Geloof moet uit het hart komen

B-cyclus · Tijd door het jaar · 22e zondag · groen

Beste vrienden,

In een eerste opwelling zou je denken: Mijn God, daarover moet je toch niet te discussiëren. Wat kan er nu verkeerd zijn aan handen wassen voor het eten? Wij gaan toch ook met zuivere handen aan tafel en eisen dat toch ook van onze kinderen en kleinkinderen. Al onze beleefdheidsregels, tafelgebruiken en conventies getuigen toch van een zekere achting voor elkaar en zorgen er voor dat onze dagelijkse omgang met elkaar draaglijk verloopt. Er zijn in ons leven veel dingen die we niet doen omdat we het zo leuk vinden, maar omdat we het zo hebben geleerd. En het wassen van de handen voor het eten hoort daar nu eenmaal bij, vooral wanneer je net uit de tuin of van de bouwwerf komt, en je handen behoorlijk vuil zijn geworden. Zo kennen wij veel tradities en gebruiken die in het dagelijkse leven zeer nuttig zijn. Ook in het religieuze leven. Weten hoe je je in een kerk moet gedragen, welke gebaren en houdingen gepast zijn, of ook welke gebruiken er bij een bepaald feest horen. Dat zijn goede dingen, ze helpen ons in onze eigen geloofspraktijk en ze getuigen van een zekere vertrouwdheid met het kerkelijk-religieuze gebeuren. Maar, ze kunnen ook vlug in routine omslaan en dan doen we ze alleen nog uit gewoonte en alleen maar uiterlijk. Wanneer zoiets dan ook nog in onze relatie gebeurt, dan kan dat erg kwetsend zijn. Wanneer je bijvoorbeeld bij bepaalde gelegenheden of feestdagen alleen nog op familiebezoek gaat omdat dat altijd al zo geweest is, of wanneer de intimiteit in een relatie, of in het huwelijksleven, wordt gedegradeerd tot een handeling uit zuiver plichtsgevoel.

Maar laten we nu eens doelbewust kijken naar wat er in het Evangelie van vandaag gebeurt. We bevinden ons in de buurt van het meer van Genezareth. Door de vele genezingen en door de broodvermenigvuldiging is Jezus’ bekendheidsgraad enorm gestegen. De mensen worden nieuwsgierig en uit het verre Jeruzalem reizen er Farizeeën en Schriftgeleerden aan, die voortdurend in Jezus’ nabijheid blijven. Waarom ze dat doen? Uit interesse? Uit nieuwsgierigheid? Of gewoon uit controledrang? Het zijn zeker geen leken op het gebied van geloof en geloofspraktijk, maar binnen het Jodendom behoren zij tot die groepen die met grote inzet en veel inspanningen streven naar een voor God welgevallig geloofsleven.

Om zeker te stellen dat van die gerechte weg zeker niet zou worden afgeweken, breiden ze de leer ook voor de gewone gelovigen uit met een groot aantal regeltjes en voorschriften die oorspronkelijk alleen voor de priesters en de levieten bedoeld waren. Vooral regels over het behoud van de reinheid, want om de dienst in de Tempel te kunnen doen moesten de bedienaars steeds rein zijn. Daarom nemen ze aanstoot aan het gedrag van Jezus‘ leerlingen en ze uiten met hun vraag ook indirect hun twijfels of Jezus wel in naam van God mag spreken en Handelen.

Wat anderzijds Jezus zo kwaad maakt is niet die poging van de Farizeeën en Schriftgeleerden om een voor God welgevallig leven te leiden, zeker niet! Wat Jezus kwaad maakt is het feit dat ze, door zo te denken, gevaar lopen dat ze zich alleen aan uiterlijkheden zouden vastklampen en zich in juridische spitsvondigheden verstrikken. Op die manier gaan ze voorbij aan de zin van de wet. Gods geboden willen ons het leven niet moeilijk maken, maar vergemakkelijken, ze willen ons zijn Liefde tonen en ons een betere kijk op God zelf geven.

Maar de vele regeltjes en voorschriften zijn na enige tijd een eigen leven gaan leiden, wat sommigen ertoe bracht te veronderstellen dat alleen diegenen die hen allemaal pijnlijk pedant vervullen, aan hun plicht voor God zouden voldoen en bijgevolg ook een passende beloning verdienen. Dit ging gepaard met een zekere hoogmoed tegenover de gewone mensen, die niet zo bekend waren met die catalogus van wetten en voorschriften. Zo bekeken ging het voor Jezus en zijn leerlingen zeker niet om te provoceren. Ze wilden ook geen strijdgesprek uitlokken. Ze wilden de mensen gewoon de kans geven om doorheen al die bomen het bos terug te zien. Ze wilden het Gebod van de Liefde, dat de Farizeeën toch ook als het belangrijkste gebod beschouwden, terug in het middelpunt van de belangstelling brengen. Wat in de naam van God gebeurt moet vanuit het hart komen en mag niet alleen maar uiterlijk zijn. Daarom kan men Jezus ook niet verwijten dat Hij de geboden zou willen afschaffen. Neen, hij wil alleen de juiste prioriteiten zetten wanneer Hij bv. Op sabbath een mens geneest.

Zijn gedrag raakt hen in de kern, in het Godsbeeld dat zij hebben. Maar een God die eist dat meer dan 600 regels en wetten penibel worden onderhouden, of ook de meer dan 1800 paragrafen van ons Kerkelijk wetboek, wat voor God is dat? Een dergelijke God gelijkt eerder op die chique dame waaraan een Antwerpse volksjongen de weg naar de Groenplaats vraagt en die hem, na hem eens goed bekeken te hebben antwoordt: “ Wel jongen luister eens hier, als ge me iets te vragen hebt, neem dan eerst je handen uit je zakken, neem je muts af, snuit je neus, maak een buiging en zeg beleefd “mevrouw” tegen mij.” Waarop het kereltje terecht antwoordde: „Da’s voor mij te veel, dan loop ik nog liever verloren!”

God is geen pedante beleefdheidsfanaat. De God van de Bijbel heeft zich in de geschiedenis van Israël veeleer machtig, bevrijdend, erbarmend en vooral liefdevol gemanifesteerd.

Wij bevallen Hem het meest wanneer wij ons door Hem graag laten zien en wanneer we die liefde, die we van Hem ontvangen, ook weer verder wegschenken. Onze relatie met hem laat zich niet inperken in een cataloog met wetten en regeltjes, ze moet een aangelegenheid van het hart zijn. Om dat te bereiken moeten we niet onderling twisten, maar we moeten er alles voor over hebben. Blijft de vraag: wat gaat ons die twist uit het Evangelie van vandaag aan?

Ook wij zijn dikwijls geneigd om in uiterlijkheden het belangrijkste te zien. Ook ons gebed kan in gebrabbel ontaarden en velen onder ons zijn van mening dat ze goede christenen zijn omdat er een medaille van Sint Christoffel in hun auto hangt. Of ook nog de vele feestelijke gelegenheden zoals vormsels en huwelijken, waarbij de ganse familie in feestkledij aanwezig is om Gods woord te horen. Maar na de viering verdwijnen ze voor goed en lijkt dat woord van God voor hen niet meer van belang te zijn. Het is natuurlijk ook niet OK wanneer je elke zondag braaf naar de kerk gaat en dan de ganse week de liefde voor God en voor de naaste links laat liggen. De ganse week voor de bescherming van het leven te bidden is ook veel gemakkelijker dan je actief in te zetten voor een rechtvaardige wereld waarin een goed leven voor allen mogelijk is.

Geboden en wetten, ook religieuze, kunnen een mens inderdaad onvrij maken. Maar Jezus leert ons dat God wil dat de mensen vrij zouden zijn. Wanneer dan in onze religieuze praktijk iets niet uit het hart komt, en ik mij innerlijk afsluit, dan blijft die Godsverering zinloos! En hier wordt Jezus heel duidelijk: God wil geen blind actionisme en geen religieuze bedrijvigheid, maar Hij vraagt dat ik mij in mijn binnenste, in mijn hart, laat raken en veranderen door zijn geboden, door zijn wil en door zijn woord.

Wanneer jonge mensen afscheid nemen van elkaar, hoor je tegenwoordig dikwijls “ stay clean” (blijf zuiver). Dat heeft minder met hygiene dan met innerlijke zuiverheid te maken. Innerlijke en uiterlijke reinheid moeten op elkaar zijn afgestemd. Anders loopt zelfs de gelovige die al zijn plichten secuur vervult, het gevaar om zeer ver van God verwijderd te geraken. Jezus zou die groet van de jeugd vandaag misschien wel overnemen „blijf zuiver”, maar hij zou er waarschijnlijk aan toevoegen: “Let erop dat je geloof een zaak van het hart blijft. Want alleen met je hart zie je alles goed, al het overige leidt je op het verkeerde spoor.” Amen

Zoeken in Preken Online