Vierentwintigste zondag door het jaar (2000)

B-cyclus · Tijd door het jaar · 24e zondag · groen

Wie zeggen de mensen dat ik ben? Ja, wie was die Jezus eigenlijk, ook voor ons een belangrijke vraag. Voor het gewone volk was Jezus een geweldige kerel, ze waren onder de indruk van de manier waarop hij preekte en nog veel meer van de wijze dat hij zieken beter maakte. Voor de joodse overheid, de Farizeeën en schriftgeleerden was hij een ketter, een lastpost waar ze een maagzweer van kregen. Voor zijn eigen leerlingen was hij de grote leraar en meester, zij waren enthousiaste aanhangers ook al blijkt telkens weer dat ze eigenlijk niet begrepen waar het hem om ging. Ook in de tekst van vandaag wordt dat weer duidelijk.
Wie zeggen jullie dat ik ben? En Petrus zei: u bent Christus. Misschien denkt u: niets nieuws onder de zon, maar wat Petrus zegt is heel fundamenteel. Christus is geen naam, zoals de meeste denken, het is een titel: Christus is een Grieks woord en betekent gezalfde, Messias is het hebreeuwse woord met dezelfde betekenis.
In de joodse traditie werden koningen en profeten gezalfd en daarmee aangesteld als dienaren van God. En er leefde in die tijd de verwachting dat er een nieuwe gezalfde, een nieuwe Messias of Christus, een soort profeet-koning, zou komen om Israël weer een nieuwe toekomst te geven.
Uit andere evangelieteksten blijkt dat zijn leerlingen ervan droomden dat hun Jezus die nieuwe koning zou zijn en dat zij, als het zover was, in zijn koninkrijk goede plaatsen zouden krijgen. Daar denkt ook Petrus aan als hij zegt: U bent Christus.
En dan krijgt het verhaal een vreemde wending. Ten eerste verbiedt Jezus hun hierover te praten en ten tweede begint hij te vertellen dat hem in Jerusalem lijden en dood te wachten staat. En in Jerusalem zou juist de voltooiing van het koninkrijk moeten plaats vinden. En Jezus praat over ondergang en einde.
Petrus snapt er helemaal niets van en zijn reactie is best begrijpelijk: “Wat je nu zegt, dat kan toch helemaal niet, dat is toch onmogelijk.” En dan krijgt hij van Jezus a.h.w. een draai om zijn oren, je zult maar satan, duivelsmens, genoemd worden. “Je laat je leiden door menselijke overwegingen en niet door wat God wil.”
Petrus begreep er niets van. Begrijpen wij hier iets van? Jezus was die beloofde Messias, die dienaar van God, maar hij was geen koning en wilde dat ook niet zijn, hij moest niets hebben van dat triomfalisme dat in Petrus woorden doorklonk. Hij was dienaar van God door dienaar van mensen te zijn, door zich dienstbaar te maken aan zijn boodschap, Gods boodschap, en dat betekende concreet: zich dienstbaar aan mensen.
En Jezus trekt dat meteen door naar zijn leerlingen: wie mijn volgeling wil zijn moet mij volgen door zichzelf te verloochenen en zijn kruis op te nemen. Dat was heel wat anders dan Petrus in gedachten had. Dat is ook heel wat anders dan wij meestal in gedachten hebben. Wij zetten Jezus ook vaak op een hoge troon, we noemen hem zoon van God, we spreken over een triomferende Jezus die de macht van het kwaad overwon. maar die manier van spreken schept ook iets van afstand. Hoe meer afstand, hoe makkelijk je hem kunt volgen, lijkt het wel. Maar een Jezus die dienaar van mensen wil zijn en die dat ook vraagt van zijn volgelingen, die is veel moeilijker te volgen.
Jezelf verloochenen, je kruis op je nemen, dat zijn woorden waar we zeker in deze tijd geen raad mee weten. Misschien denken we aan praktijken die vroeger wel bestonden: het doen van verstervingen. het offertjes brengen. Maar dat heeft Jezus beslist niet bedoelt met jezelf verloochenen. Maar het heeft wel te maken met iets van jezelf loslaten om iets voor anderen te doen. Echt iets voor anderen over hebben kan best eens zeer doen.
Tegen een bruidspaar heb ik wel eens gezegd: samen het leven delen kan betekenen dat je soms dingen niet doet die je zelf eigenlijk wel zou willen, maar die je toch niet doet omdat je weet dat je partner het niet graag doet. O dingen wel doen die je eigenlijk liever niet doet maar je doet ze omdat je weet dat je partner dat graag doet. Dat is ook iets loslaten van jezelf ten bate van de ander.
Ik denk dat elke vader en moeder iets van zichzelf loslaat ten gunste van zijn kinderen. Dat jezelf verloochenen en je kruis op nemen, het zijn zware woorden, je moet er ook niet te zwaar aan tillen en toch kan het soms heel concrete vormen aan nemen als een partner of een kind langdurig ziek is, of als je in bepaalde omstandigheden moet vechten voor je idealen en je tegen een muur van onbegrip en tegenwerking aanloopt.
Dat is Jezus, de Christus, zelf overkomen, het kan ook zijn volgelingen overkomen.

Zoeken in Preken Online