2e zondag door het jaar B

B-cyclus · Tijd door het jaar · 2e zondag · groen

Impulsavond rond het nieuwe jaarthema “Volwassen worden in geloof”

inleiding en bijbelse duiding door Geert Dedecker - Roeselare, 14 juni 2007

Voor de impulsavond ter voorbereiding van het nieuwe jaarthema “Volwassen worden in geloof” hadden wij als gastspreker pr. Geert Dedecker uitgenodigd.

Hieronder volgt in grote lijnen wat hij ons te zeggen had…

G. Dedecker stak van wal met een aantal citaten “ter opwarming”…

° Twee of drie is niet veel…maar het is genoeg om iets in de wereld te veranderen, en om de droom van de Man van Nazareth in leven te houden…

° Henri Nouwen in Wereldwijd: ‘We moeten ons niet voortdurend de vraag stellen hoe we de jeugd tot bij de Kerk van vandaag kunnen brengen. Wel moeten we ons afvragen hoe we ons leven kunnen leven trouw aan het evangelie, én hoe we dat samen kunnen doen, binnen echte, authentieke christelijke gemeenschappen. Vroeg of laat komen daar wel (jonge) mensen op af…

° Mgr Gaillot : ‘Mensen vragen mij vaak hoeveel priesters er nog zijn in mijn bisdom. Ik vind dit een verkeerde vraag. Vraag liever naar het aantal levende christelijke gemeenschappen. Dat zijn er heel wat !’

° Uit het dagboek van Piet Declercq in El Salvador: ‘Hoe kunnen we de Kerk missionair maken? Niet door louter binnenkerkelijk bezig te blijven en altijd maar te discussiëren over ‘onze’ vragen. Wel moeten we ‘gist’ worden in onze wereld, waar zoveel immense problemen bestaan: honger, armoede, onrecht, gebrek aan levenskansen…We moeten weer ‘de straat op’ en weer durven evangeliseren in de ware zin van het woord, dwz. van huis tot huis gaan, om met mensen over de échte vragen te praten, om te getuigen van wat ons als christenen bezielt en bezig houdt, en om mensen op te roepen keuzes te maken en oplossingen te zoeken in de lijn van het evangelie…’

° Dom Helder Camara : ‘Als we het hebben over het aantal ‘praktiserende gelovigen’, dan moeten we niet in de eerste plaats spreken over hun ‘zondagspraktijk in het kerkgebouw’, maar wel over ‘evangelische praktijk op een doordeweekse dag’! Mensen moeten het evangelie beleven in de orthopraxie van hun dagelijks leven. De orthodoxie komt altijd maar op de tweede plaats…

° En als ‘toemaatje’…een anekdote over Mgr. Gaillot die op weg naar een klein dorpje om daar te gaan vormen zijn eigen kerk niet vond. Gelukkig zag hij een man die in zijn tuin aan het werken was en hem niet alleen de weg wees, maar hem ook voorreed.

Gaillot zei over dit voorval later: ‘Gelukkig dat niet iedereen in de kerk zit, anders zouden we soms de weg naar onze Kerk niet meer vinden. Buitenstaanders kunnen ons soms helpen om onze eigen Kerk te her-ontdekken…

Een anekdote die bij de toehoorders op de impulsavond algemeen gelach uitlokte.

De draagwijdte van dit verhaal was dus maar al te goed aangekomen !

Al deze citaten van grote mensen uit onze Kerk geven ons te denken als wij in de komende jaren willen spreken over “volwassen worden in geloof”en ‘herinitiëren in de Kerk’.

Geert Dedecker knoopte er een beeld aan vast. Hij toonde een foto van een dijk die dreigde door te breken in Nederlands Limburg. Er waren mensen te zien die aan elkaar zandzakjes doorgaven tegen de dreiging van de overstroming. Onder de foto de veelzeggende tekst : “Jaap, de dijk zit niet lekker.”

‘Zo stel ik mij de Kerk voor, aldus Dedecker. Een Kerk die ‘op het terrein’ staat van alledag, temidden van het gevecht van mensen tegen de chaos, de onzin en de dood – want er zijn overal zoveel dijken die dreigen te breken.

Een Kerk van mensen, stevig geworteld in de realiteit (met de voeten op de grond),het hoofd in de wolken om ver te kunnen zien en de handen uit de mouwen om aan de slag te gaan.

Een Kerk ook van mensen die de “zandzakjes” van het geloof, van troost en bemoediging, van hoop en kans op nieuw begin… geduldig doorgeven en op deze manier in een lange traditie gaan staan…

Deze citaten en beelden ter inleiding…

Smaakmakers en onmiddellijk dus ook toonzetters van de avond…

1.Hoe het indertijd begonnen is… en dus met ons op-nieuw kan beginnen …

geïnspireerd door het roepingsverhaal van de leerlingen opgeschreven door de

evangelist Johannes (Johannes 1,35-51)

In het roepingsverhaal van de leerlingen volgens Johannes staan een aantal elementen die zeker bruikbaar zijn voor het project rond volwassenencatechese anno 2007.

- Het verhaal situeert zich tijdens het voorbijgaan van Jezus.

Moet Kerk dat ook niet zijn, als ze wervend wil zijn ? In beweging, niet statisch, maar dynamisch en pro-gressief.

- Jezus speelt in op het zoeken en diepste verlangen van mensen. “Wat zoeken jullie ? Wat verlangen jullie echt ?”

Doet de Kerk dat ook ? Of maakt zij mensen “tam” en “braaf” zodat zij verantwoordelijkheid en vrijheid schuwen, en op de duur gewend zijn aan een kleurloos bestaan ‘laag bij de grond’ ?

- Het verhaal situeert zich ‘aan het meer’, in open lucht. Daar is het uitzicht op de wereld nog breed en wijd en diep…

Kerk moet zich niet bezig houden met oppervlakkige en banale behoeften van mensen. Zij moet hen helpen om weer ‘heim-wee’ te krijgen naar de verte en de diepte van het bestaan, en een manier van leven te ontdekken die uitzicht biedt en perspectief…

- Eenmaal dat verlangen aangewakkerd geeft het de leerlingen vleugels en het trekt hen mee in ‘de beweging’ die de Man van Nazareth op gang heeft gebracht …

- In wederzijdse vraag en wedervraag (dus geen vraag met direct een antwoord op maat) groeit dat verlangen en krijg je een soort “sneeuwbaleffect”… De ene “besmet” de andere met zijn enthousiasme en zo krijgt de groep van leerlingen stilaan vorm.

Dat elkaar aanspreken, één voor één, zoals wij als kind tikkertje speelden (Dedecker noemt dat “Schèrre Madam) kan een nieuwe dynamiek in de Kerk teweeg brengen.

Dedecker besluit met een verhaal over ‘Hoe je een vogeltje vangt’ van Prévert.

Het is verkeerd te denken dat als wij maar een aantrekkelijk kooitje tekenen en het deurtje ervan op tijd openzetten, wij dan vanzelfsprekend heel snel veel vogels zullen kunnen vangen. Dat beeld van de Kerk moeten wij achter ons laten. Misschien heeft dit ooit zo gewerkt, maar deze ‘strategie’ heeft geen toekomst.

Het is beter ons te laten inspireren door het roepingsverhaal van de eerste leerlingen.

Zij voelden zich immers geroepen door het persoonlijk contact met Jezus, waarop meteen een ‘huisbezoek’ volgt… Kerk van de toekomst (her)begint met mensen aanspreken, uitnodigen, ontmoeten in vrijheid, in gesprek gaan, samen zoeken en verwonderd kunnen zijn. En dan vooral elkaar de tijd gunnen en de ruimte laten om keuzes te laten groeien…

  1. Het Johannesevangelie – drie dwarsdoorsneden

Het Johannesevangelie beschrijft 7 tekenen, 7 omstanders/getuigen (die allen veranderd zijn door hun ontmoeting met Jezus) en 7 “Ik-ben-woorden” (Ik ben de deur, de wijnstok, de herder…). Deze laatste woorden zijn eigenlijk meteen ook “programma” en “agendapunten”voor de lezrs van het evangelie en dus voor Kerkmensen vandaag ; dwz. als Jezus zegt : “Ik ben brood” dan wil Hij aan zijn leerlingen (dus ook aan ieder van ons) zeggen : “Wees zelf brood voor mensen. Wees leven voor mensen.”

Die drie “dwarsdoorsneden” kunnen ons iets bijbrengen voor de volwassenencatechese.

  • Doe mensen tekenen, signalen zien… Leer ze gebeurtenissen in hun eigen leven en in de wereld om hen heen te ontcijferen. En help hen te speuren naar de betekenis van al die tekenen.

  • Laat mensen voelen dat ze omgeven zijn door mensen die om hen geven en die willen getuigen van wat hen is overkomen.

-Geef mensen iets te doen : leer hen die “Ik-ben-woorden” te verbuigen en te vervoegen in alle wijzen en alle tijden, maar laat die woorden nooit in de voltooid verleden tijd staan. Leer mensen en gemeenschappen nadenken hoe zij heel concreet en op de plaats waar zij staan brood, licht… kunnen zij voor anderen. Met andere woorden : leer hen “hun eigen Schrift, hun eigen evangelie schrijven”(Han Renckens)

  1. Ik ben de deur…

In de deur van de Sancta Maria im Kapitol in Keulen (uit de 11e eeuw) is een armenbijbel gebeiteld. Deze armenbijbel “vertelt” aan ongeletterde mensen evangelieverhalen over geboorte, dood, leven en opstanding.

Met het beeld van deze deur voor ogen (zie map impulsavond) zouden wij ons kunnen afvragen : welke verhalen zijn gebeiteld in de deur van ons leven, onze parochie, onze gemeenschap, organisatie of beweging? Hoe hebben wij geboorte, dood, leven en opstanding zien binnen en buitengaan in onze Kerk?

Welke mensen(verhalen) staan voorgoed gebeiteld in de deur van onze Kerk, waar de ‘moderne armen’ (qua zingeving, hoop en geloof) …misschien nieuwsgierig op af komen, om daarvan te ‘leren’..? Als wij willen zeggen : “Kom en zie!”, wat willen wij, wat kunnen wij dan laten zien? Hoe ‘afficheren’ wij ons kerkgebeuren naar buiten uit? Hoe ‘profileren’ wij ons? In welke mate zijn wij een ‘doorzichtige’ en ‘deur-zichtige’ Kerk, in de eerste plaats voor de “evangelisch-ongeletterden” van deze tijd..?

  1. Wat is onze “core business” ?

Marx heeft de Kerk en de godsdienst verweten dat zij ‘opium’ waren voor het volk. Misschien is dat in het verleden soms wel zo geweest. Jezus van Nazareth echter heeft ons de opdracht gegeven om GIST te zijn in het deeg van de samenleving, en ons gewaarschuwd voor het moment dat die gist ‘bedorven’ zou zijn of zou ontbreken…

Er is in onze samenleving een grote nood aan spiritualiteit en zingeving.

Dat moet onze “core business” zijn.

“Bezig zijn” rond die spiritualiteit en zingeving is als het voortdurend op zoek gaan naar een beetje gist, een beetje ‘spiritus’, een beetje ‘inspiratie’ in de ‘Grand Bazar’ van deze maatschappij, waar alles te koop wordt aangeboden, en tegelijk het meest essentiële compleet ontbreekt.

Gist is niet gemakkelijk te vinden in de supermarkt. Je moet al goed zoeken

vooraleer je zo’n klein pakje vindt. Het staat nooit in reclame, je ziet het nooit op de folders in de brievenbus, je hoort er niets over in de discussies en debatten vlak voor de verkiezingen.

Dedecker doet zelfs de suggestie om altijd maar één pakje gist mee te nemen, en toch steevast gebruik te maken van een grote winkelkar. Je zult niet alleen veel mensen verbaasd zien opkijken, maar je “ambeteert” er heel het systeem mee… Iets om over na te denken.

Bovendien is slechts een heel kleine hoeveelheid gist voldoende om een serieuze stapel wafels te kunnen bakken…

Al wie de strips van Nero kent, weet dat ieder album eindigt met een speech, een feest en wafels. Wij blijven met de Kerk hardnekkig dromen van dat grote feest op het einde van het verhaal der mensen, waar iedereen mee aan tafel mag zitten, de kleinsten en armsten op de belangrijkste plaatsen dan nog. Maar als er geen ‘gist’ meer te vinden is, en niemand nog naar die “(Sanctus) Spiritus” op zoek wil gaan - hoe zal dat dan geschieden?

De Kerk moet weer her en der kleine “GIST- EN SPIRITUSFABRIEKJES” bouwen. Waar men gist produceert van het bekende merk “BRUGGEMAN”. Dan krijgen we wellicht in de toekomst weer een waarachtig ‘pontificaal’ kerkgebeuren, waar bruggen worden gebouwd van het evangelie naar het leven toe en omgekeerd, over alle tegenstellingen en verschillen heen… Kerk als sacrament van ontmoeting, Kerk met open deuren, Kerk als de Ark van Noach, waar ieder zichzelf mag zijn “naar de aard van het beestje”, en ieder vogeltje mag zingen zoals het gebekt is…

  1. Johannes, zeg ons : Wat moeten we doen ?

° Klemens Armbruster zegt dat we tegelijk aandacht moeten hebben voor de vorming van de individuele christen én voor de opbouw van geloofsgemeenschappen.

° We moeten leren samen te ‘herderen’.

° Dedecker geeft een reeks suggesties van wat de Kerk in de toekomst zou kunnen betekenen in de maatschappij:

Kerk als oase van stilte en vindplaats van vreugde

Kerk als oproep tot solidariteit

Kerk als plek van bevrijding en verlossing (“verloskamer”)

Kerk als ruimte van hunkering naar schoonheid en heiligheid

Kerk als ‘dorp van troost’ (Kafarnaüm)

Kerk als aanzet tot verzet en overgave

Kerk als vrijplaats van hoop

Kerk als vuurtoren en verdwaalpaal

° Kris Depoortere geeft in zijn boek “Wie is die Jezus?” enkele concrete suggesties om dit waar te maken.

Je kunt een leerhuis starten, een lied componeren en een verhaal vertellen, een waterpomp sponsoren, een vangnet spannen voor wie dreigt te vallen, platformen/netwerken uitbouwen samen met alle mensen van “goede wil”, zorgen voor verankering in Jezus, in de Schrift en het Evangelie.

Tot slot gaf Geert Dedecker ons 2 punten mee.

Opmerkelijke punten, dat wel…maar goed om over na te denken…

Ten eerste : om het vol te houden in ons proces van volwassenencatechese kunnen wij –hoe raar het ook klinkt- iets leren van de vier wachtwoorden uit de arbeidskamer op de afdeling gynaecologie.

Het “devies” is daar :

-goed persen (krachtig meewerken aan het naar buiten brengen van nieuw leven)

-goed ontspannen (niet cynisch of krampachtig doen)

-ademhaling verzorgen (spiritualiteit, inspiratie, zorgen voor de “lange adem” vooral…)

-voortdurend controleren en aan elkaar doorgeven : “Hoeveel opening is er al ?”

Dat laatste is trouwens hèt “wacht-woord” van Pasen, en het is een zeer vrouwelijk woord. Als de vrouwen op Paasmorgen naar het graf gaan, is hun eerste en belangrijkste bekommernis : “Hoeveel opening zou er al zijn?”

Maar toen zij er aan kwamen bleek de opening, de ontsluiting reeds totaal te zijn, ja was de “verlossing” reeds een feit…Dat betekent dat het - hoe dan ook – niet van ons alleen afhangt. Er is in dit bestaan én in het hele kerkgebeuren een ‘GROTE VERLOSKUNDIGE’ aan het werk, Die ‘…is gekomen om hun het leven te geven in al zijn volheid…’ (Joh. 10,10).

Ten tweede : Geert Dedecker heeft ooit de kans gehad om Dom Helder Camara persoonlijk te ontmoeten. Er was veel tijd te kort om hem alle vragen te kunnen stellen. En toen Dom Helder van iedereen afscheid nam en ook bij Geert passeerde, kon hij het niet laten om hem nog snel te vragen of de grote Braziliaanse bisschop met al zijn ervaring nog een boodschap voor hen had.

De boodschap luidde kort en krachtig : “Il faut continuer, hé!”

De toespraak van Geert zal daar hopelijk voor iedere parochie/federatie van ons bisdom toe bijdragen.

Zoeken in Preken Online