Een verrassend vraag op het einde van de broodrede.
Jezus heeft verklaard wie hij is. Hij nodigt uit maar dwingt niet.
Een aantal leerlingen verlaten hem.
Op de vraag van Jezus aan de twaalf of zij ook zouden willen weggaan, antwoordt Petrus: “Heer, naar wie zouden wij gaan? Uw woorden zijn woorden van eeuwig leven. Wij geloven en weten dat Gij de Heilige Gods zijt.”
Dit is een geloofsbelijdenis, die ook de onze is, wanneer wij samen eucharistie vieren, de Schrift beluisteren en het levend Brood eten dat Jezus ons aanreikt.
Afhaken
De waarde van een persoon en van een overtuiging hangt niet af van het aantal ja of neen stemmers. Toch raakt het ons wanneer mensen afhaken en wegblijven. Velen in Europa zijn in het recent verleden weggegaan en zijn nog aan het weggaan. Het is een zorg voor hen die blijven en zich afvragen hoe het verdergaat.
In Europa zijn er velen die geen contact meer hebben met kerken en religieuze gemeenschappen. Toch blijft het aantal katholieken ten opzichte van de wereldbevolking constant en neemt het aantal christenen eerder toe. In enkele regio’s ten zuiden van de Sahara is in de laatste eeuwen het aantal christenen van tien naar meer dan zestig procent gestegen. In het begin van vorige eeuw woonden twee derden van de katholieken in Europa. Nu leeft bijna een op de twee katholieken op Amerikaanse bodem (N en Z). Dit heeft zeker naar de toekomst gevolgen voor het leven van de kerk (Christ in der Gegenwart, juni 2021).
Levend in de diaspora
In zijn recent boek Geloof & godsdienst in een seculiere samenleving reflecteert kardinaal De Kesel over de opdracht van de kerk in een seculiere maatschappij. Zij moet niet het ganse terrein bezetten, Als bescheiden kerk, levend in de diaspora blijft ze een teken van Gods liefde en zorg voor de mens. Als open kerk is ze solidair met de vragen, de vreugden en de angsten van de mensen van deze tijd.
Binnen de kerk zijn velen begaan met de herschikking van parochies. In zijn beleidsvisie voor het bisdom Gent schrijft bisschop Lode Van Hecke: “Mijn contacten leren me dat iedereen wel begrijpt dat een reorganisatie noodzakelijk is omdat het ‘Rijke Roomse leven’ zoals we het in Vlaanderen en ook in ons bisdom gekend hebben, voorbij is. Het is letterlijk ‘verleden’. Zo veel is veranderd: de plaats van het geloof in de samenleving, de afgebrokkelde vitaliteit van vele van de meer dan 400 vroegere parochies in ons bisdom, onvoldoende priesters om al die parochies te bemannen, vermindering van het aantal medewerkers en ‘kerkgangers’, Het aantal dekenaten werd herleid tot tien en het aantal parochies tot 43. Dat is inderdaad een grote reductie. Met deze structuur moeten we nu de toekomst tegemoet gaan.”
Bisschop Lode heeft de programmaverklaring voor ogen van Paus Franciscus in zijn brief De vreugde van het Evangelie (2013: “Ik droom van een missionaire keuze die alles kan omvormen en wel zo, dat gebruiken, levensstijlen, werkroosters, taal en elke kerkelijke structuur meer de evangelisatie van de hedendaagse wereld dienen dan zichzelf. De structurele hervorming die voor de pastorale vernieuwing noodzakelijk is, kan slechts in die zin begrepen worden: maken dat ze allemaal meer missionair worden, dat de gewone pastoraal op alle vlakken meer wervend en open wordt; dat ze al wie pastoraal werkzaam is, constant naar buiten gericht houdt, en zo het positief antwoord bevordert van allen aan wie Christus zijn vriendschap aanbiedt” (nr. 27).
Bisschop van Hecke wil van uit die geest de ‘nieuwe parochie’ begrijpen. “Het is een positief project dat mensen wil verzamelen in al hun verscheidenheid. Het is geen louter binnenkerkelijke aangelegenheid die door herstructurering zoekt hoe we kunnen overleven. Het ‘nieuwe’ van de nieuwe parochie zit niet in het samenvoegen van de oude parochies, in de schaalvergroting.
Nee, de Kerk is er niet voor zichzelf, maar voor de wereld. In de nieuwe parochie zijn mensen - wie ze ook zijn - welkom en worden ze gastvrij onthaald. Ze is een teken van het Evangelie dat er ook daadwerkelijk wordt beleefd. Je zou er alles moeten kunnen vinden wat nodig is om te leven als christen. En dat is natuurlijk veel meer dan alleen maar ‘misgelegenheid’. Het is zowel aansprekende liturgie en samen bidden, als dienstbaarheid en een luisterend oor voor wie het moeilijk heeft. Ze biedt kansen tot ontmoeting en tot geloofsverdieping. En natuurlijk vormt ze geen eiland, maar is ze solidair verbonden met de wereldkerk en met de hele samenleving. Dat is het project waarvoor we gaan. Is het een wensdroom? Sommigen zullen zeggen van wel. Met paus Franciscus droom ik dan maar mee.”
Standhouden
Wij mogen blij zijn om mensen die volhouden en dankbaar voor wie instapt. Marcel Verhelst schreef een boek over de laatste christen, die tevens de nieuwe wordt. Het is geen overlijdensbericht, maar een verrijzenisbericht van een christen die leeft in een ontkerstende cultuur, waarin een seculiere mens een christelijke spiritualiteit kan ontdekken en een zinvol levensproject. (Marcel Verhelst, De Laatste Christen, Averbode 2019),
De coronacrisis heeft het leven van velen ‘stillekes’ gemaakt heeft. In een recent mailbericht schrijft Marcel: “Ook daar komt stilaan verandering in, want in de parochies draaien we weer ‘normaal’ – zelfs misdienaars zijn teruggekeerd – en de opkomst is echt bevredigend. Vorige zondag heb ik een van de kerken waar ik ‘meewerkend priester’ ben, de eerste communie mogen vieren van Marianne, een intelligente vrouw, alleenstaande moeder van drie zonen, uit Burkina Faso.
Ze is hoog opgeleid en werkt nu op de personeelsdienst van een groot bedrijf. Als moslim opgevoed, maar als puber (samen met een beste vriendin) voor katholiek gekozen. Als twintiger op haar eentje naar België gekomen om verder te studeren aan de ULB. Dat ging allemaal niet vanzelf en de eerste jaren moest ze in haar levensonderhoud voorzien als poetsvrouw. Uiteindelijk (als poetsvrouw) goed opgevangen bij een Vlaamse familie uit de rand. Van de kinderen leerde ze Nederlands spreken en dan volgde ze cursussen om onze taal beter te beheersen. Dat bevorderde haar integratie en haar carrièremogelijkheden. Tot ze haar droomjob vond en in de streek kwam wonen. Ze stuurde haar kinderen naar een katholieke school, de oudste (18) is nu afgestudeerd aan het college en denkt nu verder te studeren in Leuven
Marianne vond het nu ook tijd om werk te maken van haar ‘katholieke’ keuze, want daar voelde ze zich te weinig in gegroeid en ze bleef met die nood leven…
Samen met onze parochieassistente, die haar voorbereid en begeleid had, slaagde ik erin om er een warme en intense viering van te maken, waarin ik blijkbaar de aanwezige gemeenschap ook kon ‘meenemen’.
De paarochieassistente vond het een echte mystagogie, want we hadden Marianne én de aanwezigen de communio met elkaar en met God laten ervaren, vond ze. Bij het applaus op het einde en vooral toen veel mensen haar persoonlijk gingen feliciteren en verwelkomen ‘in ons midden’, was Marianne helemaal van slag. Ze wou wel nog een afspraak maken om daar met mij nog eens over te spreken. Dat is vorige woensdag gebeurd. In de ruime doopkapel (vanwege corona-afstanden) heb ik twee uur lang ademloos naar deze vrouw zitten luisteren. Maar de voornaamste zin die ze uitsprak en die nog steeds in mijn hoofd zit, was: ‘Ik ben 25 jaar in dit land en voor het eerst voel ik mij thuiskomen bij de familie van katholieken en thuiskomen bij God…’
“Ja, zo’n gebeuren doorbreekt voor mij de stilte van de coronatijd meer dan voldoende” Met deze zin besluit Marcel dit hoopvol getuigenis.”
Trouw
Een tweede getuigenis komt van verder. Lieve Franssen, medewerkster van het apostolaat, verblijft al veel jaren in Taiwan. Ze werkte als verpleegkundige in het Sint Jozef Hospital in Huwei, waar ze nog dagelijks aanwezig is en de pastorale dienst mede ondersteunt. Ze schreef onlangs in het parochieblad van haar geboortedorp in Limburg een artikel over vier generaties van de Familie Lu:
“Onlangs viel het mij op dat bijna de helft van de mensen die ik in de zondagsmis zie, gedoopt werden als volwassen. Velen helpen nu mee in de catechese, liturgie, ziekenzorg, parochieraad…. Of ze behoren tot de bejaarden zoals ikzelf. Het is een hele verrijking voor onze parochie want ieder van hen kwam op een unieke wijze tot het christen-zijn. Voor velen was het jaren van zoeken en twijfelen, voor anderen plots zonneklaar. Maar bijna altijd was het een grote, goed overwogen stap en een nieuwe, verrijkende ervaring van het leven.
Het verhaal van ‘Lu papa’- zo zeggen wij dat hier in plaats van’ papa Lu ‘, - is zo eentje. Zijn eerste contact met christenen werd mij door zijn dochter Yu-chen verteld en sinds meer dan 40 jaar ben ik bevriend met de ganse familie.
Yu-chen, toen 9 jaar oud, had een vriendinnetje op school. Zij was een beetje jaloers omdat deze niet enkel de Chinese letters kon lezen in de officiële Mandarijnse taal doch tevens even vloeiend in hun eigen Taiwanees. Yu-chen wou dat ook kunnen en ging nieuwsgierig mee met haar vriendin naar de katholieke kerk in hun dorp waar deze dat geleerd had. Doch Lu mama was er niet gerust in en besliste om enkele keren te gaan zien wat haar dochter daar uitspookte bij die vreemde paters (Jezuïeten). Stilaan was zij niet alleen gerust doch wou zelf meer weten er begon samen met andere volwassenen catechese te volgen.
Dat was niet naar de zin van Lu papa, noch van zijn oudere broer. Beiden besloten ook te gaan om er het fijne van te weten en hopend te weerleggen. Goed voorbereid en met een lijst van opwerpingen gewapend over dat ‘buitenlands geloof’ trokken zij er naartoe… doch God houdt blijkbaar van verrassingen: spijts al hun argwaan werden ook zij stilaan gegrepen door de zin van wat zij hoorden en zagen en … werden later samen met hun gezinnen gedoopt: de broer kreeg als doopnaam Peter en Lu papa werd Paul. De eerste katholieken van de familie Lu, ouders en kinderen!
Kleinkinderen volgden en na enkele jaren werd ook hun schoondochter katholiek. Hun geloof kreeg stevige wortels door actieve deelname aan het parochieleven. Lu mama stierf vroeg en de kinderen en kleinkinderen, later ook eerste achterkleinkind, omgaven hun oude vader en opa met veel liefde daar waar hij altijd gewoond had samen met het gezin van zijn zoon.
Midden de corona lockdown stierf Lu papa daar –hoogbejaard en vredevol …” niet ziek maar opgeleefd en klaar voor de hemel’’ zo vertelde mij zijn dochter Yu-chen.
Een christen kan helemaal geworteld zijn in Aziatische eeuwenoude tradities en tevens volwaardig deel uitmaken van de wereldkerk.
Na een overlijden komt in Taiwan, buiten aan de voordeur, een ‘altaartje’ met de foto van de overledene. Bij de christenen een beeld van Jezus, bij boeddhisten een Boeddhabeeld, steeds bloemen, kaarsen, een wierookstokje, fruit waar de overledene van hield. Tot aan de begrafenis komen mensen bij dat altaartje hun deelneming aanbieden, een wierookstokje branden, bidden en als afscheid buigen voor de foto. Indien gewenst kan men binnen de overledene groeten, opgebaard in een gekoelde kist.
Het laatste afscheid gebeurt voor katholieken meestal in de parochiekerk omgeven door familie en vrienden. Maar ook in Taiwan legden de corona regels, beperkingen op. Het afscheidsritueel had plaats buiten aan de voordeur onder een tent. Deze komt steeds goed van pas, hetzij als bescherming bij hevige hitte hetzij als tijdens een tropische regendag.
De urne met as van Lu papa werd bijgezet bij deze van Lu mama. Elk kleinkind had voor de A-gong (opa) een brief geschreven met een woord of een gedachte uit het evangelie dat haar of hem meest aan opa deed denken en waarom. Het kleine meisje –achterkleinkind! - dat nog niet kan schrijven deed ijverig mee! Tijdens een laatste avond las ieder biddend zijn/haar gekozen tekst voor en werden deze brieven meegegeven bij de crematie.
Op de dag zelf van de afscheidsplechtigheid werd zijn tweede achterkleinkind geboren. “A-gong’s aardse leven eindigde in vreugde en dankbaarheid om zowel de voltooiing ervan als om de geboorte van dit nieuwe leven ”
Het verlangen van een klein meisje als aanleiding tot nu vier generaties christenen… mooi toch, niet?
Naast zij die weggegaan zijn, zijn er de verhalen van hen die die beginnen of die terugkeren en van anderen die onder de as toch het vuur bewaren.
Hoeveel zijn er nog? Hoeveel zijn er al?