2e zondag door het jaar (2006)

B-cyclus · Tijd door het jaar · 2e zondag · groen

Als u een beetje het nieuws gevolgd hebt, hebt u ongetwijfeld gehoord over dat drama van de kinderlijkjes in Beverwijk en Haarlem. Voor mij is het tenminste een ongelooflijk drama. Dat een vrouw in een postnatale depressie zoíets doet is al niet te begrijpen, dan moet je als moeder toch wel heel erg van de kaart zijn, maar volgens deskundigen schijnt dat mogelijk te zijn.
Het meest bizarre in de berichtgeving vind ik echter dat niemand iets van haar zwangerschappen gemerkt schijnt te hebben, haar man niet, haar buren niet, haar familie niet. Dan denk je: hoe is dat in ’s hemelsnaam mogelijk?
Zoiets kan eigenlijk alleen gebeuren als mensen helemaal geen echt contact met elkaar hebben, als ze totaal langs elkaar heen leven. En dat is al een drama van zichzelf.
Dit is natuurlijk een heel extreem voorbeeld van langs elkaar heen leven, maar iets ervan komt in onze samenleving wel steeds meer voor, niet zozeer in een kleinere gemeenschap als de onze, maar wel in de grotere steden waar mensen van elkaar vervreemden, waar men bovenop elkaar woont in een flat maar de buren niet kent.
En elke vorm van samenleven, elke vorm van verbondenheid, begint toch met elkaar kennen, te beginnen met de naam, maar ook wie of wat die ander is, ook zijn vreugde en verdriet. Dat vraagt dat je aandacht hebt voor anderen, dat je geïnteresseerd bent in hun wel en wee.
Daar gaat het ook eigenlijk om in het evangelie van vandaag. Johannes de Doper heeft Jezus al ontmoet en nu zegt hij tegen twee van zijn volgelingen, wijzend naar Jezus, die daar is een bijzonder mens, hij is de beloofde Messias. En die twee volgelingen willen wel wat meer weten over die man en gaan hem achterna, ze zoeken hem op. En het blijft niet bij een korte kennismaking langs de weg, nee, ze gaan met Jezus naar zijn huis en blijven de hele dag bij hem. Dat is de manier om elkaar te leren kennen.
Wat ze besproken hebben, wordt niet vermeld in de evangelietekst, maar je mag veronderstellen dat het iets meer was dan wat oppervlakkig praten over koetjes en kalfjes. Reken maar dat Jezus gesproken heeft over zijn idealen. Het is niet voor niets dat Andreas later tegen zijn broer zegt dat ze de Messias gevonden hebben. Dat was het begin van een heel nauwe band tussen Jezus en zijn vrienden.
De eerste lezing ligt een beetje in dezelfde lijn. De jonge Samuël die in het tempel bij de priester Eli woonde had nog geen band met God. Samuël had de Heer nog niet leren kennen, staat er in de tekst, want de Heer had zich nog niet eerder aan hem bekend gemaakt. Samuël had daarom niet door wie hem geroepen had, maar toen hij gezegd had: spreek, Heer, uw dienaar luistert, toen kon er ook een bijzondere verbondenheid met de Heer ontstaan en dat maakte Samuël tot een van de grote profeten van het oude testament.
Een houding van “vertel maar, ik luister” is een wezenlijke voorwaarde om samen een gemeenschap te vormen en een leefbare gemeenschap. Als mensen zich opsluiten in zichzelf, voor welke reden dan ook, komen ze onherroepelijk buiten de gemeenschap te staan. Maar als er niemand is die bereid is om te luisteren, als niemand de moeite neemt om stil te staan bij een ander om zijn of haar verhaal te aanhoren, ook dan komen mensen buiten de gemeenschap te staan. En dat kan een drama worden voor de betrokkenen.
En jammer genoeg hoor je steeds meer verhalen van mensen die vereenzamen, die het leven op eigen kracht niet aankunnen maar niemand hebben om hun hart te luchten.
De teksten van vandaag horen bij de bijbelse roepingsverhalen, Samuël wordt geroepen om een rol te spelen in het Israël van toen.
Andreas en Petrus werden geroepen om een rol te spelen in de verkondiging van Jezus’ blijde boodschap.
Wij allemaal zijn geroepen om aandacht te hebben voor elkaar, om te luisteren naar wat een ander kwijt wil, zijn vreugde en zijn verdriet. Ook datis inhoud geven aan Jezus’ blijde boodschap, dat is bijdragen aan een warme en hechte gemeenschap, nodig om zinvol te kunnen leven.

Zoeken in Preken Online