* Jezus bevindt zich in het hoge Noorden van het “Galilea der heidenen”, aan de rand van heidense grensgebieden, waar de bewoners - evenals zijn leerlingen - het niet zo nauw namen met allerlei taboes en met het rituele protocol van de zuiderse Jeruzalem. Zo waren er meer dan 600 voorschriften die de Wet van Mozes verzwaarden, zoals dat van het wassen van de handen. In een rabbijns document lezen we: “Wie brood eet zonder de handen te wassen, is als iemand die een publieke vrouw bezoekt… Hij zal worden uitgeroeid.” Dus de excommunicatie of de uitstoting.
* Voorschriften kunnen, in de juiste context gezien, steunpunten en houvasten zijn, maar ze zijn nooit een absolute waarborg voor ware vroomheid en geloof. Het beslissende is wat leeft aan de binnenkant, in het hart ! Ook Paulus heeft de Joden hiervoor de ogen willen openen. De enge strakheid van de Joodse voorschriften was een hinderpaal voor de evangelisatie bij de heidenen.
1. Jezus verwijt zijn tijdgenoten hun eenzijdige belangstelling voor die uiterlijke schijn.
- De farizeeën hechtten bijzonder veel belang aan de buitenkant, aan de uiterlijke vorm der dingen. Ook wij beoordelen graag de mensen naar hun uiterlijk voorkomen en prestaties. Daarin worden we sterk beïnvloed door de reclame en de publieke opinie door de media gevormd. Juist dat klaagt Jezus vandaag aan in de voorgelezen evangelietekst (Mc 7,1-23): “Dat volk eert Mij met de lippen, maar hun hart is ver van Mij… Mensenwet is het wat zij leren…”. - Hij heeft het zonder blad voor de mond uitgeschreeuwd in zijn strafrede tot de farizeeën: “Gij zweert bij het altaar, maar gij vergeet dat het gaat om uw offer; gij wast de beker van buiten, maar binnen zit uw diefstal erin vastgeplakt; gij betaalt uw tienden, maar gij vergeet barmhartigheid en trouw; gij gelijkt op witgekalkte graven, vol rotheid en doodsbeenderen…” Heilig zijt ge in schijn, maar van binnen en dus in feite volgepropt met verderf, huichelarij en corruptie (Mt 23, 20-28). Jezus ontmaskert.\
- En toen Jezus op sabbat een arme man met een verschrompelde hand wilde genezen, zaten de farizeeën op Hem te loeren. Het evangelie zegt: “Hij was bedroefd om de hardheid van hun hart” (Mc 3,5). En toen ze Hem zeiden dat Mozes de man het recht had gegeven zijn vrouw te verstoten bij overspel, antwoordde Hij: “Om de hardheid van uw hart heeft hij dat toegestaan” (Mc 10,5). Deze verharding maakte zijn tegenstrevers doof en blind. Ze konden niet binnentreden in wat Hij bedoelde. Daarom haalde Jezus de tekst van Jesaja aan: “Verhard is het hart van dit volk: hun ogen knijpen ze dicht en hun oren stoppen ze op… uit vrees dat Ik hen zou bekeren…” (Mt 13,15).
2. Jezus kijkt naar wat zich afspeelt in het hart, naar wat leeft in de mens.
- Jezus kijkt naar de diepere gezindheid, de bedoeling van de mens. Zoveel is men waard in zijn ogen. Dat is heel de tenor van de Bergrede: “Zalig de zuiveren van hart, want ze zullen God zien…” (Mt 5,8). En dat past Hij voortdurend toe: “Wie een vrouw met begeerte bekijkt, heeft reeds overspel bedreven in zijn hart” (Mt 5,28). De zonde van het hart moeten we niet vernauwen tot het seksuele domein. Onzuiver is alles wat uit zelfzucht de liefde kwetst en de waarheid verkracht: onze afgunst en kwade vermoedens, die voeren tot roddel, kwaadsprekerij en het opruimen van de andere; onze materialistische gezindheid en genotzucht, die leidt tot onrecht en corruptie, en onszelf verziekt; onze hoogmoed, die de anderen kraakt en de dienende liefde doet vergeten.\
- Daarom zegt Jezus: “Luister en wil verstaan” (Mc 7,14). Dit is: Ik zal u iets moeilijk zeggen. Spits uw aandacht. Het was moeilijk voor hen. “Wat uit de binnenkant van de mens komt is de zonde”. Johannes schreef die wondere zin: “De zonde is de boosheid” (1 Joh 3,4). Dit wil zeggen: onze zondige daad vloeit voort in de innerlijke boosheid van ons hart. De grootste pollutie is deze van ons hart. Indien we in een wonderbaar licht alle binnenkanten van de mensen mochten zien, zouden we waarschijnlijk uiterst verrast zijn. Het zou kunnen dat mensen die we eerst hoog hadden aangeschreven, er nu maar magertjes uitkomen. En evenzo zou het kunnen dat mensen die we eerst hadden veracht of verdacht, nu naar voren treden als de beteren. Jezus zegt: “Niets is verborgen dat niet aan het licht zal komen” (Mc 4,22). Er komt een dag dat we voor God en voor elkaar naakt zullen staan. “Christus zal openbaar maken wat in de harten omgaat” (1 Kor 4,5). Wij kunnen niet bescheiden genoeg zijn in ons oordeel over de andere, omdat wij zijn hart niet kennen.
* Jezus wil ons eigen hart genezen. Hij moet daarom in ons hart kunnen kijken. We moeten afdalen in ons hart, de poort ervan openen zodat het geraakt wordt door het zuivere en onpeilbare hart van God. Alleen Hij kan ons hart omvormen naar het beeld van het hart van zijn Zoon. Als wij de wereld willen vernieuwen, moeten we eerst ons hart vernieuwen, zodat het op zijn beurt bron kan zijn van leven voor de anderen. Reeds Hildegard van Bingen schreef: “De genezing van de schepping zal uitgaan van het hart van de mens”. Dag Hammerskjöld liet in zijn notities na: “Heer, U komt op mij toe, en ik laat mij door U dragen. Ik begin de reis naar binnen, ik reis in mij naar binnen toe, naar de binnenste kern van mijn zijn, waar U woont. In dit diepste van mijn wezen was U er altijd al voor ik er was; daar waar U mij schept, mij leven doet en mij zonder ophouden sterkt.”