24e zondag door het jaar B

B-cyclus · Tijd door het jaar · 24e zondag · groen

Homilie op de 24e zondag door het jaar B: Wil de echte Jezus opstaan

(Mc. 8, 27-35)

Tielt, 16 september 2012

Het is eigenlijk verrassend dat Jezus aan zijn leerlingen vraagt: “Wat denken de mensen over Mij?” Dat is een vraag die je best niet stelt, want je krijgt erop meestal een zeer uiteenlopend en soms weinig vleiend antwoord. Roddelen is een geliefkoosd gezelschapsspel.

En toch stelt Jezus aan zijn leerlingen de vraag: “Wie zeggen de mensen dat ik ben?” Waarop ze antwoorden: “De enen zeggen dit, de anderen dat!” En dat is nog altijd zo. Grote theologen als Pater Schillebeeckx en nog vele geleerden schreven een dik boek over Jezus. De marxist Garaudy legde over Jezus een getuigenis af. En af en toe draaien ze nog de film Jesus Christ Superstar. Op bluejeansbroeken en T-shirts kun je lezen: Jesus loves me. Ja, de één zegt dit en de ander dat! De één zegt dat Jezus een echte rebel was die opstand preekte tegen de gevestigde macht: de Romeinse bezetter, de Joodse priesters, de religieuze leiders van zijn tijd. Hij was een vriend van het onderdrukte proletariaat. Zo zag men in mei 1968, bij de studentenopstand in Parijs, de afbeelding van jezus hangen tussen die van Marx en Mao. Je kent misschien ook die bekende poster uit Bolivia, in alle talen vertaald. Daarop stond een afbeelding van Jezus met daaronder: “Gezocht! Een opruier, genaamd Jezus Christus, medeplichtig aan samenzwering tegen de gevestigde macht, armoedig voorkomen, arbeider, slecht gevoed, gaat om met de gewone man en met de werklozen. Kentekens: baard, lange haren, wonden aan handen en voeten, aangebracht door eerbiedwaardige burgers op bevel van de wettige overheid.” Voor de anderen, de doorsneegelovigen, is Jezus iemand die rust geeft aan de ziel, die je begrijpt, je zonden vergeeft, je helpt om in vrede en liefde te leven met je medemens.

Als Jezus eerst vraagt “Wat denken de mensen over Mij?”, wil Hij komen tot die fundamentele vraag, die Hij vandaag ook aan elk van ons stelt: “Maar gij, wie zegt gij dat ik ben?” Waarop Petrus heel spontaan en enthousiast antwoordde: “Gij zijt Christus.” Maar hij besefte niet goed wat dat geloof in Christus met zich mee zou brengen, namelijk veel zelfverloochening, miskenning, lijden allerlei. Dat verstond Petrus niet en daarom wees Jezus hem terecht met de woorden: “Je laat je leiden door menselijke overwegingen en niet door wat God wil.”

Dat verwijt zou Jezus wellicht ook aan ons maken. We laten ons zo dikwijls leiden door kleinmenselijke overwegingen en niet door wat God wil. Wat God wil is meestal dat we durven de weg gaan van de tegenkanting, het geschimp en het lijden.

Hadden de trappisten van Westvleteren zich laten leiden door kleinmenselijke,

gemakzuchtige overwegingen, kortom, door de gemakkelijkste weg, dan

zouden ze de gewezen bisschop Vangheluwe nooit onderdak gegeven

hebben. De abt heeft het raak verwoord in een T.V.-interview: “De gewezen

bisschop was een mens in nood en wij hebben hem opgevangen, zoals het

evangelie en onze regel dat vragen.” Zij hebben daarbij ervaren wat Jezus in

het evangelie zei, namelijk dat je daarvoor veel moet lijden en door de

oudsten, de hogepriesters en de schriftgeleerden verworpen wordt. Dat was

hoegenaamd geen goedkeuring van wat hij gedaan had.

Hadden de Clarissen van Malonne bij Namen zich laten leiden door menselijke overwegingen en niet door wat het evangelie wil, dan zouden ze nooit Michelle Martin onderdak geven. Dan zouden veel kritiek en zelfs opstand tegen hen er niet geweest zijn en ook nu nog niet. Zij doen het toch omdat ze gehoor geven aan wat het evangelie van hen verwacht. Niet om de gruweldaden goed te keuren die Michelle Martin gepleegd heeft! Maar het debat daarrond werd in de media vertekend. Het probleem richtte zich tegen de zusters die alleen hun gastvrijheid tonen. Als de publieke opinie er een probleem mee heeft dat Martin vrijkomt, dan dient ze justitie met de vinger te wijzen. Zodra justitie Martin vrijlaat, kan ze niet beter zitten dan in een klooster, afgeschermd van de maatschappij. Alleszins beter dan in een rijhuis. En best dat we nog in een rechtsstaat leven. Ik heb als kleine jongen na de bevrijding in 1944 meegemaakt waarheen het ons leidt als de burgers het recht zelf in handen namen. De zogezegde collaborateurs werden uit hun huis gesleurd, beschimpt en mishandeld, gedood zelfs door de volkswoede. Ik heb geen heimwee naar wat ik toen als klein kind gezien en gevoeld heb.

Jezus zegt ons vandaag in het evangelie: wees in al je onvolmaaktheid een beetje een beeld van Mij. Volg mijn spoor waarheen het ook leiden moge: meestal geen gemakkelijk spoor!

G. Buyse, pastoor-deken em. Tielt

Zoeken in Preken Online