Er zijn zo van die woorden waar je geen vragen meer bij stelt. Zo mooi zijn ze. Zo klassiek zijn ze. Iedere tijd kan ze zingen. Ieder volk kan ze zingen. Ze staan in de rij van de grote werken. Ze passen in elke bloemlezing.
Deze woorden van Jesaja zijn zo. Je kan er de schreeuw in beluisteren van ieder volk dat hoopt, dat roept, dat gelooft. Je kan er Liesbeth List in horen als ze de Mauthausen -liederen zingt van Theodorakis. Je kan er het lied in horen van Huub Oosterhuis en je kan er het koor in beluisteren dat het zingt in een feestelijke paasnacht terwijl mensen bloemen dragen naar de bron van het leven. Ik voel Pasen in deze verzen. Het leven kan niet stuk, zing ik dan maar. Maar dat is pover, want dit lied moet gezongen worden door velen, door een heel groot koor dat in het leven gelooft. Je zou er zelfs een symfonie bij willen met een slotkoor, zo luid als in de negende van Beethoven.
Het is toch iets als een profeet, die meestal streng is en ‘preekt’ plots gaat zingen. Want dit is geen spreken meer. Dit is een woord dat om noten vraagt Dat is poëzie die om een componist roept, alsof de dichter zeggen wil: je moet met deze woorden nog twee dingen doen: je moet er muziek op zetten en je moet het zingen met velen. Want er komt een eind aan ellende van mensen. Een ballingschap is erg, heel erg, maar er komt een eind aan. Het kan lang duren, heel lang, veel te lang. Er zullen slachtoffers vallen en mensen zullen gewond zijn voor generaties lang, Er zal getreurd worden zodat het verdriet ons dagelijks voedsel wordt en alles wat licht geeft verduistert.
Maar ééns komt de grote zomer dat alles in bloei staat, in volle tooi. Dat is de hoop die geloof wordt. Dat is het geloof dat zekerheid wordt. Dat is zekerheid die vreugde wordt.
En de hele natuur hoort en zingt mee: de krokussen en de steppe zijn even blij als de blinde die ziet, de dove die hoort, en de kreupele die gaat.
Dat zal een droom zijn!
Af en toe is het goed dit lied te zingen. Het doet ons gelovig worden met velen. Een oud woord wordt dan nieuw zodat je geen vragen meer stelt: uit welke eeuw komt het alweer? Het komt gewoon uit elke eeuw Het is de adem van elke ziel die eens werd gemarteld en die maar niet wil capituleren.
Het lied zal het laatste zijn. In de hemel zullen we zingen. Zeker weten.