Hoe wordt men leerling van Jezus?

B-cyclus · Tijd door het jaar · 2e zondag · groen

U hebt natuurlijk allemaal al eens een röntgenfoto gezien. Je ziet niet wie je voor je hebt, maar je ziet dat het een menselijk skelet is. Al het persoonlijke valt weg, maar je ziet hoe een mens gebouwd is. In deze perikoop spreekt Johannes ons over de roeping, en dat doet hij met een verhaal als een röntgenfoto: al de details zijn eruit weggelaten. Hij toont ons alleen het skelet van een roeping: alleen de noodzakelijke elementen zijn erin opgenomen. Zo hebben ook wij onze eigen roepinggeschiedenis.

Een roeping begint normaal bij een ander mens… Johannes wijst zijn leerlingen op Jezus en zegt: ‘Zie het Lam Gods’. Zelden wordt iemand vanuit de hemel geroepen: andere mensen brengen ons bij Jezus. Denken we er zelf maar even over na aan wie wij onze roeping te danken hebben. Waren het onze ouders, of was het iemand naar wie we met eerbied opkeken en voor wie we ontzag hadden? Goede mensen hebben ons oog naar Jezus gericht. Dat is een feit. Dat moet ons ook bewust maken van onze grote verantwoordelijkheid, vooral tegenover de jeugd. Misschien verwacht Jezus van ons dat wij, zoals Johannes, de ogen van anderen op Hem richten. God wil mensen nodig hebben als wegwijzers.

Dan gaan die twee leerlingen van Johannes Jezus achterna. Dat wil zeggen dat wijzelf de eerste stap voor onze roeping moeten zetten. Niemand kan dat voor ons doen. Ouders en vrienden kunnen verwijzen naar Jezus, maar die stap is ons eigen werk. Op een bepaald ogenblik van ons leven staan we persoonlijk voor Jezus, en wij kunnen dan ofwel Hem achterna gaan ofwel van Hem weggaan. Dat kan de beslissing van ons leven worden. Maar die keuze zelf doen wij.

De apostelen hadden een zeker verlangen naar Jezus. En wij? Wanneer wij de eerste stap gezet hebben op de weg van onze roeping, zal Jezus zich naar ons omkeren en vragen: ‘Wat wil je?’ Dat is het eerste woord dat Jezus spreekt in het evangelie van Johannes. Jezus zegt niet: ‘Ik ben blij dat je komt… Ik kan je gebruiken…’ Neen! Jezus wil de mens verrijken en groter maken. Dat is het begin van elke roeping. Je vraagt je niet af: wat kan ik ermee verdienen? Wat heb ik eraan? Het gaat om de zorg voor andere mensen: wat kan ik voor anderen doen?

De leerlingen zijn een beetje van streek, en dan stellen ze de vraag, die eigenlijk vreemd klinkt: ‘Waar woont Gij?’ Jezus antwoordt daar niet op met te zeggen: Ik woon in Kafarnaüm, in die straat, op dat nummer… Jezus nodigt hen uit: ‘Kom mee kijken!’

Roeping gebeurt niet door veel uitleg. Al zou je een hele bibliotheek boeken over Jezus lezen, dan zou je daardoor nog niet tot roeping komen. Al zou je ook een hele dag discussiëren over wat roeping is, dat zou je niet helpen geroepen te worden. Roeping steunt op ervaring: door vriendschap en verbondenheid samen met Jezus te leven en te handelen. Ervaren dat Jezus van ons houdt en dat wij van Hem mogen houden.

Daarna staat er een heel mooi woord: ‘Die dag bleven zij bij Hem’. Als iemand Jezus gevonden heeft, dan moet hij zich ook bij Jezus aansluiten en proberen bij Jezus te blijven. Roeping gebeurt niet of zelden op een genadevol ogenblik. Het is vaak de geschiedenis van een heel leven. Roeping geldt elke dag van ons leven, ook als we ontmoedigd worden en het niet meer zien zitten, ook als we twijfelen… Dan vooral moeten we proberen bij Jezus te blijven.

Het was ongeveer het tiende uur. Het tiende uur is hier geen tijdsbepaling. Tien is een volheidgetal. Denk aan de tien plagen van Egypte, aan de tien geboden. Johannes drukt hierdoor uit: wie Jezus gevonden heeft, heeft alles gevonden, hij heeft de zin van het leven ontdekt. Het is toch indrukwekkend dat Johannes vijftig jaar na zijn ontmoeting met Jezus dit nog schrijven kan. Hij is dat ogenblik nooit vergeten, het ogenblik waarop het feest van de vriendschap met en de liefde voor zijn Heer begon. Dat uur had zijn leven bepaald: dat was het uur van zijn roeping.

Leerlingen die Jezus hebben ontmoet, kunnen niets anders doen dan die vreugde aan anderen doorgeven en de anderen laten delen in het feest van die uitzonderlijke ontmoeting. Andreas gaat naar zijn broer Simon en zegt: ‘Wij hebben de Messias gevonden’ - de vervulling van al onze verwachtingen. Dan slaat de vonk verder over op Filippus en Natanaël. Roeping is een kettingreactie: de ene mens brengt de andere tot Jezus. In die kettingreactie zitten wij nu nog! Wij leven van het getuigenis van anderen en mogen zelf ook dit getuigenis doorgeven.

Zoeken in Preken Online