“‘t Ligt op een klein plekje.” Ongeluk ? Geluk ? Toevallige ontmoeting kan grote gevolgen hebben.
Ook de ontmoeting met God ligt op een klein plekje (ziekbed, gesprek, voorval)
“Waar woont Gij ?” We stellen ons vragen, toeren rond het godsprobleem, defilé van de wereldgodsdiensten, van de paranormale verschijnselen. Een rusteloze geest is op zoek.
Tot God zegt : “Kom kijken”. Dat is zeggen : kom binnen, treed binnen in mijn vertrouwelijkheid.
Ge moet er niet op studeren, vouw je handen en ga door je knieën, adem mij.
God laat zich vinden. Zolang wij God zoeken buiten onze wereld, heel ver en heel anders, geloven wij eigenlijk niet in Hem.
Als wij God ontdekken in de stille, kleine dingen van het leven, in wat we zijn en doen voor een medemens, in een troostend nabijzijn, in een gebaar van vergeving, in een bemoediging. Daar laat Hij zich vinden. In een trouwe en liefdevolle vervulling van onze dagelijkse plicht.
Net zoals bij Samuël : Gij hebt mij geroepen, Heer, hier ben ik.