25e zondag door het jaar B

B-cyclus · Tijd door het jaar · 25e zondag · groen

Vijfentwintigste Zondag door het jaar - B 22 september 2024

Evangelie: Mc 9, 30-37

Wat zegt Mgr. Romero ons op deze zondag?

Hoe beschamend is het toch wanneer volgelingen van Jezus zich zorgen maken over de vraag wie van hen de grootste, de machtigste, de invloedrijkste, de meest geprivilegieerde… kan zijn.

Wie geroepen wordt om verantwoordelijkheid te nemen in de gemeenschap (zij het in bedrijven, in de politiek, in de Kerken, in alle vormen van instellingen en organisaties…) of daarvoor gekozen wordt, moet ‘dienaar van het volk van God’ zijn. Hij of zij moet dienstwerk verrichten, ten dienste van het volk, en dat volgens Gods wil.

Wij worden er zelf regelmatig van beschuldigd ‘subversief’ te zijn. Maar we preken nochtans niet tégen de autoriteit, tenminste toch niet tegen de authentieke autoriteit. We preken wel tegen het misbruik van de autoriteit. Want als het waar is ‘… dat alle autoriteit van God komt, en dat ook het bestaande gezag door God is ingesteld’ (zoals Paulus zegt in Romeinen 13, 1), dan moet die autoriteit ook handelen naar Gods wil. Zo niet, dan zullen we telkens weer kiezen om in de eerste plaats te gehoorzamen aan God, en niet aan het soort autoriteit dat enkel afkomstig is van de mens.

  1. Ook christenen zijn natuurlijk mensen, en alles wat ‘menselijk’ is, is hen dus niet vreemd. Eén van die zo menselijke kenmerken is dikwijls: de strijd die gevoerd wordt om de macht, de strijd om hogerop te geraken en meer invloed te hebben over anderen. ‘De grootste’ willen zijn - we komen het overal tegen, zowel in de politiek, in de economie, in het verenigingsleven, alsook in de Kerken. Idem voor het jaloers zijn op anderen – en dit heeft niets te maken met de ontwikkeling van onze capaciteiten, maar wel met de honger naar macht, prestige en rijkdom. Mgr. Romero zegt dat het beschamend is wanneer christenen dergelijke honger bezitten en zich daardoor laten leiden. Dan zegt hij het eigenlijk nog heel zachtjes. Want hoe is het zo ver kunnen komen dat christenen met leidinggevende capaciteiten (op welk niveau ook) altijd maar in de val trappen van wat Mgr. Romero ‘de ideologíe van macht en rijkdom’ noemde? We zijn er beschaamd over. Want zulke situaties vormen echte tegengetuigenissen. Wie christenen (kerkmensen) zo ziet handelen, zal nooit iets van Jezus en van Gods Rijk kunnen verstaan, en zal al snel voor andere wegen kiezen om zijn of haar leven vorm en inhoud te geven. Wie als christen zo handelt (hoe menselijk het ook moge zijn), doet heel veel kwaad.

  2. Sommige mensen worden geroepen; anderen worden benoemd; en weer anderen worden gekozen om bepaalde leidinggevende functies uit te oefenen: in bedrijven, in de politiek, in het leger, in de Kerk, in vakbonden en volksorganisaties, in de ngo’s,… Mgr. Romero zegt dat christenen in al die situaties de verplichting hebben om te handelen ‘naar Gods wil’. Ze moeten in dienst staan van het volk, en ze moeten dat doen volgens Gods wil. Dit geldt uiteraard op de eerst plaats in de Kerken zelf.

Maar wat betekent het ‘dienstbaar te zijn aan het volk volgens Gods wil’? Misschien kunnen we het beter in de negatieve zin proberen uit te drukken, en duidelijk maken wat het vooral niet is. ‘Dienen volgens Gods wil’ betekent dat je de organisatie en de macht niet gebruikt in dienst van je eigen (persoonlijke of familiale) ambities. Zouden er gemeenten bestaan waar in de loop van de tijden geen enkele burgemeester ‘zijn eigen straat’ extra liet vernieuwen? In El Salvador, het land dat ik het beste ken, worden zo goed als alle politici een heel stuk rijker tijdens hun ambtsperiode: ze verwerven eigendommen, spijzen hun persoonlijke bankrekeningen, toeren rond in luxueuze auto’s, en nog veel meer. ‘Het staatssysteem is er op gebouwd om te functioneren dankzij corruptie…’, liet ooit een ex-first lady zich ontvallen (en zij kon het weten). Dat heet dan dienstbaar zijn aan de eigen ambities, en dan vaak nog vertrekkende vanuit het vanzelfsprekende principe dat voor wie de macht heeft, alles mag en alles kan. Wanneer we echter de Tien Woorden of tien geboden gebruiken om te begrijpen wat het betekent ‘dienstbaar te zijn naar Gods wil’, dan moeten we zeggen dat het alles te maken heeft met ‘niet liegen’, ‘niet stelen’, ‘niet moorden’, enz. ‘Dienstbaar zijn volgens Gods wil’ betekent dan: leven opdat anderen zouden leven en wel ten volle, te beginnen bij de zwaksten. Laten we ons doen en laten eens grondig bekijken in dat licht.

  1. Mgr. Romero gebruikt in deze context met nadruk en niet zonder reden telkens weer de term ‘authentieke autoriteit’. Dat is de autoriteit die gebaseerd is op het dienstwerk dat gebeurt volgens Gods wil. Autoriteit die gebruikt wordt om eigen macht, rijkdom en prestige te vergaren, is per definitie niet authentiek. Daarom moet die ook in Gods naam grondig aangeklaagd worden. Christenen hebben de opdracht om subversief te zijn tegenover elke niet-authentieke autoriteit, en dat op alle vlakken en in alle sectoren. Dat geldt uiteraard ook voor de kerkelijke autoriteiten. Het is minstens even jammer wanneer kerkelijke functies, die daarbij nog kunnen rekenen op religieuze legitimering (want zij die deze functies bekleden worden ‘gewijd’ en ‘gezalfd’, en dus onder Gods zegen aangesteld), schaamteloos gebruikt worden om de eigen macht te vergroten en om invloed uit te oefenen op anderen. En het is duidelijk dat ook in die kringen heel wat verkeerd loopt wanneer er geen dialoog is en geen transparantie, wanneer alles van bovenuit wordt opgelegd en ‘moet’ uitgevoerd worden zoals het in de boeken staat. Authentieke kerkelijke autoriteit moet altijd en allereerst gespiegeld worden aan de autoriteit van Jezus zelf, aan Zijn houding tegenover Zijn medemensen en aan Zijn vlijmscherpe veroordeling van alle misbruik van (religieuze) autoriteit.

Suggestie van vragen voor bezinning en actie, persoonlijk en in onze gemeenschappen:

Heb ik me zelf ooit al eens echt beschaamd gevoeld bij het besef van de manier waarop (ook) christenen zich soms gedragen in de harde strijd om macht en rijkdom? Wat betekende dat gevoel dan, en wat was mijn (onze) reactie daarop?

In welke mate heb ik mijn leven gebouwd op het principe van de dienstbaarheid aan het leven van anderen (en bij uitstek de zwakkeren)? Wat doe ik opdat andere mensen (met name meer gekwetste mensen) ten volle zouden kunnen leven? Waar kan ik in dat verband dankbaar om zijn? Waar en hoe kunnen we onze dynamiek van dienstbaarheid als gelovige gemeenschap nog bijstellen?

In welke mate is mijn ervaring met het uitoefenen van autoriteit geïnspireerd op het voorbeeld van de autoriteit van Jezus? Wat heb ik nog te leren van Zijn autoriteit te midden van het volk en in de situatie van Zijn tijd?

Ludo Van de Velde

Deze Bouwstenen werden oorspronkelijk geschreven als homilie voor zondag 19 september 2021 – de tekst werd nu wat herzien voor de Vijfentwintigste Zondag door het jaar-B, 22 september 2024.

Ludo Van de Velde (1949), afkomstig uit Oelegem, leefde en werkte sinds 1977 in Centraal Amerika.  Hij was gedurende 9 jaren fidei donumpriester in Guatemala, El Salvador en Nicaragua.  Hij is gehuwd en vader van twee dochters.  Wonend in El Salvador was hij gedurende 25 jaren eerst ngo coöperant en nadien regiocoördinator van Volens.  Dank zij de diepe inspiratie van Mgr. Romero en de roep van arme mensen in kerkelijke basisgemeenschappen aan de rand van San Salvador, kon hij, samen met zijn vrouw Tere, de laatste 10 jaren met hen weer verder optrekken  Zo werd hij opnieuw wie hij altijd geweest was: priester in dienst van de armen en in dienst van het Evangelie.  Sinds eind februari 2021 wonen ze in Brugge, dicht bij hun (klein-) kinderen, op zoek naar nieuwe uitdagingen.


Wekelijkse reflectie onder het licht van Romero - nr. 28. Vijfentwintigste Zondag door het jaar-B – 22 september 2024.

De Kerk is ‘dienstbaarheid’.

“Christus leerde aan de apostelen wat het ware kenmerk is van de Kerk. En dat kenmerk bij uitstek van de Kerk wordt vanouds bestempeld als ‘diakonia’. Het is een Grieks woord dat ‘dienst’ betekent. … De Kerk is dus in de eerste plaats en per definitie dienstbaarheid. … Ik nodig iedereen uit … om te beseffen dat het zijn rol is om in de Kerk en vanuit de Kerk de dienaar te zijn van de gemeenschap, degene die weet hoe hij naar de verlangens van de mensen moet luisteren en hoe hij die verlangens naar God toe moet leiden om de noden van de mensen te dienen. … De Kerk predikt een transcendentie die vertrekt vanuit het hart van de mens; ze vraagt permanent en onvoorwaardelijk om zich te verplaatsen in het kind, in de arme, in de haveloze, de zieke; om binnen te gaan in de hut en in het krot; om met de concrete mens die daar woont het leven te delen en hem vanuit het hart van zijn situatie en zijn ellende te overstijgen; hem te verheffen, hem te bevorderen en tegen hem te zeggen: ‘Jij bent geen vuilnis, jij bent geen verschoppeling…’ Het komt er op aan hem juist het tegenovergestelde te vertellen: ‘Jij bent heel veel waard’.”

In tegenstelling tot de dynamiek die permanent aan de gang is in de door het neoliberale kapitalisme misvormde samenlevingen, herinnert Monseigneur Romero er ons aan dat de Kerk in haar essentie ‘diakonia’ is; zij is in de eerste plaats en per definitie ‘dienstbaarheid’. Maar dat moet dan wel goed begrepen worden. Het gaat in deze niet om een dienst aan de eigen zakken, noch aan de persoonlijke, de vakbonds- of partijbelangen. Het heeft niets te maken met de dienst (?) die er in bestaat dat politici in verkiezingstijd royaal petjes, T-shirts, lakens, bezems,… weggeven aan het volk dat hen toejuicht, om dan snel weer te verdwijnen tot de volgende verkiezingen in aantocht zijn…

Monseigneur Romero beschrijft en definieert de Kerk-die-Diakonia-is als vertrekkende vanuit de diepten van ellende. “… Ze vraagt permanent en onvoorwaardelijk om zich te verplaatsen in het kind, in de arme, in de haveloze, de zieke; om binnen te gaan in de hut en in het krot.” Dit is de eerste stap die moet worden gezet door hen die deel willen uitmaken van de Kerk van Christus, de Diakonia. De boodschap is duidelijk: het is niet vanuit het kerkgebouw dat deze dienstbaarheid vertrekt, en het is niet vanuit de cultus, maar wel vanuit de harde werkelijkheid (het kruis) die de meerderheid van onze mensen beleven. De Kerkelijke basisgemeenschappen die ontstonden uit de ervaring van de parochie van ‘Christus, de Verlosser’ in Zacamil, zijn begonnen met voortdurend bezoeken te doen huis-aan-huis. De ‘porteros/as’ (de zogenaamde ‘portiers’) werden opgeroepen om op alle deuren te gaan kloppen, en er geen enkele over te slaan. Dat waren de tijden waarin religieuze congregaties nieuwe ervaringen opdeden door te gaan leven in verarmde zones. De Kerk van Jezus is opgebouwd vanuit de ‘ingewanden van ellende’. Wanneer wij niet op bezoek gaan, wanneer wij niet permanent en onvermoeibaar op zoek gaan naar hen die in die ‘krotten’ wonen, dan zijn wij niet geschikt om mee te werken aan de opbouw van de Kerk van Jezus. Natuurlijk hebben we het dan vandaag niet alleen over letterlijke ‘krotten’ in marginale zones in steden of bij verlaten gezinnen op het platteland. Heden ten dage willen wij met die term alle vormen omvatten van pijn, uitsluiting en lijden – en niet alleen de materiële ellende. ‘Binnengaan in’ en ‘delen met’ hen die lijden is een noodzakelijke voorwaarde om Jezus vandaag te volgen.

En de houding die daarbij moet aangenomen worden, en de actie die daarbij hoort, is: ‘… hen vanuit het hart van hun situatie en hun ellende te overstijgen; hen te verheffen, hen te bevorderen en tegen hen te zeggen: ‘Jullie zijn geen vuilnis, jullie zijn geen verschoppelingen’. Het komt er op aan hen juist het tegenovergestelde te vertellen: ‘Jullie zijn heel veel waard’.” Hoewel het op een bepaald moment van belang kan zijn dit met oprechte woorden tot uitdrukking te brengen, gaat het toch fundamenteel om onze werkelijke houding en om onze daden van voortdurende (en niet slechts kortstondige) broederlijke solidariteit. Aartsbisschop Romero benoemt deze aspecten als de centrale as van de Kerk die Diakonia wil zijn, dat wil zeggen: teken en werktuig van het Koninkrijk van God.

Als concreet voorbeeld willen wij even verwijzen naar de tekst die gegraveerd is op het graf van de Belgische Zuster Yvonne Degroote (+17 juli 2020) in de kerk van Tenancingo, El Salvador: ‘Liefhebben in tijden van oorlog, bouwen in tijden van verwoesting, zorgen in tijden van verlatenheid, troosten in tijden van pijn, onderwijzen dat Christus bemind wordt als wij vanuit ons hart vergeven’. Dit is in een notendop het waarachtige ‘Diakonia-model’ van de Kerk. Dat is wat we moeten doen en hoe we moeten leven: ieder in zijn of haar eigen situatie en omgeving, maar elkaar aanmoedigend om ons christen-zijn in Diakonia te beleven.

Deze boodschap van Monseigneur Romero zou ons er ook toe moeten aanzetten om opnieuw na te denken over de catechese, de voorbereiding van eerste communie en vormsel, en over elk vormingsproces dat we met kinderen, adolescenten en jongeren willen beginnen: waaraan besteden we meer moeite: (1) hen gebeden, geloofsbelijdenissen en een paar leerstellingen ‘van buiten’ leren kennen, of (2) hen Jezus’ manier van leven, de Diakonia (= Kerk) ‘van binnen’, vanuit de concrete geleefde praktijk leren kennen en ervaren? Het is de trieste realiteit dat het eerste maar zelden tot het tweede leidt. Maar omgekeerd is het wel zo dat, als wij de praktijk van Jezus beleven in een Kerk die Diakonia is, wij vroeg of laat ook de zin en het deugddoende van het gebed en van de viering van het geloof zullen ontdekken als krachtbronnen van zelfgave en dienstbaarheid. De catechese voor de eerste communie en het vormsel zou een intensiever proces moeten zijn van in contact komen met de praktijk van de Diakonia, van het aanleren en inoefenen van de praxis van Jezus, en van het waarachtig in de praktijk leren leven als een christelijke gelovige. We hoeven niet bang te zijn.

Tere en Ludo Van de Velde

Deze reflectie was oorspronkelijk geschreven voor zondag 19 september 2021, en werd nu herzien voor de Vijfentwintigste Zondag door het jaar-B, 22 september 2024. Voor deze overdenking zijn wij vertrokken van een citaat genomen uit de homilie van Monseigneur Romero tijdens de eucharistieviering op de Vijfentwintigste Zondag door het jaar-B, 23 september 1979. Homilías, Monseñor Oscar A Romero, Tomo V, Ciclo B, UCA editores, San Salvador, p. 350 en 353.

Zoeken in Preken Online