Waarom dit spreekverbod?

B-cyclus · Tijd door het jaar · 24e zondag · groen

Het is niet de eerste keer dat we het lezen in het evangelie van Marcus: hij verbood hun nadrukkelijk het te zeggen. Spreekverbod dus of zwijgplicht. Je mag kiezen. Intussen zegt Marcus dat zo nadrukkelijk, dat hij op dat punt zelf het spreekverbod manifest negeert. Het is voor hem blijkbaar te belangrijk.

Maar waarom toch? Het christendom is toch missionair per definitie: ga en leer! Wat is er hier dan aan de hand? Is de boodschap hier in tegenspraak met zichzelf? Dat kan toch niet? En dat is ook niet.

Marcus is blijkbaar op één punt, precies op dit punt, een bezorgd man. Hij vreest iets. Hij vreest namelijk, dat ze met het weten van de Verrijzenis al te zeer zouden gaan dwepen. Dat ze alleen maar alleluja en Christus vincit zouden zingen, terwijl er nog zoveel redenen zijn om de klaagliederen niet te vergeten. Het was teveel Christus en te weinig Jezus, teveel de aankomst vieren en te weinig de weg gaan die ervoor ligt. Het was te zeer juichen om de overwinning van het kruis en intussen vergeten het kruis te dragen van zovelen. Het is alsof hij zeggen wil: steek wat minder de vlag uit, en vooral: zorg ervoor dat de vlag een lading dekt.

Ze moeten nu maar eens gaan doen wat Jezus heeft voorgedaan. Hij was hun voorganger. Waren zij ooit zijn volgelingen? Volgens Marcus waren ze dat nooit: ze hadden toen ook gedweept met hem, maar ze doorzagen zijn geheim niet. Voor zijn eigenlijke geheim waren ze blind, ziende-blind. Daarom juist is dat kruis, die mislukking, dat fiasco er gekomen. Dat was dus voor de Verrijzenis.

Zullen ze nu, na de Verrijzenis, dezelfde fout maken en opnieuw gaan dwepen? Alsof het allemaal gebeurd is! Terwijl het volgens Marcus allemaal nog gebeuren moet

Om het een beetje populairder te zeggen: het is niet omdat uw kopman de koers gewonnen heeft, dat zijn ‘helpers’ niet meer moeten rijden! Zij moeten zelf ook aan de eindstreep komen. En… niet te vergeten: ze moeten ervoor zorgen, dat de anderen er ook aankomen. Zwaai intussen nog niet met de bloemen van de kopman.

Vandaag zouden we bij voorbeeld, met de lezing in de hand, triomfalistisch over de Christus kunnen preken. Petrus zei: Gij zijt Christus. Als Petrus dat juiste antwoord gaf, zal de kerk dat antwoord ook moeten doorgeven. Dat is gewoon waar, maar Marcus zou er onmiddellijk aan toevoegen: kraai niet te vroeg victorie. Zing alleluja’s met Pasen, als hij werkelijk onder u is opgestaan, als er echt nieuw leven is! Vergeet echter niet, dat er in elk alleluja een ondertoon is in mineur: voor velen is het nog nooit Pasen geweest. En vooral: is hij in ons leven al opgestaan?

Betekent de C of de K boven de deur van onze instellingen, dat we al christelijk of katholiek zijn? Of betekent het alleen maar een intentie verklaring: hier wordt langzaam en moeizaam geprobeerd om volgens het evangelie te leven, te leren, te verzorgen? Hier wordt over Jezus gesproken vanuit de zekere hoop, dat wij aan het eind van de weg hem de Christus zullen mogen noemen.

Wij zijn toch een katholieke school! zei de directeur. Waarom is er dan discriminatie tussen de flinkste en de zwakste student? zei de leerling.

Dat is Marcus.

Zoeken in Preken Online