Drink je appelsap op (2009)

B-cyclus · Tijd door het jaar · 24e zondag · groen

In een restaurant zitten een man en een vrouw en een dwarse jongen van een jaar of twaalf. Die jongen zegt: “Ik wil niet.” De man, vermoedelijk de vader van de jongen, zegt het nog een keer, hárder dan eerst: “Drink je appelsap op!” Dan komt de vrouw, vermoedelijk de moeder van de jongen, tussenbeide: “Dwíng hem niet om iets te doen wat hij zelf niet wil.” De man kijkt haar vernietigend aan en zegt: “Je redt het niet in het leven als je alleen maar doet wat je wíl doen. Als hij altijd alleen maar doet wat hij wíl doen … dat wordt z’n dood … Kijk maar naar mij. ĺk heb in m’n leven nooit iets gedaan wat ik echt zélf wilde …”

Joseph Campbell vertelde dit verhaal (naar eigen zeggen was hij zelf getuige geweest van de beschreven scene); hij vertelde dit verhaal eind jaren tachtig, vlak voor zijn dood, in het kader van een adembenemende reeks TV-programma’s onder de titel The Power of Myth, destijds ik meen door de VPRO uitgezonden[1]. Campbell vertelde daarin, op uiterst meeslepende wijze, over “de grote verhalen”, over de mythen van de mensheid, waar hij alles van afwist.

“Drink je appelsap op.” “Dwing hem niet.” “Zo werkt het niet in het leven. Kijk maar naar mij.” “Ik werkte een tijdlang op een middelbare school”, vertelde Campbell verder[2]. “Dan kwam er wel eens een leerling naar mij toe, die vroeg: “Denkt U dat ik dit of dat zou kunnen? Zou ik bijvoorbeeld schrijver kunnen worden?” “O”, zei ik dan, “dat weet ik niet. Kun je het áán om tien jaar teleurstelling mee te maken; dat niemand positief reageert op wat jij schrijft, of denk je soms dat je meteen een bestseller schrijft? Máár, als jíj het lef hebt om écht te doen, wat er ook gebeurt, waarvoor jíj voelt dat je in de wieg bent gelegd, doe het dan.” “Maar dan kwam zijn vader langs en die zei: “Nee, hij kan beter rechten gaan studeren, want hij moet wél z’n boterham kunnen verdienen.” Dát is het gevaarlijke punt, zegt Campbell. Op zo’n moment staat iemand voor een keuze: Kies je voor zekerheid, kies je voor geld? Of kies je voor wat Campbell in het Engels je “bliss” noemt - een woord dat samenhangt met “blessing” en dat betekent “zegen”: óf kies je voor de weg waartoe God zelf je roept, kies je, dúrf je te kiezen ook misschien voor de weg waarop God zelf je zegent? “Follow your bliss” zegt Campbell - “volg je ster, ga voor je geluk, kies voor de zegen”, zo mogen we dat vertalen. Kies waartoe je geroepen wordt.

Dierbare gasten en parochianen, Monseigneur, geachte vertegenwoordigers van het stadsdeelbestuur: dat alles waarover die Campbell spreekt - en een lange zomer lang hebben destijds die woorden “follow your bliss”, “volg je roeping”, door mijn hoofd gezoemd en ze zijn er nooit helemaal uit verdwenen want afgelopen nacht kwamen ze opeens weer in mij óp, zoals een ster ópkomt; dat alles waarover Campbell spreekt - daarvoor staat wat mij betreft dit kerkgebouw: om ons, de mensen die wonen en werken in deze buurt; om ons dááraan te herinneren: aan God die ons roept, die ons liefheeft en die ons Zijn zegen wil schenken … en die verlangt naar óns antwoord: dat wij om die zegen vrágen en dat wij op Zijn roeping die woordloos klinkt in het hart, in het diepste wezen van elk van ons; dat wij daarop ingaan …

“Het is ons gelukt”, veelgeliefden, mogen we vandaag tegen elkaar zeggen. De mensen die van deze kerk houden, de mensen die haar een warm hart toedragen, de mensen die gevoel hebben, een notie, een intuïtie voor datgene of liever gezegd Degene, waarvoor dit gebouw stáát en waarvan het getuigt, het is al die mensen samen gelukt om de restauratie van deze kerk van Onze Lieve Vrouw Koningin van de Vrede, om die te realiseren. Voordat we eraan begonnen leek het een onmogelijke zaak. Hier rechts van mij is een kleine tentoonstelling ingericht. En daar kunt U ergens lezen dat, toen in de jaren zeventig de torenspits ernstig in verval verkeerde, dat men toen heeft voorgesteld de toren maar voor een stuk af te breken onder het motto: “hoe lang zal de kerk nog open zijn met de huidige terugloop van parochianen”. Dat is inmiddels veertig jaar geleden dat men dat zei. Maar de Kerk, veelgeliefden, die drijft niet op de macht van het getal, maar die drijft wel op de geestkracht van Hem die spreekt, bij monde van de profeet Jesaja, we hebben het gehoord in de eerste lezing zoëven: “Mijn rug heb ik prijsgegeven aan hen die mij wilden slaan, en mijn wangen aan hen die mij de baard uitrukten; mijn gezicht heb ik niet onttrokken aan beschimping en bespuwing.” En kijk nu eens. Het is ons gelukt. Het heeft geloof ik € 1,3 gekost, een gigantisch bedrag. Maar de leden van het parochiebestuur, Elly Visser en Alex van der Bijl (twee kanónnen, vooral Elly - bérg je maar als dat kanon op je gericht wordt, ik kan erover meepraten; Alex hebben ze trouwens in die zin met name in Haarlem óók leren kennen); Alex en Elly vanuit het parochiebestuur op de eerste plaats met stip hebben het bij elkaar gesprokkeld die 1,3 miljoen. De stad Amsterdám en het stadsdeel Oud Zuid hebben ervoor gezorgd. Het Bisdom Haarlem heeft ervoor gezorgd. Buurtbewoners hebben ervoor gezorgd. Ú hebt ervoor gezorgd. Hele gewone, lieve mensen hebben die ouwe kous onder het bed of diep verscholen in de linnenkast ervoor geleegd. U hebt leitjes gekocht, een benefiet-concert georganiseerd, cake sales gehouden en ga zo maar door. Waarom? Ik denk, ten diepste, omdat mensen ervaren, óók mensen die zogezegd “niet van het houtje zijn”, óók mensen die in de strikte zin van het woord “ongodsdienstig” zijn, dat ook die mensen kunnen ervaren dat … dit een plek van genade is, een kostbare plek, een plek waar God mensen roept, zegent, troost, de weg wijst en nieuwe moed geeft. Het is, veelgeliefden, hét is ongrijpbaar, máár dit is van levensbelang. Dit is van levensbelang: voor individuele mensen, maar ook voor een buurt, voor een stad en voor een samenleving. Zulke plekken, waar we in contact komen met de bronnen van onze cultuur en met het hart van ons bestaan, ja met God zelf; zulke plekken hebben we nodig, bróódnodig, want anders sterven wij - denk nog even aan de vader van die jongen die z’n appelsap niet op wil drinken.

Ik blijf het altijd een érg indrukwekkende gedachte vinden dat hetgeen of, opnieuw, liever gezegd, Degene waarvan dit kerkgebouw getuigt, dat dat teruggaat op dat kleine troepje mensen dat rondzwerft door het Joodse land en dat we tegenkomen in het Evangelie. Jezus en de mensen rónd Jezus, Zijn leerlingen, die ook wijzelf zijn. Als er iemand is die Zijn bliss is gevolgd, zijn zegen, zijn ster, dan is het Jezus wel. God riep Hem. God was en is met Hem. God tot in het diepst van Zijn wezen, God’s Geest in-en-uitademend door al Zijn poriën. Dat was en dat is Jezus van Nazareth, de Christus, de Messias, de Gezalfde van God. Maar het hele wonderlijke en heel bizarre en ook tegen de borst stuitende is natuurlijk dat Jezus’ boodschap lijnrecht ín gaat tégen wat mensen altijd en overal vooral lijken na te streven en dat is - precíes waar die vader die wil dat z’n zoon of dochter rechten gaat studeren op doelt en op aanstuurt: jezelf, je leven “veilig stellen”, je schaapjes op het droge krijgen, zoveel mogelijk centjes bij elkaar harken, mét of desnoods ook maar zónder “bonnetjes”. Jezus’ boodschap, en dat durven we dan ook nog eens een “blijde boodschap” te noemen, gaat daar werkelijk récht tegen in: “De Mensenzoon moet veel lijden, Hij moet verworpen worden … ter dood gebracht worden.” En: “Als iemand achter Mij aan wil komen, laat Hij dan met zichzelf breken, zijn kruis opnemen en Mij volgen. Want wie zijn leven wil redden, zal het verliezen. Wie zijn leven verliest … zal het redden.” Waaróm veelgeliefden, waaróm toch altijd die nadruk op dat lijden in het christendom? Petrus snapt het ook niet, hij is het er ook niet mee eens en wíj snappen hem daarin natuurlijk heel goed.

Ach ja, mensen, dat lijden, waarom? Waar is het goed voor? En waarom moet het er zijn? Ik denk: Joseph Campbell heeft het ons al een beetje duidelijk gemaakt met dat voorbeeld van die leerling van wie het misschien wel de roeping is om schrijver te worden. Kun je het dan aan om misschien wel tien jaar niet of misschien pas na je dood of misschien wel nooit als zodanig erkenning en waardering, laat staan bewondering te oogsten. Kun je dat aan? Heb je het er voor over? Heb je het er voor over om zo arm als een kerkrat te zijn en te blijven? Follow your bliss. Volg je roeping. “Ga daarheen waar lichaam en ziel willen dat je gaat."[3] Maar kun je de tegenstand, kun je de tegenslág aan? En: Ben je bereid en in staat om de offers te brengen die nodig zijn? Waar je in gelooft en waar je voor leeft, dat moet groter zijn dan jezelf. Je moet er alles voor over hebben, al is het je leven. Wat je er voor jezelf aan “overhoudt”, dat moet je volkomen loslaten, dat mag je niet interesseren, daar mag het je ten diepste niet om te doen zijn. Anders moet je geen politicus worden. En geen dokter. En geen schrijver. En geen kunstenaar. En geen ambtenaar. En geen bouwvakker. Dan moet je niet trouwen. Dan moet je geen moeder worden en geen vader en geen pastor. Het moet je om de zaak zélf gaan, om de mensen, om hun geluk. Dat je het góed doet. Dat je goed schrijft. Dat je goed geneest. Dat je goed zorgt. Dat je goed bestuurt. Dat je goed schildert. Dat je goed metselt en timmert. Dat je een goeie dakdekker bent die er zin en plezier in heeft. Dat je trots bent op je werk. Dat het je ernst is. Dat je wérkelijk betrokken bent.

Nou, veelgeliefden, de kerk heeft een nieuw dak en kan er hopelijk weer een poosje tegen. Hoe zal het gaan, verder? Ach, dat zullen we wel zien. Wij geloven in waar de kerk voor staat en waar zij van getuigt. En daarom hebben we haar gerestaureerd. Maar de kerk is geen doel op zichzelf. Het gaat erom dat ze functioneert. Waar het om gaat is dat wij, dat “mensen” gemiddeld beter en gelukkiger de kerk uitgaan dan wij er in gekomen zijn. Moge het zo zijn. Amen.

Zoeken in Preken Online