. Hij is Rechtvaardig en Goed.

“Diegene waar velen tegen vechten, dat is niet de ware God, maar ze richten zich veeleer op het valse idee dat zij van God hebben gemaakt.’ - dit is een uitspraak van Paus Luciani, Johannes Paulus I. Een God die de rijken beschermt, Die niets anders doet dan ons bedreigen en treiteren, Die jaloers is op onze vooruitgang, Die voortdurend van bovenaf onze zonden bespiedt om er behagen in te scheppen en ze ten gepasten tijde te bestraffen… Beste Chesterton, weet je, God is zo niet; Hij is zowel rechtvaardig als goed; Hij is een Vader ook van verloren kinderen, die Hij niet in gemene en ellendige toestand wil zien, maar groot en vrij, als zelfbewuste (mede)scheppers van hun eigen lotsbestemming. Onze God is ook geen rivaal van de mens; Hij is veeleer Iemand die de mens tot Zijn vriend wil maken en hem roept om te delen in Zijn eigen goddelijke natuur, in Zijn eigen gelukkige eeuwigheid. En het is verder ook niet waar dat God te veel van ons vraagt; integendeel, Hij is met weinig tevreden omdat Hij heel goed weet dat wij mensen niet veel hebben…”

Vandaag beginnen we onze wekelijkse overweging met een citaat uit de geschriften van Paus Johannes Paulus I, zoals Mgr. Romero dat in zijn homilie van deze zondag vermeldt. De belangrijkste vraag daarbij is niet of wij al dan niet in God geloven, maar vooral: in wèlke God wij geloven. In El Salvador zullen er maar weinig mensen zijn die zouden beweren dat zij niet in God geloven. Maar het is in de manier waarop wij leven, de manier waarop wij handelen, de manier waarop wij met elkaar en met de natuur omgaan.., dat wij laten zien in wèlke God wij geloven. Buiten de drie monotheïstische godsdiensten (het geloof in één God) is de hemel gevuld met een heel aantal ‘goden’ die met elkaar en met de mensen interageren. In het Judaïsme stelt de Tora (ons Oude of Eerste Testament) de afwijkingen aan de kaak die gelegen zijn in het aanbidden van de goden van andere volkeren. Ze noemen hen ‘valse goden’, ‘afgoden’ of ‘idolen’. Door de uiterst gewelddadige acties van extremistische islamitische groeperingen hebben wij het valse idee gekregen dat Allah zich verheugt in bloedvergieten en een enorm autoritair en gewelddadig optreden van mensen rechtvaardigt (en dat misschien zelfs aanmoedigt). In het christendom van Latijns-Amerika hebben we de aanklachten van Monseigneur Romero gehoord, toen hij ons allen opriep om ons af te scheiden van de valse goden, de afgoden van macht, rijkdom, genot en organisatie. Vandaag waarschuwt hij er ons voor geen valse beelden van God te scheppen, beelden die afkomstig zijn uit het leger aan goden en afgoden dat in de wereld bestaat, en die ons voortdurend proberen te verleiden, in de hoop dat we vroeg of laat in hun val trappen.

Samen met Paus Johannes Paulus I wil Mgr. Romero een heleboel valse beelden en opvattingen over de God van Jezus ontmaskeren. God beschermt de rijken niet. God stelt geen eisen met chantage of dreigementen. God is niet jaloers op de vooruitgang van de mensheid. God bespioneert ons niet om zich te verheugen in een bestraffing waar de mens niet aan kan ontsnappen. God is geen rivaal van de mensen. God vraagt niet en nooit van ons wat wij niet kunnen doen… Tot zover Monseigneur Romero. Maar we kunnen nog verder gaan, en nog meer zeggen over wie of wat al even zeker de God van Jezus niet is. In de hymne voor de martelaar Padre Rafael Palacios zingen we: ‘… Onze God is niet in de tempel, maar in de gemeenschap…’ God spreekt niet door de woorden, uitgedrukt in de vorm van zegeningen, van heersers en politici. God is niet aanwezig wanneer de priester de nieuwe infrastructuren van de oligarchie zegent. Op het dollarbiljet wekt het Amerikaanse imperium de indruk van op God te vertrouwen (‘In God We Trust’), maar het is de god van macht en rijkdom waar ze het hier over hebben. In de sterkste teksten van het Eerste Testament werd de gemeenschap er zich geleidelijk aan van bewust dat God geen slachtoffers wil, geen offers en geen aanbidding, maar gerechtigheid.

Johannes Paulus I (en met hem Monseigneur Romero) zegt ons dat de God van Jezus ‘rechtvaardig en goed tegelijk’ is, een Vader ook van verloren kinderen. God wil ons zien als grote en vrije mensen, als zelfbewuste (mede)scheppers van ons eigen leven. God wil een Vriend van de mensen zijn. God roept ons op om voortdurend deel te nemen aan het scheppende werk in de natuur en in de geschiedenis. God kent tegelijk ook onze beperkingen. Op deze manier zullen wij deel hebben aan het goddelijk geluk. En we kunnen daar nog andere aspecten aan toevoegen. In de stichtingservaring van het Bijbelse volk ontdekten groepen uitgebuite en onderdrukte mensen (door - in die tijd – het ‘systeem’ van Egypte) dat hun angstkreten door God werden gehoord. God spreekt niet tot de Farao’s, noch door hen. Hij deed dat niet in die tijd, en Hij doet dat ook niet vandaag. En zij werden zich er van bewust dat God zich inzette voor hun bevrijding van het juk van de Egyptenaren, de Babyloniërs, de keizerrijken van alle tijden. Ze zijn gaandeweg deze grote waarheid over God gaan ontdekken: Hij spreekt alleen maar vanuit het gelaat van de armsten, de meest uitgeslotenen, de meest hongerigen, zij die het meest lijden.

Zo begrijpen wij dat het van fundamenteel belang is om na te gaan hoe wij handelen en hoe wij ons verhouden tot andere mensen, in het bijzonder tot ‘families die armer zijn, meer lijden, meer uitgesloten zijn dan de onze’. Aan wie of wat beantwoorden wij werkelijk: aan de eisen van de markt (het geld), aan de eisen van de machthebbers (de uitvoerende, wetgevende, rechterlijke macht, de media), aan de eisen van degenen die aan de top van organisaties staan? Wie dienen wij, ook als we alleen maar gedwee meelopen met de massa? Wie zet ons er toe aan om op de een of andere manier te handelen? In onze familiale, sociale, politieke en economische praktijk laten wij zien in welke God wij geloven en welke God wij aanbidden. Terwijl het verder eigenlijk niet zoveel uitmaakt of, waar en hoe we dan letterlijk gaan aanbidden.

Tere en Ludo Van de Velde

Deze reflectie was oorspronkelijk geschreven voor zondag 26 september 2021, en werd nu herzien voor de Zesentwintigste Zondag door het jaar-B, 29 september 2024. Voor deze overdenking zijn wij vertrokken van een citaat genomen uit de homilie van Monseigneur Romero tijdens de eucharistieviering op de Zesentwintigste Zondag door het jaar-B, 30 september 1979. Homilías, Monseñor Oscar A Romero, Tomo V, Ciclo B, UCA editores, San Salvador, p. 369.

Zoeken in Preken Online