We kunnen onze handen niet genoeg wassen,
dat raden dokters ons aan, om zo weinig mogelijk
het dreigende griepvirus over te dragen…
De Farizeeën zouden goed passen in deze strategie.
Ze volgden stipt alle ‘reinigingswetten’.
Ze wasten hun handen meermaals per dag:
als ze thuis kwamen van de markt, voor het eten
en zeker na aanraking met ‘onreine’ mensen!
Ze verwijten de leerlingen van Jezus dat ze dat niet doen.
Kunnen wetten op zich ons redden? Door ze stipt na te leven,
kunnen wij ons opsluiten in een zelfvoldaan geweten,
zonder besef van de hardheid ervan, die anderen kan breken.
Godsdienst is niet zozeer het vervullen
van uiterlijke plichten, wetten en voorschriften;
het is met je hart bij de Heer zijn.
De liefde moet de ziel zijn van ons leven.
Als het hart er niet bij is, heeft niets waarde.
in die zin zijn godsdienstige wetten
en voorschriften als wegwijzers:
ze geven de richting aan, ze zijn een stimulans,
een aanzet om tot het doel te gaan:
een samenleven in liefde en vrede.
Schenk mij een nieuw en zuiver hart, mijn God.
Geef mij een nieuwe geest,
die gevoelig blijft voor uw liefde.