Cornelius 2003

B-cyclus · Tijd door het jaar · 22e zondag · groen

Ik heb de mis gedaan in d’Oude Raai afgelopen woensdag, steek ik met m’n koffertje in de hand tegenover het politiebureau de Ferdinand Bolstraat over en wíe, dierbare gasten en parochianen van deze Vredeskerk, wíe komt er júist op dat moment het politiebureau uít tegen mij óp bijna …? Die mevrouw die vorige week zaterdag op de televisie was. Die mevrouw die bij die nonnen had gezeten; opgesloten was geweest eigenlijk. Het was voor haar moeilijk, ja een hél geweest …

Ik heb ’t vorige wéék zondag op deze plek over haar gehad … En afgelopen woensdag loopt ze zo ongeveer in m’n armen … Ik was nog van plan geweest om haar adres te achterhalen en haar mijn preek van vorige week zondag óp te sturen … En nu schud ik haar de hand en spreken we met elkaar … Een verbijsterend toeval. Of: is ’t wel toeval? “Het valt je toe” zegt pater Frans Piket altijd. Ja … Het is soms toch alsof er “boven” “Iemand” dingen bekokstooft, de boel aan het regisseren is en aan allerlei touwtjes trekt … Zie de passage uit de Handelingen van de Apostelen die wij vandaag krijgen voorgeschoteld.

Visioen
Cornelius, die onderofficier van de Italiaanse divisie, gelegerd in Caesarea, het Romeinse bestuurscentrum in het Israël van die dagen. Het ligt aan zee. We zijn er geweest, een paar jaar terug, tijdens de parochie-bedevaart naar het Heilig land. Een vrome man die veel goed deed. Zo wordt die Cornelius geschilderd. “Op het negende uur” (dat is voor ons om drie uur in de middag) gaat Cornelius bidden en ziet hij “in een visioen duidelijk een engel van God zijn huis binnenkomen”. “Een visioen”. Daar zit het woord “visie” in. Dat heeft met “zien” te maken. Tele-visie. Ja het is een soort televisie - een visoen: iemand ziet iets dat van elders komt, uit een andere wereld, uit een andere dimensie als het ware … Ach zult U zeggen … dat is iets van vroeger …. zo’n “visioen” … dat gebeurt tegenwoordig niet meer … daar zijn we veel te nuchter voor tegenwoordig … Ja, misschien wel … Maar ik kreeg twee weken terug nog een brief van iemand die mij schrééf een visioen gehad te hebben. Ook weer zo’n “toeval” - net in de afgelopen week heb ik teruggeschreven - dat je daar wèl voorzichtig mee moet zijn, met “visioenen”: niet élke droom, hoe indrukwekkend ook, is zonder meer een openbaring van godswege. Er kunnen ook andere factoren, andere machten, een rol spelen … een vertroebelende rol spelen …

Maar Cornelius ziet duidelijk een engel van God zijn huis binnenkomen - die hem aanspreekt: “Cornelius!” Cornelius staart hem aan en vraagt geschrokken: “Wat is er, heer?” En de engel zegt: “Uw gebeden en uw liefdadigheid zijn opgestegen tot God en zijn steeds in zijn gedachten”. Wat een heerlijk idee, veelgeliefden: dat God alle goede verlangens van ons hart en alles wat wij aan goed dóen; dat God dat zou waarnemen en zou koesteren. De engel zegt: zó is het.

Zweverig
’t Is helemaal géén zweverige engel trouwens want vervolgens geeft hij (de engel blijkt later in de tekst van de mannelijke kunne te zijn!); vervolgens geeft de engel een aantal heel concrete aanwijzingen wáár Petrus te vinden is: in Joppe, “bij de leerlooier Simon, wiens huis aan zee staat”. En Cornelius stuurt onmiddellijk een paar mannetjes op pad … De volgende dag, zo horen we, “rond het zesde uur” (het middaguur voor ons) gaat ook Petrus bidden - op ’t dak doet hij dat. Maar hij krijgt honger tijdens het bidden en hij geeft blijkbaar meteen instructies, Petrus, om iets klaar te maken … En terwijl het eten bereid wordt raakt Petrus “in extase”. “Geestvervoering” is daarvoor een mooi Nederlands woord. In de geest wordt Petrus “vervoerd”, “hij raakt weg”, hij wordt ergens heengebracht … Ook Petrus heeft een visioen. “Hij ziet de hemel open” en er wordt een groot tafellaken neergelaten en daar zit de hele ark van Noach, alle dieren van de schepping, zitten daar in. En dan klinkt er een stem en die zegt: “Vooruit, Petrus, slacht en eet!”

Vegetariër
Ik heb eens een paar weken een overspannen Hare Krishna-aanhanger op zolder gehad - die probeerde om mij te bekeren tot het vegetarisme. “Jezus was ook een vegetariër!” zei hij. En: “vroeger was ’t in de katholieke kerk óók zo …” Met deze argumenten probeerde hij mij over te halen … Maar hij wist vast niet van dat tafellaken dat Petrus zág. Ik wel: vegetarisch-zijn is geweldig. Ik heb bewondering voor die mensen en zou het ergens zèlf ook wel willen. Maar op de bijbel kun je het vegetarisme moeilijk baseren … Maar dit terzijde.

Slacht en eet!
“Slacht en eet!” wordt er tegen Petrus gezegd. Maar die sputtert tegen. “Geen sprake van Heer, nog nooit heb ik iets gegeten dat onrein is of niet zuiver”. Petrus, de eerste paus, is hier roomser dan de paus, of nee, roomser dan de Heer zélf! Petrus is, als een goede jood, heel góed op de hoogte van de zogenaamde “spijswetten” - van wat wèl en níet gegeten mag worden. God heeft daarover in een eerder stadium aan Mozes, de wetgever, heel precieze instructies gegeven. En daar komt God nú blijkbaar van terug. Geen wonder dat Petrus tegen-sputtert. Dat is me ook nogal wat. De wet is toch voor eens en altijd gegeven? En God is toch eeuwig? God is en blijft toch altijd Dezelfde? God kan toch niet van méning veranderen?

Beleidswijziging
Welnu, lieve mensen, het is misschien verbijsterend, maar mijns inziens laat deze tekst uit het Boek der Handelingen van de Apostelen geen andere conclusie toe dan déze: dat God dat wèl kan. Dat God wèl van mening kan veranderen. Dat er ook wat God betreft blijkbaar van een ontwikkeling sprake kan zijn. Dat God kán meegroeien met de mensen en het op een andere manier gaat aanpakken … Een beleidswijziging! En dát nota bene óók nog een of het de gewoonste zaak van de wereld is! Want er staat: “Wat God gezuiverd heeft, moet jij niet onrein maken.” Ik moet dan denken aan mijn oma zaliger gedachtenis. Die presteerde het ook af en toe om heel onverwacht uit de hoek te komen. Mijn oudste zus zou voor het eerst zonder mijn ouders, met vriendinnen op vakantie gaan … Mijn ouders vonden dat maar zó-zó. Zegt mijn oma (we zaten op het terras achter het huis, ik zie haar nog zó zitten): “Waarom nemen ze niet een paar jóngens mee!?” Wij klapperden allemaal met onze oren. Mijn ouders waren verontwáárdigd! Waar zíj juiist bang voor waren natuurlijk - dat zou óma wel even regelen. “Oma als koppelaarster” zei mijn vader … Ja … “Wat God gezuiverd heeft, moet jij niet onrein maken” is wat Petrus te horen krijgt. God is blijkbaar al vérder dan hij …

Beweging
Maar Petrus staat niet stil. De Geest fluistert hem in: Er wordt naar je gezocht! Ga mee met de mannen die je zoeken … En zo geschiedt. Zó belandt Petrus in Caesarea bij Cornelius - die hem tegemoet loopt en op zijn knieën gaat “om hem te aanbidden” zo staat er. Maar dáár is Petrus niet van gediend! Die houdt niet van slaafs gedoe: “Sta op, ik ben ook maar een mens”, zegt hij. Petrus is nu bij een niet-jood over huis. En ook dát mag niet, zo heeft hij geleerd. Maar het is hem inmiddels duidelijk geworden dat er beweging in God zit. De Geest zelf heeft hem met visioenen over de streep getrokken. En hij zegt dan, Petrus: “mij heeft God laten zien dat men geen mens ter wereld onrein of niet zuiver mag noemen.”

Sexualiteit
Is dát niet, veelgeliefden, is dát niet een heel belangrijke èn goede boodschap, óók voor onze tijd? De begrippen “onreinheid” en “onzuiverheid” zijn beláden termen, óók binnen de christelijke kerk. Met name is het de sexualiteit die vaak als zodanig, als onrein en onzuiver makend, is gepresenteerd. Heel váák zijn en wórden soms ook nog tegenóver als tegenpolen tegenover elkáár geplaatst als water en vuur: het hemelse en het aardse, goddelijke, geestelijke liefde èn menselijke, aardse, lichamelijke liefde …
Maar onreinheid of onzuiverheid, veelgeliefden, dat ís geen kwestie van het lichaam. God is niet geïnteresseerd in allerlei schrob- en boen- en waspartijen - óók niet in de kerk. Er zijn mensen - die krijgen een beroerte als er een druppel wijn van een in de wijn gedoopte hostie valt of als de kruimels van de hosties van de communie-schaal vallen. Wèl, veelgeliefden, ik krijg op grond van het evangelie van deze zondag de indruk dat zulke mensen bij de God van Jezus Christus helemaal aan het verkeerde adres zijn …

Kruimeldief
God is geen kruimeldief. Die maakt zich daarover helemaal geen zorgen, over kruimels en droppels (waarmee ik overigens niet wil zeggen dat we daarom maar onzorgvuldig en oneerbiedig met de eucharistische gaven zouden kunnen omgaan! Dat zij verre van mij!) Oneindig veel méér dan om droppels en kruimels is God bezorgd om ons hart … Wat gaat daarin om? Ons lichaam en onze geest - door voedsel wordt dat heus niet verontreinigd zegt Jezus in het evangelie. Want het komt in je buik en op de w.c. verlaat het je lichaam weer. In deze lijn doordenkend geldt hetzelfde voor de sexualiteit denk ik. Het zijn niet aanrakingen of sexuele activiteiten als zodanig die ons bezoedelen. Maar wat in ons hart omgaat, dát kan ons wèl bezoedelen: “kwade gedachten, ontucht, diefstal, moord, overspel, hebzucht, bedrog, bandeloosheid, jaloezie, laster, hoogmoed, lichtzinnigheid” worden genoemd. Allerlei bedreigingen liggen er op de loer die onszelf en anderen in en door het contact met ons onvrij en ongelukkig kunnen maken. En dat moeten we dus zien te vermijden. En hoe doe je dat? Juist - door voortdurend God te blijven zoeken; door “geregeld”, zoals Cornelius en zoals Petrus, tot God te bidden - opdat je hart en je ziel vrij blijven van en gereinigd worden van allerlei virussen. Het gebed is de firewall, de brandwering, van de ziel, van het hart. Moge God ons behoeden voor al het kwaad. Amen

Zoeken in Preken Online