Het lijden durven aanzien (1997)

B-cyclus · Tijd door het jaar · 24e zondag · groen

Nationale ziekendag

DE SLANG

Trots vertelden Hebreeuwse vaders aan hun kinderen het grote waagstuk; hoe zij - althans hun voorouders, maar al vertellend werden zij het zelf -, ooit als slaven het lef hadden gehad om zich uit Egypte vrij te vechten; hoe ze van Mozes hadden geleerd om in de barre woestijn voedsel te vinden en je tegen slangenbeten te weren. Zo was er een fetisjistische rite met een bronzen slang. Als je gebeten was, moest je daar naar opzien; dan werd je gered. De Hebreeën vertellen het eeuwen later nog met veel bravoure en soms doen ze er nog een schepje bovenop. Johannes gebruikt dit verhaal van de slang, eeuwen later, om iets over Jezus duidelijk te maken. Hij vergelijkt de Gekruisigde aan de paal met de slang op de stok: wie naar hem opziet, wie het kruis durft aanzien, wie het lijden niet uit de weg gaat, die wacht redding. Het is vandaag ziekenzondag.\

OPROEP AAN DE POLITIEK

De Zonnenbloem vraagt onze aandacht voor mensen die een kruis dragen; dat wij onze blik niet van hen afwenden. Het thema dit jaar is “Zeg het maar.” De Zonnebloem wil het hardop gezegd hebben wat haar medewerk(st)ers dagelijks tegenkomen: de onverantwoord lange wachtlijsten voor mensen die thuiszorg nodig hebben. De Zonnebloem wil hardop zeggen wat haar medewerk(st)ers dagelijks horen, dat er in verpleegklinieken teveel patiënten op één kamer liggen. De Zonnenbloem wil zeggen wat ze dagelijks hoort: dat de werkdruk in de thuiszorg en de verzorging zo hoog is dat er steeds minder ruimte is voor hartelijk, menselijk contact tussen “zorgaanbieder” en “zorgvrager”, zoals ze tegenwoordig heten. De zonnebloem heeft niet alleen een boodschap voor de regering, maar ook voor ons.\

MONDIGE ZIEKEN

Ook wij kunnen patiënten helpen om mondig te worden. Het moderne jargon spreekt niet van patiënt, dat betekent: lijdende, betekent lijdend voorwerp; maar van zorgvrager, dat is actiever. De moderne zorgvrager kent beter zijn rechten. Artsen vertellen dat ze daar veel werk mee hebben. Mondige patiënten vragen een “tweede diagnose”. Ze dienen klachten in en vragen uitleg. Maar er zijn ook heel bescheiden mensen. Mensen die plotseling in dat grote ziekenhuis terecht gekomen zijn en zich daar heel klein voelen. Mensen die schuld ervaren omdat zij anderen tot last zijn geworden. Mensen die hun mond maar houden. Juist die mensen hebben hulp om nodig om mondig te worden. Ze hebben attente bezoekers nodig die kunnen luisteren. “Vertel het maar…”\

FOUTE OPMERKINGEN

Ik hoor zieken wel eens klagen over de opmerkingen die zij te horen krijgen. Laatst vertelde een man die een chemo-kuur krijgt dat de mensen hem altijd vragen: “Hoe gaat het met u…?” Als hij dan begint te vertellen: “Leuk, ik heb gisteren een nieuwe brommer gekocht…”, dan onderbreekt de vragensteller hem: “Nee, ik bedoel, hoe gaat het met ù?” Kennelijk gaat het de mensen niet om zijn welzijn maar om zijn ziekte. “Hoe gaat het met de ziekte?” Als hij dan zegt: “Nou het gaat wel… die kuur…” dan vallen ze hem snel in de rede: “Ja hoor, ze hebben tegenwoordig hele knappe middelen tegen de bijwerkingen….” De man wordt er bitter van: de vragensteller is hem steeds vòòr met het antwoord, bang om een andere waarheid te horen. Niemand luistert echt. Hij ging verder met zijn klacht: “Laatst vroeg ik aan een bezoeker: ‘Hoe zit het met jouw huis, heb je het al verkocht?” Weet je wat ik voor antwoord kreeg: ‘O, mijn problemen zijn niets vergeleken bij de jouwe, laten we het liever over jou hebben’." En weer voelde hij zich buitengesloten. Of de mensen vragen: “Hoelang is het geleden dat je ziek werd?” en je hoort ze denken: “Hoelang duurt het nog voor je sterven gaat?”
Het luisteren en mondig maken van mensen die zeer ernstige ziek zijn is niet gemakkelijk. Dat is het ook niet als zieken voor de rest van hun leven ernstig gehandicapt zijn, wanneer hun ogen nalaten of hun vermogen om te lopen of te spreken. Zulke ingrijpende veranderingen maken een mens diep onzeker. “Zullen de anderen mij trouw blijven? Ben ik voor hen nog de moeite waard?”\

“ZEG HET MAAR”

Als je de kamer van een ernstig zieke binnenstapt betreed je heilige grond. Dat maakt onzeker en zenuwachtig. Je moet nadenken over je vragen en opmerkingen. Daardoor voel je dat je soms net de verkeerde dingen zegt. Ik kan u één ding garanderen: de zieke zal daar begrip voor hebben. Hij is zelf onzeker en zenuwachtig en denkt voortdurend verkeerde gedachtes. Dus wees niet bang voor een foute opmerking, maar probeer wel om de zieke als mens te zien, niet als iemand die alleen maar ziek is. Probeer te luisteren, en geef de ander het woord zonder zelf onmiddellijk je eigen verhaal erover uit te spreiden. Neem een houding aan van: “Zeg het maar…!” Opzien naar het lijden van anderen is onze redding!\

HET PLANKE NAAST OMA’S BED

Lieve kinderen. Ben je wel eens in het ziekenhuis geweest? Eerst ga je met een lift naar boven. Als je nog geen buikpijn had dan krijg je hem daar wel! Dan kom je op een lange gang met genummerde kamers. Op de kamer staan twee bedden. In een van de bedden lag een oma. Ik kende haar bijna niet meer terug. De mond was een beetje ingezakt, want ze had het gebit uit. Ze was heel klein tussen de witte lakens van het bed. Ze had een groene slang in de neus. Vanonder de lakens kwamen andere slangen en naast haar bed stond een ijzeren paal met allerlei flessen en die druppelde vloeistoffen door slangen in haar arm. Was dit die oma die altijd zo gezellig in haar huisje zat met een vriendelijke lacht en de kast vol foto’s? Was dit die gezellige oma die altijd koekjes had? Ze leek wel op een andere akelige planeet van witte apparaten met slangen. “Nou,”, zei ik, “dat is ook even anders dan thuis…” Weet je wat ze antwoordde? De oma zei: “Daarom vind ik dàt het mooiste plekje van het hele ziekenhuis.” Ze wees naar een grijs plankje dat naast het bed aan de muur hing. Het was een bord waarop drie tekeningen waren opgehangen met punaises. Die hadden de kleinkinderen gemaakt. Op een tekening stonden alleen rode strepen die was van Eva, twee jaar; op een andere stond een auto die tegen een boom was gebotst, die was van Bas, vijf jaar; en op de derde zag je een ziekenhuisbed met oma erin, die was van Maud, 8 jaar. Verder hing er een groepsfoto met alle kinderen en kleinkinderen. De akelige flessen met slangen hielpen oma misschien om beter te worden, maar het plankje met de tekeningen hielp zeker, dat zag ik aan haar glimlach!

Zoeken in Preken Online