20e zondag door het jaar (2009)

B-cyclus · Tijd door het jaar · 20e zondag · groen

Het evangelie van vandaag gaat over brood en vlees. Een fameus stuk uit het zesde hoofdstuk van het evangelie van Johannes.
Niks bijzonders, kun je zeggen. Want aan tafel vallen dagelijks woorden als: “Mag ik nog een snee brood, kun je het vlees even doorgeven.”
En daarnaast kennen we uitdrukkingen als: het vlees is zwak, en ook: de zonden van het vlees. Iedereen weet wat dat betekent.
En verder horen we dat in de Bijbel vier keer dat het woord “vlees” gebruikt wordt als archaische verwijzing naar erotiek en huwelijk : “Man en vrouw zullen één vlees worden.” (Genesis 2,24, Marcus 10, 1 Cor. 6, 16 en Eph.5, 31.)
Maar het woord vlees krijgt een nieuwe gevoelswaarde in het eerste hoofdstuk van het Johannes-evangelie: “En het Woord is vlees geworden”, (Joh. 1, 14). Die woorden zijn het hart van een hooggestemde beschrijving van wie Jezus van Nazareth wel is.
En tenslotte heel uitdagend die woorden over brood, vlees en bloed in zijn zesde hoofdstuk: \

  • Het brood dat ik zal geven is mijn vlees, ten bate van het leven der wereld. \
  • Hoe kan hij ons zijn vlees te eten geven? \
  • Ik zeg u, als gij het vlees van de mensenzoon niet eet en zijn bloed niet drinkt, hebt gij het leven niet in u. \
  • Wie mijn vlees eet en mijn bloed drinkt heeft eeuwig leven,\
  • Want mijn vlees is echt voedsel en mijn bloed echte drank,\
  • Wie mijn vlees eet en mijn bloed drinkt blijft in mij en ik in hem
    Met velen van zijn leerlingen kunnen ook wij zeggen: “Deze taal stuit iemand tegen de borst. Wie is nog in staat naar Hem te luisteren?"(Joh.60). Je kunt me nog meer vertellen!
    Wie verliefd is, zegt soms gekke dingen tegen de geliefde.
    Was Jezus dan soms verliefd? Niet in de zin van een onrust gevend verlangen naar een enkele andere.
    Het gaat hem niet om het lichaam van één ander: hem gaat het om het leven der wereld, om een saamhorigheid, een eenheid, een geluk, eten en drinken, vrede, veiligheid, van zo’n aard dat wij mensen, kwetsbaar als we zijn, ze nooit gekend hebben en om dingen die wij niet bevatten kunnen.
    In deze woorden spreekt hij als iemand die thuis is in een bestaan dat ons te boven gaat, als iemand die een gemeenschap ervaren heeft die elke andere vorm van eenheid, eindeloos overtreft.
    Soms vertelt iemand van een land of een stad die hij bezocht heeft, of een tentoonstelling die zij gezien heeft, zodat je het gevoel krijgt: “Daar moet ik ook naar toe, dat wil ik ook zien.”
    Zo spreekt Jezus een verlangen uit naar één geheel worden met iedereen die naar hem luistert, op de manier waarop het onmetelijke universum één geheel is en waarvan de delen elkaar zoeken en met elkaar communiceren.
    Wij hier vragen ons af, of menen zelfs zeker te weten, dat met de dood alles is afgelopen. Wij kunnen niet verder komen.
    Daarentegen klinken zijn woorden als een bezwering: er is leven van de wereld, er is leven in ons, eeuwig leven zelfs, want de dood is niet een toestand maar een overgang zoals Hij diep gelooft.
    Hij is vol van een wereld waarin we allemaal samen tot een “WIJ” worden, ongedeeld, niet langer ik-en-jij of wij twee samen.
    U kunt het geloven of niet. Jezus geeft heel sterk de indruk dat hij het gelooft.
    Veronderstel dat U zegt: “Ik weet niet wat ik daar van denken moet. Toch wil ik wel weten wat dat eten en drinken van zijn vlees en bloed dan vraagt.”
    Hoe vreemd en onvatbaar Jezus’ woorden tot zo ver ook geweest mogen zijn, het antwoord op de vraag waar het omgaat, is heel eenvoudig, heel helder en heeft geen uitleg of zelfs Woord op zondag nodig: “Wat gij wilt dat anderen aan u doen, doe dat ook aan hen.” Dat betekent niet: ploeteren en zwoegen en jezelf vergeten, wel blij worden als de ander zijn goedheid met jou deelt en jij de jouwe met de ander.
    Dàt is andere taal! En we lezen erover in het evangelie van Matteüs, hoofdstuk 7, vers 12 : “Dat is de Wet en de Profeten.” Meer hebben we niet nodig om te ervaren wat Jezus bedoelt met vlees en bloed.

Zoeken in Preken Online