21e zondag door het jaar B

B-cyclus · Tijd door het jaar · 21e zondag · groen

Eenentwintigste Zondag door het jaar - B 25 augustus 2024

Evangelie: Johannes 6, 60-69

Wat zegt Mgr. Romero ons op deze zondag?

Mgr. Romero geeft aan zijn preek voor de Eenentwintigste zondag door het jaar-B de titel: ‘De Goddelijke Redder heeft woorden van eeuwig leven’. Voor het samenstellen van deze Bouwstenen vertrekken we bij het volgende citaat uit deze preek:

“Vandaag is het evangelie in een eerder droevige stemming gedompeld. Na de prachtige openbaringen die we in de voorbije zondagen over Christus hebben gehoord, kon Hij eigenlijk niets anders verwachten dan dat Hij de hemel in geprezen zou worden door alle mensen die Hem volgden. En toch loopt Christus nu blijkbaar het risico van moederziel alleen gelaten te worden. Maar zo gaat dat nu eenmaal: wanneer je de waarheid predikt, loop je het risico van alleen achter te blijven. ‘Velen van Zijn leerlingen trokken zich terug en verlieten Zijn gezelschap’, zegt het evangelie van vandaag. De meeste van Zijn discipelen gingen weg. En toen alleen nog de twaalf achterbleven, vroeg Christus ook aan hen: ‘En jullie, willen jullie ook weggaan?’ Het gaat hier over de crisis die volgt op het succes. En in dit uur van crisis duikt zo’n vraag onvermijdelijk op, omdat de mensen zich van Christus, Die ze eerst in de hoogte hebben verheven, nu plotseling willen afkeren. Hij handelt immers niet volgens hun grillen en Hij beantwoordt niet aan hun verwachtingen. ‘Ah’ – zeggen ze – ‘wij zaten te wachten op een politieke Messias! Ah, wij wilden een Messias die ons altijd brood zou geven dat de maag voedt! Wij zijn Hem gevolgd omwille van fysieke, materiële zaken, maar nu zijn al die verwachtingen ingestort…’ ‘Deze taal stuit iemand tegen de borst. Wie is nog in staat naar Hem te luisteren?’, zegt het evangelie van vandaag. ‘Wie kan dat aanvaarden?’ De mensen die Christus achterna liepen mompelden in zichzelf en ze bekritiseerden de gang van zaken. Zo is dat: kritiek is altijd de prijs die moet betaald worden voor de prediking van het ware Evangelie. Maar Christus deinst niet terug in het licht van die afwijzing en in het licht van de twijfel die bij Hem wordt geplaatst. Hij zal dat later zelfs niet doen in het licht van Judas’ verraad. Christus is vastbesloten om Zijn weg te blijven gaan, ook al dreigt Hij alleen gelaten te worden. Maar Hij is niet alleen. Hij is alleen ‘met Zijn Vader’, en dat is het belangrijkste. Alleen zijn met God. Dit is het enige wat telt, ook voor ons. En vanuit God moeten we de waarheid prediken. Wie die weg wil volgen, zal niet in de eerste plaats willen zijn bij degene die volgens hem of haar de waarheid predikt of hem naar de mond spreekt, maar bij God. En daarom vraagt ​​Christus: ‘Willen jullie ook weggaan?’ En de reactie die Petrus op die vraag geeft, biedt vandaag aan ons de enige juiste oriëntatie voor ons leven: ‘Heer, naar wie zouden we gaan? Want Gij alleen spreekt tot ons woorden van eeuwig leven!’”

Ook al had het Tweede Vaticaans Concilie een nieuwe wind (die van de Geest) doen waaien in de Rooms-Katholieke Kerk, toch kwam in diezelfde tweede helft van de vorige eeuw een hele beweging op gang van mensen die zich niet langer aansloten bij de Kerk. Er waren altijd maar minder liturgische vieringen, meer kerken en kloosters kregen een andere bestemming, er waren minder priesters en religieuzen, minder doopsels, minder eerste communies en vormsels, minder kerkelijke huwelijken en kerkelijke begrafenissen. In deze periode kwam ook heel wat (machts- en seksueel) misbruik in de Kerk aan het licht. En ook al mogen we geloven dat op vandaag de Geest opnieuw waait aan de top van de Kerk, toch is het niet zo dat de boodschap en de evangelische keuzes van Paus Franciscus zomaar vanzelf doordringen tot aan de basis van de Kerk. Er is ook heel wat tegenwind, en die richt zich ook tegen het werken aan en ijveren voor een synodale Kerk. Heel wat andere mensen herkennen zich niet meer in de zinduiding die de Kerk vanouds aanbiedt, en zoeken de zin van hun leven elders of blijven hopeloos alleen achter met de grote levensvragen. Op het moment waarop we dit schrijven zien we hoe die processen nog altijd bezig zijn. “… ‘Velen van Zijn leerlingen trokken zich terug en verlieten Zijn gezelschap’, zegt het evangelie van vandaag. De meeste van Zijn discipelen gingen weg.” Het waren allemaal mensen die op een bepaald moment wel iets gezien hadden in die Jezus, die zich aangetrokken voelden door Hem, maar die zich toch terugtrokken bij het zien van de eisen van ‘de Weg’ die Hij hen toonde en voorleefde. We kunnen ons afvragen of dit inderdaad geen droevig nieuws is, zoals Mgr. Romero het benoemde in het begin van het citaat uit zijn preek waar wij ons voor deze Bouwstenen op baseren.

En toch! In heel wat parochies blijven er wel actieve kernen bestaan die getuigen van een Kerk waar het goed is om te vertoeven, waar het Evangelie als voedsel voor het leven wordt aangereikt, en waar duidelijk gekozen wordt voor de Weg van Jezus. Op sommige grote kerkelijke feesten zijn er hier en daar nog wat volle kerken. Er ontstonden ondertussen ook nieuwe modellen en wegen van christelijke gemeenschappen – maar die worden echter door de kerkelijke autoriteiten niet zo goed gezien. Vanuit (de rand van) de Kerk zijn er sterke evangelische getuigenissen aanwezig in de hele zorgdimensie van onze samenleving: bij mensen in detentie, in woonzorgcentra, bij migranten en asielzoekers, bij mensen in eenzaamheid en ziekte, bij stervenden, bij mensen in rouw,… We mogen hierbij ook de christenen niet vergeten die op vandaag vervolgd worden omwille van hun geloof, omwille van hun evangelische praxis, omwille van hun profetische daadkracht en hun volgehouden diaconie op de Weg van Jezus. En zeker mogen we niet voorbijgaan aan zij die verbannen worden, zij die permanent bedreigd worden of monddood gemaakt (zie bijvoorbeeld wat er in Nicaragua gebeurt op vandaag).

Maar het meest opvallende in de tekst van het evangelieverhaal uit Johannes 6, 60-69, en in de commentaar die Mgr. Romero daar vandaag op geeft, is die vraag die Jezus stelt aan de twaalf. Zij waren de meest nabije leerlingen. Met hen had Hij de parabels en gelijkenissen die Hij voor de menigte had uitgesproken met nog meer tijd en uitleg verder besproken. Zij hadden de ‘tekenen’ die Hij deed van zo nabij gezien bij elke genezing, bij de maaltijden, bij de momenten van ontmoeting en vergeving,… In onze Kerk van vandaag moet ieder van ons deze vraag van Jezus: ‘Wilt ook gij weggaan?’ duidelijk horen en ernstig nemen. Ja maar, wij die al zolang actief meedoen in de Kerk, vraag je dat nu aan ons? Vanwaar komt die vraag nu zo plotseling in ons leven opduiken? Zijn we geen goede christenen misschien? Zowel de clerus (en misschien zij wel op de eerste plaats), als ieder die zich gelovig noemt (speciaal diegenen die mee pastorale verantwoordelijkheid dragen): zij moeten die vraag beluisteren en op zichzelf betrekken. Het Evangelie van Johannes confronteert ons heel duidelijk met die vraag. En dan gaat het niet over een theoretische kwestie waar we beslist positief zouden op antwoorden net zoals Petrus. Het gaat veeleer over onze gelovige praxis, over ons leven als christen, ons pastoraal werk, onze engagementen en onze fundamentele opties. Zijn we inderdaad trouw aan die Jezus en Zijn Weg, of hebben we in de praktijk van ons leven andere keuzes gemaakt? Ja, naar wie zouden we gaan? Heeft ons leven werkelijk alles te maken met dat breken en delen van Jezus, met Zijn prioriteit opdat anderen (‘de armen’) leven zouden hebben in overvloed? Is ons doen en laten, ons spreken en zwijgen, inderdaad in alles geijkt op de taal, het verhaal en het handelen van Jezus?

Uiteraard, wanneer wij die vraag horen, dan voelen we wel wat veel leerlingen van Jezus ook zegden: ‘Deze taal stuit iemand tegen de borst. Wie is nog in staat naar Hem te luisteren?’ (Joh 6,60). Het is toch niet mogelijk dat diezelfde Jezus Die ons geroepen heeft, nu, na al die jaren werken en het vervullen van heel wat taken in de Kerk, die vraag ook aan ons stelt: ‘Willen ook jullie wegtrekken?’ Of anders gezegd: Zijn jullie écht bereid om Mijn weg te gaan? Bekijk eens wat en hoe jullie bezig zijn in de Kerk: gaat het daarbij écht om Mijn fundamentele keuzes?

Gelukkig wie deze vraag ernstig neemt en zich daarmee door Jezus zelf laat bevragen. Gelukkig wie voldoende nederig is om eventueel op eerder gedane stappen terug te keren, en waar nodig nieuwe (meer evangelie-getrouwe) stappen te zetten. Dan, maar alleen dan, zullen we met Petrus (die sprak in naam van de twaalf) kunnen belijden: ‘Uw woorden zijn woorden van eeuwig leven, en wij geloven en weten dat Gij de Heilige Gods zijt.’

Suggestie van vragen voor bezinning en actie, persoonlijk en in onze gemeenschappen:

  1. Wat betekent het voor ons, voor ons persoonlijk geloof en voor onze (actieve) participatie in de Kerk, van te zien en te voelen dat er sinds heel wat decennia zoveel mensen afhaken en ‘veel leerlingen zich terugtrokken en niet verder met Hem mee gingen…’ (Joh 6, 66)?

  2. Waar halen we de Kracht, de Spirit, de Energie, het Geloof… om een sterk evangelisch getuigenis te geven als kernen van de Kerk midden in deze wereld?

  3. Hoe komt die zo onverwachte en indringende vraag van Jezus (’Willen ook jullie weggaan?’) bij mij over? Kunnen en durven we tijd maken om er eerlijk op te antwoorden? Wat betekent het antwoord op die vraag dan concreet voor onszelf en voor onze kerkgemeenschap, met het oog op vandaag en op de (nabije) toekomst?

Ludo Van de Velde

Ludo Van de Velde (1949), afkomstig uit Oelegem, leefde en werkte sinds 1977 in Centraal- Amerika. Hij was gedurende 9 jaren fidei donumpriester in Guatemala, El Salvador en Nicaragua. Hij is gehuwd en vader van twee dochters. Wonend in El Salvador was hij gedurende 25 jaren eerst ngo-coöperant en nadien regiocoördinator van Volens. Dank zij de diepe inspiratie van Mgr. Romero en de roep van arme mensen in kerkelijke basisgemeenschappen aan de rand van San Salvador, kon hij, samen met zijn vrouw Tere, de laatste 10 jaren met hen weer verder optrekken. Zo werd hij opnieuw wie hij altijd geweest was: priester in dienst van de armen en in dienst van het Evangelie. Sinds eind februari 2021 wonen ze in Brugge, dicht bij hun (klein-) kinderen, op zoek naar nieuwe uitdagingen.


Wekelijkse reflectie onder het licht van Romero - nr. 23. Eenentwintigste zondag door het jaar-B – 25 augustus 2024.

Laten we geloven.

“Soms hoor je de mensen zeggen: ‘Er is geen verlossing meer mogelijk! Wij bevinden ons op een doodlopende weg!’ Broeders en zusters, dankt God dat er ondanks dit pessimisme en deze desoriëntatie voor de christenen een Stem is die altijd maar blijft weerklinken en die zegt: ‘Dit is Mijn Zoon, de Geliefde, luistert naar Hem!’ ‘Hij heeft woorden van eeuwig leven’, zo vertelt ons het evangelie van vandaag. En daarom moeten wij zelf ook een stem zijn die kalmte en licht brengt in de werkelijkheid van onze tijd. Het is alsof je weet dat er achter de onweerswolken een heldere hemel is waar de zon schijnt, en dat daarom de storm voorbij zal gaan en de wolken zullen verdwijnen en dat die zon dan voorgoed zal schijnen. Laten we geloof hebben.”

In ons land profiteren de leiders van politieke partijen en hun media van de aanloop naar de verkiezingen, niet alleen om politieke tegenstanders te diskwalificeren, maar ook om apocalyptische scenario’s te schetsen van wat er te gebeuren staat wanneer de tegenstander zou winnen, terwijl ze de kiezers een paradijs aanbieden indien hun eigen partij de overwinning zou binnenhalen. In El Salvador en in andere landen zien we dat de media en de oppositienetwerken die tegen de regering zijn, helse toekomstscenario’s blijven schetsen voor wat de nabije toekomst zal brengen door toedoen van de regering die op dit moment aan de macht is. En zoals al vele jaren gebruikelijk is, rapporteren de aan de macht zijnde regeringen en hun media zelf alleen maar over hun eigen prestaties, en ze verkondigen deze als een zeer grote vooruitgang; soms zijn die berichten slechts gedeeltelijk waar of kloppen ze maar half, en in elk geval worden daarbij nooit de flaters of de tekortkomingen genoemd. Wat er vandaag in El Salvador gebeurt, is niets nieuws. De vorige en de huidige partijen en regeringen hebben altijd hetzelfde spel gespeeld en ze blijven dit scenario herhalen, tot in den treure. Het tragische is dat de mensen aan dit politiek gefoefel gewend zijn geraakt en er niet langer op reageren.

Mgr. Romero spreekt echter een andere taal, en dat blijkt ook duidelijk uit bovenstaand citaat uit zijn homilie voor deze zondag. Hij hekelt daarin alle ‘pessimisme en desoriëntatie’. Christenen moeten uit het politieke spel stappen dat er in bestaat van alles alleen maar in zwart-wit te schilderen, zonder grijstinten, zonder nuances, zonder enige kleurschakering. De werkelijkheid is noch ‘een apocalyptische hel’, noch ‘een hemels paradijs’ op deze aarde. Bovendien helpen degenen die hun extremistische boodschappen blijven verkondigen (van welke kant ze ook mogen komen) niemand om zich bewust te worden van het grote belang van opbouwende kritiek. In revolutionaire processen wordt veel gesproken over ‘zelfkritiek’, maar n de praktijk komt er meestal niet veel van in huis. Integendeel, men doet er alles aan om de actuele stand van zaken te rechtvaardigen. Regeringen twijfelen er verder ook niet aan om bepaalde religieuze stromingen in die rechtvaardiging te manipuleren, te gebruiken en te misbruiken.

Aartsbisschop Romero zegt in zijn preek van vandaag dat het Evangelie ons vraagt ​​om “… een stem van kalmte en licht te zijn”, een stem van hoop. Een regenvlaag is nog geen storm, een aardschok is geen aardbeving, een griep is geen longontsteking. We mogen verwachten dat de stem van de Kerken, en met name die van de Kerkelijke Basisgemeenschappen in het bijzonder, in werkelijkheid die ‘stemmen van kalmte en licht’ zouden zijn, die stemmen van hoop, die een objectievere visie aan de mensen weten aan te bieden, en die de werkelijkheid bekijken als door een prisma waar het licht doorheen schijnt, zodat alle kleuren van de regenboog zichtbaar worden. Mgr. Romero roept ons op: “… Laten we geloof hebben”, en hij herinnert ons aan het woord van de Vader waarin Hij ons vraagt ​​naar Jezus te luisteren, naar Jezus te kijken, te leren zien en oordelen met de blik van Jezus en te handelen zoals Jezus. Wie niet zo handelt, hoezeer het ook vast staat en in het register is opgeschreven dat hij gedoopt is, hoe vaak hij ook naar de mis gaat, of hij in de kerk trouwt of deelneemt aan allerlei processies, religieuze festiviteiten of herdenkingen van martelaren… - zo iemand heeft daarom nog geen geloof. Die heeft nog niet vanzelfsprekend een geloof in Jezus, noch in God, Moeder-Vader, noch in de kracht van de Geest, en ook niet in het bevrijdende potentieel van de armen.

De Kerk moet zich met haar boodschap niet afstemmen op de grillen van politieke partijen (en op de economische belangen die zij vertegenwoordigen), noch op die van de machthebbers, noch op die van de oppositie. Alleen vanuit het brede perspectief van Jezus kunnen we de vele tinten grijs en alle kleurschakeringen onderscheiden die in de historische werkelijkheid aanwezig zijn. Pessimistische of desoriënterende stemmen mogen alleszins nooit vanuit de Kerken komen. Zij moeten zich radicaal distantiëren van deze destructieve manieren om de werkelijkheid te zien en ze moeten daar tegenin een stem van hoop zijn. Maar de Kerken mogen ook niet zwijgen wanneer het donker (het zwart) de bovenhand haalt in de werkelijkheid.

Vanuit het geloof in Jezus moeten wij als Kerken, in ons eigen bezig zijn, in onze eigen ‘proeftuin’ van de concrete gemeenschap waarin wij leven en samenleven, het voorbeeld geven van het feit dat ‘een andere realiteit mogelijk is’. Een kritische evangelische lezing van de daden van de Kerken in het verleden zou ons zeer nederig moeten maken. We zijn in feite nog maar net begonnen aan het volgen van het pad van Jezus. Onze manier van handelen in de gemeenschappen, de pastorale prioriteiten die we vooropstellen, onze manier van omgaan met alle mensen die in en met het instituut van de Kerk werken of ermee in aanraking komen, onze eerlijkheid in ons spreken, in ons doen en laten… dat alles moet het kenmerk worden van de autoriteit van onze woorden, onze ‘stem van kalmte en licht’, wanneer we vandaag de dag de geschiedenis onderscheiden.

Laten we geloof hebben. We hoeven niet bang te zijn.

Tere en Ludo Van de Velde

Deze reflectie was oorspronkelijk geschreven voor zondag 22 augustus 2021, en werd nu herzien voor de Eenentwintigste zondag door het jaar-B, 25 augustus 2024. Voor deze overdenking hebben wij een citaat genomen uit de homilie van Monseigneur Romero tijdens de eucharistieviering op de Eenentwintigste zondag door het jaar-B, 26 augustus 1979. Homilías, Monseñor Oscar A Romero, Tomo V, Ciclo B, UCA editores, San Salvador, p. 239.

Zoeken in Preken Online