* In deze zondagen door het Jaar beleven we Jezus’ openbaar leven met Hem. Vandaag horen we opnieuw Johannes de Doper vergezeld van enkele van zijn leerlingen. Hij vestigt de aandacht op Jezus die in zijn omgeving rondwandelt: “Zie de Dienaar Gods”. In het Aramees is “Dienaar” hetzelfde als “Lam” (‘talja’). Wanneer de evangelist Johannes schrijft heeft hij al in het woord “Dienaar Gods” het “Lam Gods” erkend. “Dè dienaar Gods” was een Messiaanse titel. Daaruit begrepen een paar leerlingen dat Jezus de Messias kon zijn. Ze liepen Jezus zwijgend achterna.
1. Jezus nam het initiatief.
- De eerste volzin die Jezus uitspreekt in het Johannesevangelie is niet een affirmatie maar een vraag: “Wat zoekt ge ? Wat verlangt ge ?” (Joh 1,38). Met deze woorden verwekte Hij in hun hart een verzuchting. De Joodse wijsgeer Emmanuël Levinas zegt: “De begeerte vertrekt vanuit de Begeerde”. De Begeerde is Jezus. Hij is het die het verlangen verwekt. In dat verlangen steekt openbaring. Zij antwoordden: “Rabbi - ze erkennen Hem als meester in de Schrift - waar verblijft Ge ?”- “Verblijven” betekent “zijn tent opslaan”, willen binnentreden in de intimiteit van een vriend. Iemand leren kennen is binnendringen in zijn persoonlijkheid. Het gaat om levenscommunicatie.\
- En Jezus zei: “Kom en zie”. Bemerk hoe het woord ‘zien’ hier steeds maar terugkeert: Johannes “zag Jezus wandelen” en zei: “zie het Lam Gods”. “En ze zagen waar Hij zich ophield”… Het woord ‘zien’ heeft bij Johannes altijd de bijzondere bijbetekenis van ‘zien met de ogen van God’, ‘zien in de diepte’. Jezus is het ware Licht dat iedere mens verlicht (Joh 1,9). Bij de genezing van de blindgeborene zal Jezus later zeggen: “Ik ben in de wereld gekomen opdat zij die zich eerst blind waanden zouden zien, en opdat zij die pretenderen te zien in hun verblinding vast zouden worden gespijkerd” (Joh 9,39). De kerkvader Ireneus schreef ooit; “De glorie van God is de levende mens, doch het leven van de mens is God te zien en te zien zoals God”. De Franse denker Joseph Joubert zei dat Gods licht zo sterk is dat het enkel gesluierd door ons oog kan worden ontvangen..\
- Door Jezus te zien zouden de leerlingen leren wie God is. Daarom bleven zij die dag bij Hem. We weten niet wat er onder hen gezegd is. Vooral de persoonlijkheid van de Rabbi was van belang. Jezus’ leer was geen wijsbegeerte, maar de diepe ervaring van zijn persoon. Juist Hem zouden ze verkondigen. Daarom was het belangrijk bij Hem te verblijven, zoals Samuël in de tempel verbleef.
2. Wie bij Jezus verblijft zal veranderd opstaan en in beweging komen.
- In zijn afscheidsgesprekken op het Laatste Avondmaal heeft Jezus het geheim van dit verblijven ‘bij’ Hem ontsluierd. Het wordt zelfs een blijven ‘in’ Hem, zoals Jezus verblijft in de Vader: “Blijf in mijn liefde” (Joh 15,9). “Blijf in Mij zoals Ik blijf ik u. Als iemand in Mij blijft,terwijl Ik blijf in hem, die draagt veel vrucht, want los van Mij kunt gij niets..” (15,4-5). En verder: “Gij zijt mijn vrienden als gij doet wat Ik u gebied - het gebod van de liefde die uit Hem ontspringt (15,12). - Ik noem u geen dienaars meer, want de dienaar weet niet wat de meester doet, maar Ik heb u vrienden genoemd, want Ik heb u alles meegedeeld wat Ik van de Vader heb gehoord. Niet gij hebt Mij uitverkoren, maar Ik u, en Ik heb u de taak gegeven op tocht te gaan en vruchten voort te brengen, die blijvend mogen zijn” (15,14-16).“Hierdoor wordt de Vader verheerlijkt, dat gij rijke vruchten draagt” (15,10). Wie Jezus echt ontmoet heeft blijft niet stil zitten, komt in beweging en laat alle anderen delen in deze vreugde die de vreugde van God zelf is, zodat ieders vreugde volkomen wordt (15,11).\
- Die twee leerlingen waren Andreas en vermoedelijk Johannes. Daarop gaat Andreas zijn broer Simon opzoeken, die later Petrus, Kefa of Steenrots zal worden genoemd. De volgende dag ontmoet Jezus Filippus, en deze gaat het vertellen aan Nathanaël: “Kom dan zien”, en Jezus ziet Nathanaël naar zich toekomen. Hij had hem reeds onder de vijgeboom ‘gezien’, maar Nathanaël zelf zal nog grotere dingen ‘zien’. Hem ontmoeten werkt aanstekelijk. Het wordt een kettingreactie. Pas na deze ontmoetingen zullen ze definitief worden geroepen en gezonden, en zullen ze leren ‘zien’. Paulus heeft het geweten. Door Christus a.h.w. bewoond riep hij het dicterend uit: “De liefde van Christus laat ons niet met rust” (2 Kor 5,14). Zijn verblijven in Christus en het verblijf van Christus in hem werd de dynamiek, de stuwende kracht van zijn missionering tot in de marteldood.
* Dit is de sleutel van alle pastoraal. Ooit schreef Dom Jean Baptiste Chautard, voormalige abt van de trappistenabdij van Sept-Fons: “Het gebed is de ziel van alle apostolaat”. De eucharistische aanbidding is de uitgelezen kans om bij Hem te verwijlen, de eucharistieviering om in Hem te zijn. Activisme en persoonlijke prestatiezucht of persoonlijke succesjacht misleiden onbewust arbeiders in hun pastorale inzet. Indien ons herderen zijn adem niet vindt vanuit de diepe verbondenheid met de Herder, gaat vele pastorale energie verloren en geven we de goede antwoorden niet waarop de wereld wacht. Indien onze pastorale aanpak niet ontspringt aan ons verblijven bij en in Christus, verliezen we onze tijd. De ware vruchtbaarheid hangt af van onze eenheid met Christus en zijn werk in ons. Pas dan gaan we anders zien, zien waar het op aan komt, zien met de ogen van God.