Tweeëntwintigste zondag door het jaar (2000)

B-cyclus · Tijd door het jaar · 22e zondag · groen

In de eerste lezing hoorden we Mozes tot het volk zeggen: We hebben zulke goede wetten en regels dat we er trots op moeten zijn Bewaar ze goed en handel ernaar, dan ben je wijze en verstandige mensen. Daar zit een beetje de ondertoon in van: wees blij dat je de wet mag onderhouden, daar wordt je alleen maar beter van.
Denkt u zich eens in dat de koningin iets dergelijks zou zeggen in haar jaarlijkse troonrede: beste landgenoten wees blij dat je de wetten van ons land mag onderhouden. Dan zou er waarschijnlijk een hoongelach opgaan. De gemiddelde burger heeft het niet zo op de wet. Natuurlijk vinden we allemaal dat er wetten nodig zijn, anders wordt het een ongelooflijke chaos in de samenleving. Tegelijk beschouwen we al die wetten en regels meer als een soort noodzakelijk kwaad dan iets waar we blij mee zijn.
In feite proberen we op alle mogelijke manieren eronderuit te komen. We bestuderen nauwgezet de letter van de wet om uit te vinden hoe ver we onze eigen weg kunnen gaan. We zoeken de mazen in de wet om uitzonderingen voor onszelf te vinden. Die wet is er dan wel, maar geldt op dit moment niet voor mij. Daar verdienen de advocaten tegenwoordig veel geld aan.
En als er aan de wetten geen sancties verbonden waren, dan lapten we ze nog veel meer aan onze laars. Het feit dat je gestraft wordt als ze je pakken, geldboete, gevangenisstraf, is voor velen de enige reden om zich eraan te houden Als er op te hard rijden geen flinke bekeuring stond, zouden nog veel meer mensen veel te hard rijden. Waar camera’s staan, daar zie je dat iedereen zich keurig aan de regels houdt, maar een stukje verder geven ze weer gas.
En als op overtreding van milieuregels geen flinke boete stond, zouden nog veel meer mensen zich niets van die wet aantrekken. En zo kun je nog veel meer voorbeelden aangeven waarin het onderhouden van de wet echt niet van harte gebeurt, bij heel veel brave burgers althans.
Een uitspraak als: wees blij dat je zulke goede wetten hebt en dat je ze mag onderhouden, dat slaat in onze samenleving nergens op. Toch zei Mozes iets soortgelijks en dat heeft wezenlijk te maken met het feit dat men toen heel anders aankeek tegen de wet van Mozes dan wij kijken naar de wetten van toen en nu.
In de oude joodse traditie ging het om de Thora, dat is de wet van Mozes. Nu is het woord wet eigenlijk een slechte vertaling van het joodse begrip Thora. De Thora, die wet van Mozes, was veel meer een leer, een manier van leven. En als je die leer volgt, als je zo handelt dan ben je een wijs en verstandig mens.
En als je dan het evangelie leest dan zou je kunnen zeggen: Dus Jezus was geen wijs en verstandig mens want hij en zijn leerlingen hielden zich niet aan de Thora, dat wordt hem tenminste verweten.
Maar zo eenvoudig ligt het niet. Ook voor Jezus was de Thora heilig. Waar hij zich tegen verzette was de manier waarop de joodse schriftgeleerden meenden die wet van Mozes te moeten interpreteren: niet als een leer, een visie op het leven maar als een geheel van geboden en verboden, van wetjes en regeltjes die in hun ogen precies onderhouden moesten worden. Als je die wetten allemaal maar onderhield, dan was je een goed mens.
Nee, zegt Jezus, dat is niet genoeg: het gaat om het doel van de wet anders kun je een grote schijnheilige zijn ook al onderhoudt je alle regels. En het doel van de Thora was: goed samenleven met elkaar, en dus: rekening houden met elkaar, zorg dragen voor elkaar, en dat doel werd door die wettische houding niet gediend maar in werkelijkheid juist vaak belemmerd. Daarom is Jezus zo fel tegen de schriftgeleerden.
De vraag aan ons is vandaag: hoe kijken wij tegen wetten aan en hoe gaan wij ermee om. Zien we het alleen als een soort noodzakelijk kwaad of hebben wij ook oog voor het doel ervan: het welzijn van iedereen, het goed functioneren van de gemeenschap? Volgen we de regels alleen omdat er sancties, straffen, op de overtreding staan, of zijn we ook overtuigd van de zin en het nut ervan. Alleen als we de zin ervan inzien zullen we van binnenuit gemotiveerd zijn om ze te onderhouden, ook als niemand ons op de vingers kijkt. Jammer genoeg krijgen we met zoveel wetten en regeltjes te maken dat het wel eens heel moeilijk is om de zin ervan in te zien.
Anderzijds is het ook de vraag: zoeken we die zin ook voldoende, staan we er open voor. Alleen dan kunnen we er verstandig mee omgaan. Alleen dan kun je misschien zeggen: ik ben blij dat ik ze kan en mag onderhouden.

Zoeken in Preken Online