Dienen in waarachtigheid B (2012)

B-cyclus · Tijd door het jaar · 22e zondag · groen

Een van de beklemmendste naoorlogse romans

is de roman van de Franse schrijverfilosoof Sartre;

die roman heet: ’les mains sales’, vuile handen.

Het schijnt nu eenmaal bij mensen te horen

dat ze wel veel goede bedoelingen hebben

maar altijd schieten mensen weer tekort, ze maken ‘vuile handen’.



\

Ontstaat daarom misschien

de kwaal van smetvrees,

mensen die iedere keer opnieuw

hun handen wassen:

ik heb iemand gekend

wiens handen helemaal kapot waren gegaan

van het iedere drie minuten opnieuw wassen.

In Sartre’s roman gaat een man

die aan die schuld lijdt

in geestelijke zin

kapot, volkomen ten onder.

–

‘De Farizeeën immers, en al de joden,

eten niet zonder eerst de vingertoppen gewassen te hebben,

daar ze vasthouden aan de overlevering van de vaderen’;

zo lazen we in het evangelie vandaag.

Het klinkt bijna als de aantekening van een ontdekkingsreiziger

die bij een vrijwel onbekende volksstam terecht is gekomen.

Vroeger konden missionarissen ons zo prachtig vertellen

over de vreemde wereld die zij gezien hadden.

Al die dingen zijn boeiend en hebben ook een zin;

ze verwijzen ergens naar

en hebben te maken met de manier

waarop mensen in het leven staan.

Er wordt iets belangrijks verteld en doorgegeven:

niet in woorden maar in gebaren en tekenen,

een onhoorbare taal.

Bijna altijd komt daar - ook vandaag weer-

water aan te pas.

Water waarmee handen en hoofd

en soms het hele lichaam gewassen worden.

Er zijn vele rituelen met water,

denk maar aan de doop, aan het wijwater,

aan het Lourdeswater.

Het is niet voor niets dat we deze dingen doen

en dat ons deze vrome gebruiken wordt verteld.

Het heeft te maken met de levensstijl van een volk.

En vandaag gaat het om een heel bijzonder volk:

Israël, een volk dat, volgens de eerste lezing,

een hele directe omgang had met God.

‘Welk volk heeft ooit zo direct met God omgang gehad

en zulke prachtige voorschriften gekregen’ (Deut.4,7-8).

Het hele leven staat onder de koepel

van dat vriendschapsverbond met God.

Zo moet je al deze wetten en wetjes begrijpen.

Geloven is niet alleen iets

wat zich in het diepst van ons wezen afspeelt

maar je moet het ook kunnen zien.

Het evangelie van Marcus vertelt over de discussie van Jesus

met de omstanders over de zin en onzin van die joodse regels.

De zin is dat ze de mens verwijzen

naar een innerlijke levenshouding,

een beschikbaarheid voor God en voor de naaste.

Zo zijn de wetten en regels zinvol.

Voor de mens die beseft dat hij tekortschiet,

dat hij (om met de grote schrijver en filosoof Sartre te spreken)

net als allen vuile handen heeft

is het zinvol als hij zijn handen ritueel wast.

Maar als dat innerlijke verstaan wegvalt?

Als je leven niet gericht is

op echtheid en trouw

op een goede band met de Partner met een hoofdletter,

de God van Israël en Zijn Verbond

dan wordt het goed-bedoeld leeg ritueel,

vormendienst zonder inhoud

  • bij sommige farizeeën was dat het geval -

of het wordt een aanfluiting

Pontius Pilatus is daar een voorbeeld van:

was het nu hulpeloosheid die hij tentoon spreid

of heiligschennis ?

In het laatste geval is het een belediging van de menselijkheid

en van God van de mensen

en is het een zonde, een doodzonde zou ik zeggen.

Jesus zegt:

‘het gaat om de innerlijkheid,

kies toch voor de echtheid

voor een eerlijke open relatie met jouw God.

De man van Nazareth wekt alle vrome mensen

en alle anderen die denken dat ze zomaar wat raak kunnen leven

als alleen maar de buitenkant, de schone schijn bewaard blijft.

Als er van de kant van farizeeën en schriftgeleerden

een aanmerking komt op de schijnbare onzorgvuldigheid

van Jesus’ leerlingen en Jesus zelf

ten aanzien van de joodse wetten

biedt Jesus geen excuses aan.

Hij valt uit:

‘hoe juist heeft Jesaja over jullie huichelaars geprofeteerd:

dit volk eert mij met de lippen maar hun hart is ver van Mij.

Zij eren Mij maar zonder zin, en mensenwet is wat zij leren

Jullie laten het gebod van God varen

en houdt vast aan de overlevering van mensen alleen’.

‘Zie je wel, Jesus moest ook niets hebben

van al die traditie en ceremonieën en oude gebruiken… '

zegt de luisteraar die maar met een half oor luistert.

Die moet dan wel even bedenken

dat Jesus zelf toch ook is gaan staan

  • om even één voorbeeld te noemen van onderworpenheid aan een ritueel -

in de lange rij van mensen die aan de Jordaan stonden te wachten

om door Johannes helemaal schoon gewassen te worden.

Ja, Hij heeft zelf ook een ceremonieel nagelaten

aan zijn leerlingen bijvoorbeeld toen

Hij zelf de voeten waste van zijn vrienden

en aanbeval om dat te blijven doen om aan het te denken

en toen Hij het brood en de beker nam

en zij dat ze dat altijd tot zijn gedachtenis

moesten blijven doen.


\

We kunnen niet zonder symbolen en zonder riten,

wij zouden toch dat ritueel niet kunnen missen

wat wij -in tegenstelling tot de voetwassing-

trouw iedere zondag voltrekken met brood en wijn?

Waar wij geen woorden hebben

of er niet toe kunnen komen

nemen wij onze toevlucht -terecht-

tot een ritueel.

Dat is onze kracht, dat houdt ons bijeen.

Daarover gaat een prachtig verhaal

-dat Abel Herzberg zaliger verteld aan zijn kleinzoon-

over een joodse jongen LABI in Auschwitz

die gedwongen was in het orkestje te spelen

dat speelde bij de executies van anderen.

Hij deed dat omdat het hem anders de kop zou kosten.

Zo deed hij zijn eigen gevoel geweld aan

maar hield het leven. Maar wat andere dingen betreft

waar hij wel wat aan kon doen.

Het verhaal vertelt over de honger in het kamp.

Er was daar vrijwel niets te eten

en wat er was

deugde volgens de joodse spijswetten van gaan kanten.

Normaliter at iedereen wat er te eten was

tot op een dag er plechtig wordt aangekondigd:

‘voortaan zullen we iedere dag varkensvlees

in de soep doen die je te eten, joden.’.

De hongerige gevangen aanhoorden dat

maar aarzelen niet en aten rustig iedere dag door

van het slappe waterige aftrekseltje

dat hun hoofdmaaltijd vormde …

allemaal- behalve… Labi.

Hij weigert.

‘Waarom eet je niet’ vragen ze hem:

straks ga je dood en gooien ze jou in de grafkuil

en zullen de anderen bij jouw begrafenis spelen.’

Maar Labi, die tot nu toe zijn geweten

zoveel geweld had aangedaan

bleef onwrikbaar:

‘omdat er verschil is tussen rein en onrein’.


\

Hij stierf een week later

maar met een glimlach om zijn mond:

hij was trouw gebleven aan zijn God

en had zijn eigen waarde behouden.

Tegen zo’n innerlijke trouw

zou Jesus niet geprotesteerd hebben:

‘wie ook maar een van de geringste van de geboden afschaft

en ze zo aan de mensen leert,

zal de kleinste zijn in het koninkrijk der hemelen.’


De geboden moeten worden gedaan,

de liturgie gevierd van zondag op zondag

met de allergrootste zorg

en we proberen dat hier en in alle andere Haarlems kerken

en we moeten dat blijven doen…

Maar wel kritisch op onszelf:

geloven vraagt om een echte inzet van je hele persoon.

De mensen zullen het aan jou moeten kunnen merken dat je gelooft.

Ze mogen het gerust weten, dat je je kind laat dopen,

of dat je iedere zondag naar de kerk gaat.

Het is uitstekend om voor de kerk te trouwen

en zo iedereen te laten zien

dat het geloof voor jou nog iets betekent…

Het is uitstekend om theologie te gaan studeren

te kiezen voor dienst aan de kerk als priester of pastoraal werker

maar we zullen beoordeeld worden op de innerlijkheid,

op de ernst waarmee wij ons geloof dragen

en de steun en de troost die wij anderen,

uit de kracht van ons geloof,

kunnen en willen geven.

Zo en zo alleen bouwen we aan het Koninkrijk van God

en wassen we onze handen werkelijk schoon

door de trouwe, liefderijke dienst aan Hem

en aan onze naaste.

Zoeken in Preken Online