Geloof consumeren of hanteren (2006)

B-cyclus · Tijd door het jaar · 19e zondag · groen

Verhalen over de macht van de Kerk leven nog volop. Herkenbare voorbeelden zijn er genoeg. Wie in de Steenkolenmijn wilde werken moest bij de pastoor een aanbevelingsbrief halen. Wie als leerkracht op een school werk wilde krijgen moest de wens doen van het kerkbestuur. Wie financieel moeilijk zat maakte kans op ondersteuning door de pastoor vanuit het armenbestuur als hij zijn kerkelijke plichten nakwam. Afgezien van de vraag of hier sprake was van macht of dienstbaarheid, is ook de vraag gewettigd: wat drijft mensen om een hulpvraag te doen. Eerlijkheidshalve moet vermeld worden dat niet altijd het geloof mensen bij de pastoor bracht, maar juist het verlangen om geholpen te worden of een gunst te verkrijgen. In het verleden bekleedde de Kerk een bevoorrechte positie. Mensen van de Kerk heetten betrouwbare personen te zijn die zo eerlijk mogelijk probeerden te handelen. Waar men het gevoel had in zijn/haar waarde gelaten te worden, bleef deze hulpverlening positief in gedachten voortleven. Waar men het gevoel had ondergeschikt aan de ander te zijn, bleek juist dit een zere plek te blijven die niet vergeten en vergeven kon worden.
Jezus helpt ook mensen op wonderlijke wijze. Mensen die bedroefd zijn weet hij te troosten. Mensen die geen toekomst meer zien, zet Hij weer opnieuw op weg. Mensen die ziek zijn weet hij weer beter te maken en mensen die geen eten meer hebben weet hij ruimschoots te voeden. Hij ziet echter dat vele mensen Hem achterna lopen om wat te krijgen. En wanneer dit gebeurd is keren zij, vaak zonder bedankje, terug naar hun oude leefpatroon. Jezus handelt vanuit een andere achtergrond. Hij zoekt zich zelf niet, maar wil verwijzen naar de liefde die God voor ons heeft. Hij wil mensen brengen tot geloof in God. De wonderen moeten mensen tot het besef brengen dat zij iets met hun geloof moeten doen. Zoals God door Jezus zorg heeft voor mensen, zo moeten ook mensen zorg hebben voor elkaar. Daarin treedt de liefde van God de wereld binnen. Wie in nood is moet geholpen worden door degene die dat kan Niet door die ander van zich afhankelijk te maken, maar de ander in zijn zijn/haar waarde te laten. Helpen moet altijd geschieden vanuit het besef dat wij allen, staande voor Gods aangezicht, op zijn tijd hulp nodig hebben. Waar mensen hun macht laten merken, leidt dit altijd tot onbehagen, hoe goed die hulp ook verleend is. Oprechte liefde wordt niet altijd begrepen.
Mensen die altijd voor anderen klaar staan merken dat er soms ook van hun misbruik wordt gemaakt. Degene die profiteert meent slim te zijn, maar verrijkt alleen maar zichzelf. Geloven gaat echter uit van het leven ontvangen, maar het ook doorgeven aan anderen. De eerste kiem van deze levenshouding wordt gelegd in het gezin. De EO zond het levensverhaal uit van Moeder Theresa. Dienstbaar zijn had zij van huis uit meegekregen. Haar vader gaf moslims, die op zijn terrein veiligheid zochten, toegang tot zijn woonerf en daarom werd hij door tegenstanders vergiftigd. Zijn dochter werd gegrepen door een stervende man op straat, die aan zijn lot overgelaten en ging daarom werken in de krottenwijken. Haar dienstbaarheid werd niet altijd begrepen en zelfs tegengewerkt. Wonderlijk komen in haar leven verwijzingen naar verbondenheid met de Heer, die verrassend vaak uitkomst geeft. Zo werd haar leven een verwijzing naar het leven in God. Daarin is zij groot geworden. “Neen zeggen’ was geen gebruiken van macht, maar gehoor geven aan de innerlijke stem die weerstand bood aan elke bekoring tot macht. Zij consumeerde het geloof niet, maar door haar leven vanuit God was zij een instrument in Zijn hand. Dat is wat Jezus ons ook als boodschap wil doorgeven.

Zoeken in Preken Online