Dit evangeliefragment is heel belangrijk voor Marcus. Immers hij schreef zijn evangelie voor Romeinse burgers, die niets afwisten van al die kleine voorschriften omtrent rein en onrein. Hoe moest een heidense gelovige zich gedragen, die niets van heel deze achtergrond begreep? Om tot een nieuwe, universele moraal te komen waren de authentieke Jezus-woorden van groot gewicht. Jezus had gezegd dat de werkelijkheid in se neutraal is, niet goed of kwaad, en dat dus al die reinheidsvoorschriften weinig belang hadden. Temeer omdat ze slechts de buitenkant van de Wet raakten. Jezus zegt dus twee dingen: enerzijds verklaart hij de werkelijkheid als neutraal en natuurlijk, ook vuile handen, onreine dieren, een vreemdeling die je aanraakt, een lijk dat je hebt gewassen, het menstruatiebloed, enz. dat alles vormt de realiteit waarmee iedereen te maken heeft. Het kwaad dat de wereld beheerst komt alleen uit het hart van mensen.
Maar tegelijk wil Jezus diegenen de wind uit de zeilen nemen, die hem ervan beschuldigen dat hij de Wet wil afschaffen. Voor Jezus is de Wet heilig en elders zegt Hij dat geen jota of haaltje mag verdwijnen. Maar tegelijk, zo zegt Hij, moet je tot de kern van die Wet gaan. En dat illustreert Hij met een klein voorbeeld.
Sommige wetspecialisten verdedigden in de tijd van Jezus de gewoonte dat iemand over zijn bezit mocht zeggen dat het ‘korban’ was. Dat betekent, dat het later aan de tempel zal geschonken worden. Maar in werkelijkheid was het slechts een trukje (een typische vondst van joden) om te ontsnappen aan de zorg voor zijn bejaarde ouders. Men hoefde hen dan niet meer te onderhouden, omdat men een deel van zijn bezit aan de tempel zou afstaan. Heel verontwaardigd stelt Jezus de vraag: is het verrijken van de tempel dan belangrijker dan te zorgen voor je nabestaanden of voor hulpbehoevenden? De kern van de Wet was immers altijd erop gericht recht en gerechtigheid te bewerken. Dat was de voltooiing die Jezus wilde brengen. Je moet dus overal en altijd die Wet vanuit je geweten en vanuit de concrete situatie interpreteren om zo haar diepere bedoeling te realiseren. Vandaar dat Jezus op een andere plaats zegt dat je heel de Wet en de profeten kunt samenvatten in die éne zin: God beminnen boven alles en je medemens ‘als jezelf’ (of ‘om zichzelf’, zoals men ook zou kunnen vertalen). Precies opdat je door de reductie van alle voorschriften tot deze basisregel de grond van de Thora vanuit grote vrijheid zou realiseren.
De Wet is noodzakelijk, want het kwaad van deze wereld komt vanuit het hart van de mens. Maar al het kwade, de persoonlijke en collectieve wreedaardigheden waarmee we dagelijks worden geconfronteerd, mogen ons niet verleiden tot een soort legalisme. En we zullen het kwaad niet oplossen door alleen maar te grijpen naar strengere controle, zwaardere straffen, meer gevangenissen, enz. We moeten de omstandigheden zodanig verbeteren dat het hart van mensen kan evolueren, dat hun potentiële drang naar het goede een kans krijgt. Ik zou zelfs durven zeggen: we moeten naar een spiritueel draagvlak zoeken waarin iedereen zich kan herkennen en dat als een zingevingssysteem ons leven met elkaar begrondt. Ik besef heel goed dat wat ik zeg ongelofelijk naïef klinkt en zelfs niet in alle omstandigheden geldt, maar in de lijn van Jezus zou ik zeggen: alleen door door te dringen tot de kern van de Thora, door mensen een spiritueel kader aan te reiken waarbij vrijheid en voorschrift in elkaar grijpen, kunnen we groeien naar een rechtvaardige en vredevolle samenleving. Een naïeve droom? Misschien wel maar die is nodig opdat het rijk der hemelen een kans krijgt.