Een Kind in het Midden (2003)

B-cyclus · Tijd door het jaar · 25e zondag · groen

U hebt de foto’s vast wel eens gezien, bijna alle machtige leiders van onze aarde houden ervan. Een foto met een kind, liefst op de arm. Een mooie schoon- gewassen kleuter. Zo willen de machtigen aan iedereen duidelijk maken dat zij het beste met de mensen voorhebben.

Wat voor een kind zal het geweest zijn dat Jezus in het midden van zijn leerlingen neerzette? Moeten we denken aan een kleuter in zijn mooiste kleren? Of was het misschien zo’n kind zoals we ze vaak kunnen zien op tv beelden, een kind met grote vragende ogen, die smeken om een plek waar ze kunnen leven, een plek waar ze veilig kunnen zijn?

Vandaag op vredeszondag horen wij in het evangelie over Jezus en dat kind dat Hij midden tussen de kibbelende leerlingen zet.
Jezus is op weg naar Jeruzalem, het is geen plezierreis, geen bedevaart. Op zijn tocht probeert Jezus aan zijn leerlingen duidelijk te maken wat daar in Jeruzalem zal gebeuren, daar zal Hij worden overgeleverd aan de handen van mensen, daar wacht Hem lijden en dood. Maar ze zijn doof, ze luisteren niet, ze reageren niet, ze zijn bezig met hun eigen dingen. Ze lopen alvast de baantjes te verdelen en ze vragen zich af wie van hen de voornaamste en de belangrijkste is.

Als Jezus hen, eenmaal thuis, vraagt: waar hebben jullie het onderweg over gehad, wordt het pijnlijk stil. Dan neemt Jezus een kind, omarmt het en zet het in hun midden. Alsof Hij wil zeggen: twisten over wie de grootste is? Jullie hebben nog weinig van Gods Rijk begrepen.

Het lijkt mij goed om ons te realiseren dat een kind in de dagen van Jezus nauwelijks betekenis had. Het telde nog niet mee, onmondig als het is. Godsdienstig heeft het niets te betekenen omdat het de wet nog niet kent. Economisch was het niet in tel, het kost alleen maar. Een kind in de dagen van Jezus is een mens zonder invloed, zonder stem, zonder recht. Van zo’n kind zegt Jezus wie het opneemt, neemt mij op en wie mij opneemt neemt God zelf op.
De leerlingen staan daar rond het kind en worden zich pijnlijk bewust dat bij Jezus de dingen omgekeerd zijn: geen jagerij om de beste plekken.
Geen ellebogenwerk om op de belangrijkste posten te komen, maar een kind opnemen dat vraagt om leven en dan weten dat je bij God thuis hoort.

Wij starten de Vredesweek die dit jaar als motto heeft: in vrede geloven, aan vrede werken. Vrede in onze wereld lijkt meer bedreigd dan ooit. En steeds scherper wordt duidelijk dat er geen echte vrede kan zijn als vrede niet gepaard gaat met gerechtigheid. Ik geloof niet in een vrede die van boven opgelegd wordt, ik geloof niet in een Pax Americana of de vrede zoals Israël die wil afdwingen. Er wordt met geweld ingegrepen om de vrede te dienen, terwijl er geen oor en geen oog is voor rechtvaardige verhoudingen en voor eerlijke verdeling van wat de aarde biedt. Zolang als er geen recht wordt gedaan aan mensen en volken, zolang er geen toekomst mogelijk is, zo lang zal de vrede niet groeien. Vrede kun je niet afdwingen, vrede is de vrucht die je oogst als er gerechtigheid is, als mensen bereid zijn om de ander met respect en eerbied tegemoet te treden, als we werkelijk bereid zijn om te werken aan een menslievende samenleving, dichtbij en veraf.

Natuurlijk is het makkelijk praten zo in een viering. Maar ik zie en weet evengoed als u, als jij, hoe bruut het geweld is, hoe hard het oordeel van volken over elkaar is. Hoe onbarmhartig de maatregelen zijn, ook in ons eigen land, als het gaat om oog en oor voor mensen die de slachtoffers zijn van oorlog, van geweld van onrecht. Het maakt dat je je machteloos gaat voelen, het kan je vertrouwen in een goede wereld ondermijnen, het kan maken dat je het liefst niet meer wilt zien, niet meer wilt horen, niets meer weten….. En dan ineens wordt er een kind in ons midden gezet. Te midden van alle geweld, van het gekibbel over wie de grootste en sterkste is, van alle strijd over wie de andere volken zijn visie op vrede mag opleggen, kijkt een kind ons aan en vraagt om de moed niet op te geven. Te midden van alle onrecht leven kinderen die ons vragen om onze energie en onze kracht niet te verliezen in de strijd om wie de baas is en niet onszelf te verlammen door te kibbelen over wie gelijk heeft. Kinderen die hopen dat wij onze energie en onze kracht willen vrijmaken voor echte menselijkheid, voor gerechtigheid, voor liefde.

Hoe dienen wij de vrede? Hoe kunnen we er in blijven geloven en aan vrede werken?

Allereerst op onze eigen plek en in eigen kring doen wat we kunnen doen. Onszelf oefenen in respect, in openheid, in waardering voor de ander, ons hart gevoelig maken voor gerechtigheid, voor dat wat het leven dient en mogelijk maakt. Niet alleen mijn eigen leven, maar ook het leven van mensen die mijn levenspad kruisen. We hoeven dat niet in ons eentje te doen, in onze parochie, in onze geloofsgemeenschap kunnen we elkaar hierbij ondersteunen, kunnen we elkaar helpen om onze machteloosheid en onze traagheid te doorbreken en mee te doen aan die activiteiten die gericht zijn op een menslievende wereld, ons te oefenen in het luisteren naar de stem van hen die niet mee tellen hier in ons midden, en over grenzen heen.

Ik geloof in een vrede die geboren wordt in de harten van mensen. Mensen die in kleine kernen met elkaar kijken wat ze kunnen doen aan menselijkheid, aan gerechtigheid. Mensen die weet hebben van de kinderen, de weerlozen en kwetsbaren, in eigen buurt, in eigen stad, in eigen land, in Gods wereld.

Kinderen:

Loes kijkt iedere avond naar het jeugdjournaal. Daarna denkt ze heel vaak aan al die mensen waar oorlog is en de kinderen die moeten vluchten. Heel vaak wordt ze er verdrietig van. Op school zouden ze in de vredesweek met elkaar praten over wat zijzelf zouden kunnen doen. Dat gebeurde, maar ineens riep een van de kinderen: waarom moeten we er over praten, het helpt toch niks. En mijn vader zegt ook dat je beter maar niet meer naar al die ellende kunt kijken, want er verandert toch niks. Ja, zo riep de een na de ander….. Toen zei de juf, als we denken dat we het in ons eentje moeten doen, ja, dan kun je wel gauw de moed verliezen. Ga eens naar buiten, zei ze, en breng allemaal een tak mee, geen dikke, maar een dunne tak. Ze gingen en kwamen allemaal met hun tak terug. Loes, wil jij jouw tak eens breken, ze deed het, het ging gemakkelijk. Toen zei de juf geef alle takken eens hier, ze maakte er een bos van en gaf die aan de sterkste jongen van de klas. Breek de takken eens! Het lukte niet. Hoe ze ook probeerden, met twee of drie, het ging niet. Begrijpen jullie zei Juf, als je in je eentje bent, dan kunnen ze je gemakkelijk breken, maar als je met velen bent, dan lukt dat zomaar niet. Zo is het ook met werken aan vrede, als we met velen zijn die er aan meedoen, dan kunnen ze ons niet zomaar breken, dan zul je zien dan groeit op een goede dag de vrede.

Zoeken in Preken Online