19de zondag B (2006)

B-cyclus · Tijd door het jaar · 19e zondag · groen

OPENINGSWOORD

Broeders en zusters, de oudere mensen onder ons, die nog de oorlog hebben meegemaakt, weten misschien wel wat het is om echte honger te hebben. Dat blijft je nog meer bij dan de afschuwelijke beelden van hongerende mensen, die wij af en toe op t.v. te zien krijgen. Brood is onmisbaar voor ieder mens op aarde, ongeacht zijn ras, godsdienst of politieke overtuiging.
Jezus Christus wil graag, dat wij honger hebben naar Hem, dat wij naar Hem verlangen, omdat wij Hem nodig hebben voor ons dagelijkse leven en vooral voor ons eeuwig geluk. Wat is dat voor ons, rijke westerlingen, moeilijk. Wij hebben toch immers alles wat ons hartje begeert.
Moge door de verdiensten van Jezus Christus bij vele mensen een honger naar God ontstaan, opdat zij gaan leven van zijn leven, opdat zij leven van zijn liefde, opdat de wereld mag worden het paradijs dat God ooit geschapen heeft.\

OPENINGSGEBED

God, Vader in de hemel, Gij hebt uw Zoon in deze wereld gezonden als levend brood voor ons bestaan. Wij vragen U: vermeerder ons geloof en onze toewijding; dat wij Hem erkennen als gids en leidsman die met ons gaat, en die ons voedt en sterkt op onze weg naar U. Hij die met U leeft en heerst … . Amen.\

PREEK

Broeders en zusters, de medische wetenschap heeft de laatste tientallen jaren geweldige vooruitgang geboekt. Allerlei ziektes zijn overwonnen of er zijn goede medicijnen voor. Maar een medicijn tegen de dood is nog niet gevonden en dat zal natuurlijk ook nooit worden gevonden.
Mensen willen echter verder leven, langer en steeds gezonder. Je kunt weleens iets horen over medicijnen die je jonger, krachtiger zouden maken en langer zouden doen leven, en toch … de dood zit ons in het bloed. Op de dag dat wij worden geboren, weet God al wanneer onze laatste dag zal aanbreken. Ons leven is als een kaars, die eenmaal aangestoken, verder en verder brandt, totdat de vlam, na wat laatste vlakkeringen, weer uitdooft.
Eigenlijk is iedere mens een mysterie. Van de ene kant zijn wij geboren om te sterven, maar van de andere dragen wij ook de kiem van het eeuwige leven in ons. Wat wij zien en om ons heen ervaren, is een vergankelijk leven, wat wij geloven en hopen, is de kiem van het alsmaar groeiende eeuwige leven, dat van boven komt door de kracht van Gods heilige Geest, en dat eenmaal duidelijk aan het licht zal treden.
Voor die groei hebben wij goddelijke voedsel nodig. Wat het effect daarvan kan zijn, hoorden wij ook in de eerste lezing van vandaag. De profeet had een dag door de woestijn gereisd en was werkelijk helemaal op. Hij verlangde te sterven en legde zich neer onder een bremstruik. Maar een engel uit de hemel maakte hem tot twee keer toe wakker en gaf hem brood en water. En toen voelde hij zich zo sterk, dat hij veertig dagen en nachten liep tot hij de berg, de Horeb, bereikte, de berg waar Mozes de stenen platen met de Tien Geboden had gekregen. Elia was gesterkt door voedsel uit de hemel.
Het voedsel, dat wij uit de hemel krijgen is nòg veel sterker. Net als vorige week zegt Jezus ook vandaag weer:“Ik ben het brood des levens. Wie van dit brood eet, zal leven in eeuwigheid”. Daarom noemden de kerkvaders uit de eerste eeuwen de eucharistie ook wel “het geneesmiddel tot eeuwig leven”.
Wij ontvangen de eucharistie onder de gedaante van gewoon menselijk voedsel. Nu voltrekt er zich bij iedere maaltijd een veranderingsproces. De voedingsstoffen worden door het lichaam opgenomen en veranderen in het lichaam van hem, die ze eet. Ze worden in ons lichaam vlees en bloed van onszelf.
In de eucharistische maaltijd gebeurt eigenlijk het omgekeerde. Brood en wijn worden wel in ons opgenomen, maar onder de gedaanten van brood en wijn verandert de Heer ons in Hemzelf. Door de heilige communie krijgen wij deel aan het goddelijke leven van Jezus Christus, zodat wíj niet meer leven, maar Jezus Christus in ons. Zo wordt Hij de vervulling van onze levenslange droom naar onsterfelijkheid. Eigenlijk behoren wij, christenen, al een beetje bij de hemel, moet onze manier van leven een visitekaartje zijn voor God.
Deze woorden van Jezus zijn voor ons, mensen, feitelijk te groots, te diepzinnig. Wij mogen er daarom nog wel over praten met elkaar, maar wij zouden met niemand over dit onderwerp in discussie moeten gaan. Wij kunnen de woorden “Ik ben het brood des levens” alleen maar gelovig aannemen … omdat Jezus ze heeft uitgesproken. Hij heeft ons beloofd, dat Hij onze honger naar leven, liefde en geluk zal verzadigen. En dat doet Hij op deze wijze.
Het geheim van de eucharistie wordt ons tijdens de bereiding van de gaven iedere keer weer in herinnering gebracht als de priester enkele druppels water toevoegt aan de wijn met de woorden “Water en wijn worden één, Gij deelt ons mens zijn en neemt ons op in uw goddelijk leven”. Wij, het water, worden opgenomen in het goddelijke leven, de wijn. Zo vindt ons leven zijn voltooiing in het goddelijke leven. Iedere dag opnieuw ontvangt de Kerk, de Kerkgemeenschap, nieuw, goddelijk leven uit handen van Christus en daarom zal zij blijven voortbestaan tot op het einde der tijden.
De joden mopperden en vroegen zich af: “Hoe kan Hij ons zijn vlees te eten geven?” Zij konden er met hun verstand niet bij, net als wij, maar … laten wij geloven, dat wie dit brood eet, met eerbied en aandacht, dat die eeuwig leven ontvangt. De eucharistie is een wonder van goddelijke liefde, waaraan wij ons alleen maar kunnen toevertrouwen. De eucharistie is geen kwestie van verstand, maar van liefde. Wat bij ons, mensen, niet mogelijk is, is bij God wel mogelijk. Geloven wij, dan zullen wij eeuwig leven.

Zoeken in Preken Online