In ieder mens
gaat een doofstomme schuil:
nu eens bij momenten
-een mens heeft al eens een mindere dag-
dan weer voor langere tijd
-mindere dagen kunnen ook gewoonte worden-.
De doofstomme in ons
is de mens die in zichzelf gevangen zit:
overmand door zeer en zorgen,
de pijn van oude blijvende kwetsuren,
of door kwaad, begaan of ongedaan.
Angst en schaamte potten alles op in het hart
als een geheim dat niet te delen valt.
Ze moesten eens weten, denk je dan,
wie ik maar ben.
In de beslotenheid van het hart
woekert kwaad en zeer
tot ondraaglijk gewicht
dat je afsluit van anderen
en opsluit in jezelf.
Je hoort niet meer wat anderen beroert.
Je hoort alleen de pijnen
in je eigen diepste binnenste. Tot iemand je nabij komt en je teder aanraakt,
even apart neemt
buiten de kring van het volk,
en dat ene woord tot je spreekt:
Effeta. Ga open.
Zeg het maar: ik heb tijd om te luisteren.
Ik ben er voor u.
Effeta.
Word ontvankelijk voor anderen
en ontdek dat je niet alleen bent,
dat ieder ander ook een lotgenoot kan zijn.
Effeta. Ga open
en durf met minstens iemand je kwetsbaarheid delen
en ervaar dat je daarmee niet alleen staat.
En weet dat je zoveel meer bent
dan je eigen pijn en zorgen.
Effeta, het bevrijdend woord
dat al zovelen heeft genezen.
*** 23e zdj-B- * bij Mc.7,31-37 * door Carlos Desoete * federatie St.-Andries-St.-Michiels-Brugge**