“Stel, u mag God een vraag stellen, hoe zou die luiden?” Dit vroeg de journaliste Nell Westerlaken kort geleden in een interview aan Huub Oosterhuis. “Een vraag stellen? Het klinkt misschien arrogant, maar ik denk dat ik Zijn antwoord weet”, zei Oosterhuis.
“En dat is?” zei Westerlaken. “Het antwoord is dat het goed komt - een antwoord op de vraag hoe het afloopt, waar het heen gaat, hoe het moet. Hij zegt toch eigenlijk in de bijbel: “Jullie zijn bij machte om het goed te maken met elkaar.” Dat is het verhaal natuurlijk: mensen moeten het zelf doen, en dat kan ook. De bijbel heeft als refrein dat niets onmogelijk is. Dat mensen voor elkaar - dit is dan mijn vertaling - zo goed als God kunnen zijn. Met een wat dubbele betekenis ja. Ach het is maar goed dat we God geen vraag kunnen stellen. Stel je eens voor dat er antwoord kwam.” Tot zover Oosterhuis.
Het komt goed, want mensen kunnen het goed maken met elkaar; mensen kunnen voor elkaar zo goed als God zijn. Zullen we het daar vandaag maar eens op houden? In het evangelie, laat die ene mens, Jezus van Nazareth, zien hoe dat moet. Want wat gebeurt er? Betrokkenheid bij een mens in nood, dat is toch: zo goed als God zijn?
Mensen brachten iemand bij Jezus, die doof was en moeilijk sprak. Doof zijn is erg, denk ik. Een dove voelt zich in een isolement. In gezelschap is het bijna niet te doen voor hem/haar om erbij te blijven. Zo iemand mist waar het gesprek over gaat, en de anderen nemen vaak niet de moeite om de dove bij het gesprek te betrekken. Die doof is, voelt zich buiten het gezelschap staan, geïsoleerd, eenzaam. En als hij, zo staat er, ook nog moeilijk praat, dan is dat een dubbele handicap, een extra aanleiding tot eenzaamheid. Men kan hem niet volgen. Hij vraagt om aandacht van de ander voor wat hij wil zeggen, maar de ander heeft vaak geen geduld, om naar zijn gehakkel te luisteren. Doof zijn is erg; een spraakgebrek is erg; het maakt de mens eenzaam, wanneer de ander niet extra moeite doet om je te verstaan. Je zegt dan maar niets meer, je wordt stil.
Iets dergelijks gebeurt ook, als anderen jou het gevoel geven, dat je niet de moeite waard bent om naar te luisteren. Je hoeft dan niet echt doof te zijn, of echt een spraakgebrek te hebben, als anderen je letterlijk steeds opnieuw doodzwijgen. Als anderen steeds weer jouw gedachten, jouw woorden, jouw gevoelens afkappen en voor jou invullen, wat je moet doen en hoe je het moet doen, dan kún je niets meer zeggen en - gaandeweg - dúrf je niet meer. Je word stom gemaakt. Ook een mens, die niet meer kan/mag praten voor zichzelf, raakt buiten de gemeenschap, raakt vereenzaamd.
Er zijn nog zoveel meer redenen waarom mensen alleen staan en eenzaam zijn in hun leven. Mensen die gehuwd zijn, verstaan elkaar soms niet meer en gaan uiteen; dat gaat vaak met veel pijn en eenzaamheid gepaard. Mensen die, om wat voor redenen dan ook, nooit een partner gevonden hebben, hoezeer ze dat ook zouden gewild hebben; zij kennen de pijn van het alleen in het leven staan; hun diepste verlangen naar een partner is nooit werkelijkheid geworden; de pijn van dit ongewild alleen blijven wordt vaak niet gezien door de omgeving; van buiten lijkt er ook niets bijzonders aan de hand; ze doen hun werk, halen boodschappen, eten, puzzelen, kijken tv en gaan slapen; het lijkt allemaal probleemloos, maar de realiteit is anders; zij gaan hun gang, maar hebben vaak geen echt contact met iemand, behalve misschien wat oppervlakkigheden bij de kassa van de supermarkt. Er is niemand die warmte biedt, niets dat troost biedt; geen uitzicht, geen gedachte, geen gebed, geen god; er is kilte. Ja, mensen kunnen heel eenzaam zijn, ziek van eenzaamheid, maar praten er niet zomaar over; misschien uit angst omdat hun verhaal te persoonlijk, te delicaat is, en belachelijk gemaakt zal worden; misschien omdat ze schromen over hun gevoelens en verlangens naar vriendschap en warmte te praten; misschien omdat ze het als zwakte en zelfbeklag zien; misschien omdat ze zich schamen over hun eenzaamheid te praten, zoals mensen uit schaamte zwijgen over hun armoede.
Hoe weldadig is dan een ontmoeting, een echte ontmoeting met een vriend/in, een vertrouwelijk contact, waarin men zich veilig voelt, waarin men zich eerlijk kan uiten over zijn gevoelens van eenzaamheid, over zijn hunkering. Zo iemand op je weg is een geschenk en doet je opleven. Verrast door de ontmoeting van zo’n vriend/in op je weg, die belangstellend naar je vraagt, doet je prijsgeven wat er diep in je leeft. Ineens komt er iemand in je leven, die je wel ziet staan, die naar je omziet, die naar je luistert. Dat is helend, dat is genezing. ‘God tot God’ noemt Etty Hillesum het, wanneer twee mensen het diepste in henzelf met elkaar kunnen delen.
Wat kan het zalig zijn voor iemand - die buiten de gemeenschap is geraakt - als er een persoon op zijn/haar weg komt, die betrokken is, aandacht heeft, de moeite neemt om te luisteren, die jouw eenzaamheid aanvoelt en je daaruit bevrijdt. Zo iemand is Jezus. Hij maakt de Naam van God - “Ik ben er voor jou” - helemaal waar; Hij is voor de ander zo goed als God. Het lijkt of Jezus een magische kracht bezit: “ga open”, zegt Hij. Hij trekt als het ware de dove weer helemaal binnen de gemeenschap. “Je mag er weer helemaal bij horen!” Zou dat misschien het wonder van de genezing zijn, door Hem verricht? Ik ben geneigd om dat te denken.
Ook wij kunnen handelen als Jezus, zoals Hij in de huid van de ander kruipen en proberen aan te voelen wat het betekent doof te zijn. Zoals Hij aanvoelen wat het betekent buiten de gemeenschap te staan, door een handicap, door ziekte of om wat voor reden dan ook. Ook wij kunnen door onze attentie en oplettendheid geïsoleerde mensen binnen de gemeenschap halen/houden, ervoor zorgen dat zij niet in een isolement geraken. Ook wij kunnen er gevoelig voor zijn en erop letten, dat de ander zijn/haar gedachten of gevoelens helemaal kan uitspreken, ook al gaat dat moeizaam. Erop letten, dat de ander serieus genomen wordt en erbij hoort. Dan vindt genezing plaats, heling; dan gebeurt het wonder.
Soms denk ik: wie is er nu eigenlijk doof? wie is er nu eigenlijk blind? wie is nu eigenlijk gehandicapt? Gezonde mensen, denk ik, lijden vaak aan een handicap, die erger is dan de fysieke handicap. Gezonde mensen zijn vaak zó met zichzelf bezig, dat zij blind zijn voor wat er in hun omgeving plaats vindt en doof voor de schreeuw van een mens in nood. Het is onchristelijk, als gezonde mensen die schreeuw wel horen, maar de nood hen niet ontroert en in beweging zet; als er niets is, wat hen doet meeleven met de ander; als er niets is wat hen doet inleven in de ander; als ze zó gevoelloos, zó doof en afgestompt zijn, dat ze hun hart afsluiten. Eigenlijk zijn zíj de zielige mensen, omdat zij zich juist isoleren van de gemeenschap door hun egoïsme, door alleen maar met zichzelf bezig te zijn, met hun eigen kleine wereld. Wie is er nu eigenlijk doof? De werkelijk doven zijn zij, die zich doof maken en afsluiten voor de mens in nood.
Jezus is een goede luisteraar, zo blijkt uit het evangelie van vandaag. Hij is er voortdurend op uit om mensen te genezen, te helen, te doen opstaan, binnen de gemeenschap te halen/houden. Goede luisteraars zijn zo goed als God; zijn Naam is: Ik ben er voor jou.