Bemiddeling (2009)

B-cyclus · Tijd door het jaar · 2e zondag · groen

Bij huwelijksvoorbereidingen hoor je het verhaal heel vaak, als je aan de toekomstige bruid en bruidegom vraagt: hoe hebben jullie elkaar ontmoet? Regelmatig komt dan het verhaal van één van beiden: eigenlijk geen zin om een avond te gaan stappen, maar door een vriend of een vriendin op sleeptouw genomen, en dan, in een café, ontmoet je iemand, en warempel, het wordt wat! Hoeveel huwelijken zijn niet tot stand gekomen, omdat er iets als een driehoek is geweest, twee die elkaar ontmoeten, en een derde die een onbedoelde bemiddelaar blijkt te zijn.
Iemand die voor je bemiddelt. Die je op het goede spoor zet. Bijvoorbeeld een interessante baan. - “Zou dat niks voor jou zijn?”. - “Dat lijkt me echt een goede baan voor jou”. - “Ik ga wel een keer met je mee”.
Hoe vaak in ons leven gaat het niet zo. Niet rechtstreeks. Maar via anderen. Anderen die ons de goede kant op wijzen, anderen die ons iets doorgeven.

Het geloof hebben wij niet rechtstreeks, als door een goddelijke ingeving of openbaring, bij wijze van visioen gekregen. Nee, altijd door bemiddeling. Iemand heeft mij ooit verteld over zijn geloof, zijn overtuigingen, zijn diepste gevoelens. Iemand heeft mij zijn geloof voorgeleefd, zo intens, dat het voor mij geloofwaardig werd. Iemand heeft mij ooit ergens op geattendeerd. Iemand heeft mij ooit meegenomen naar een kerk, of naar een bijeenkomst, of naar een abdij. Geloof komt niet rechtstreeks van God. Anderen hebben ons verteld over God, over de God van Liefde, over Zijn Zoon Jezus, en diens Blijde Boodschap. Ouders geven het door aan hun kinderen en kleinkinderen. Zoals ook wij het geloof hebben gekregen van onze ouders, en het doorgeven. Want pas dan, wanneer het doorgegeven is, kan men door een volle, volwassen aanvaarding, een persoonlijke geloofsrelatie opbouwen met de God van Liefde. Wij zijn slechts middelaars, wij kunnen slechts bemiddelen.
En hoeveel priesters en diakens kunnen er niet van getuigen, ooit op hun levensweg een bemiddelaar getroffen te hebben, die uiteindelijk hun roeping heeft bepaald? Een pastoor die een voorbeeldfunctie heeft. Iemand die je ergens op wijst: “Diaken, zou dat niet iets voor jou zijn?” En dan dat gevoel van roeping, zo’n gevoel diep in jezelf, zo’n gevoel dat knaagt - en je weet heel goed van wie dat komt, maar je kunt het niet zomaar zeggen -, dat gevoel dat je niet loslaat, en dan die vriend die met een kwinkslag oppert: “Zou dat niks voor jou zijn?”.

Roeping is vaak een driehoek. Er is een Roepende, er is een geroepene, en hoe vaak is er niet een derde, een derde die bemiddelt? Daarom zijn de Bijbelverhalen van vandaag niet allereerst roepingsverhalen, maar vooral bemiddelingsverhalen. In het Boek Samuel is het Eli, de derde, die de geroepene naar de Roepende brengt, die Samuel zegt wat hij moet antwoorden wanneer God roept. Eli herkent de roepstem van God. Hij bemiddelt tussen God de Heer en de kleine Samuel. In de Evangelielezing is het Johannes de Doper die zijn leerlingen attendeert op Jezus, en daarna Andreas die zijn broer Simon attendeert op Jezus. Pas daarna volgen zij Jezus.
De mens is niet een eenzaam wezen, dat in totale onafhankelijkheid zijn levensweg bepaalt en zijn toekomst uitstippelt. Een gelovig mens is niet een eenzaam wezen, dat een totaal individuele relatie met God leeft, en de gemeenschap niet nodig heeft. Wij mensen, wij leven in een krachtenveld van relaties, met anderen die ons iets voorleven, die ons de weg wijzen, die ons aansporen, - soms misschien waarschuwen voor foute beslissingen.
Alleen, je moet het zien, je moet er open voor staan. De vier Apostelen die vandaag geroepen worden, waren ‘zoekers’. En door Johannes de Doper worden ze gewezen op Jezus, de Messias. Maar Jezus vraagt hen ook uitdrukkelijk: “Wat zoeken jullie?”. Maar nu hebben ze gevonden.
Er voor open staan, en wel op het juiste ogenblik. Laat het moment niet voorbijgaan. Want ook vandaag zegt de evangelist Johannes uitdrukkelijk dat Jezus “voorbijging”. “In het voorbijgaan” vindt de ontmoeting plaats van Jezus met Zijn eerste Apostelen. “In het voorbijgaan” wordt Hij gezien door Johannes de Doper, die toevallig opkijkt en Hem ziet. En daarmee begint ook bij de evangelist Johannes het openbare leven van Jezus als een ononderbroken reeks van ontmoetingen “in het voorbijgaan”.
Dat wil ook zeggen dat al onze ontmoetingen, die uiteindelijk ergens ons verdere leven bepalen, of het nu een relatie is, of een baan, of een roeping, ook al gebeuren ze “in het voorbijgaan”, en worden ze ogenschijnlijk bepaald door een toevallige bemiddeling van derden, misschien toch geen toeval zijn.
Bemiddeling hebben wij altijd nodig. Een middelaar. Iemand die in het voorbijgaan iets zegt over God, ons wijst naar het hogere, ons voorgaat. Een Middelaar. Mens en God. Die ons in het voorbijgaan aanspreekt. Volg mij.
Twee gaan er naar Emmaus. Een derde sluit zich bij hen aan. Een Middelaar, die met ons optrekt. Die ons, “in het voorbijgaan”, onderweg, uitlegt wat er in de Wet en de Profeten over Hem gezegd is. Een Middelaar die ons begeleidt op de weg naar Emmaus, en die ons “in het voorbijgaan” onderwijst, en het brood met ons breekt.

Zoeken in Preken Online