Tijdens de Tour de France gebeurt het wel eens dat de dagrit verrassend gewonnen wordt door een renner die tot dan toe niet verder kwam dan een verdienstelijke functie in het peloton. Maar net die dag was hij jarig en de voorafgaande gelukwensen gaven hem een extra stoot adrenaline, energie die niet in een potje zit maar door het lichaam zelf wordt aangemaakt bijvoorbeeld door een impuls van buitenaf. Wat een felicitatie of een schouderklopje al niet kan doen!
In sommige beroepen of taken in het vrijwilligerswerk is een regelmatige stoot adrenaline onmisbaar. De hulpverlening is er zo een. Wie zich langere tijd voor anderen inspant stoot op tegenslagen: Goede ideeën worden door instanties genegeerd, onderuit gehaald of in een lade gestopt. Helpende handen worden zwart gemaakt door mensen die overal geldklopperij of duistere bedoelingen achter vermoeden. Je hulp komt te laat of de hulpbehoevende wil alles zelf oplossen. Het zijn even zo veel aanleidingen om het bijltje erbij neer te gooien, om zogezegd “je tijd nuttiger te besteden”. Maar dan is er die ene zieke die je een schouderklopje geeft, dat ene familielid dat weet te waarderen wat je voor moeder doet, die ene verpleegster die zegt dat ze het zonder jouw hulp niet aan zou kunnen. En vol goede moed ga je door en doet er nog een schepje bovenop, zoals die jarige wielrenner.
We vergeten het makkelijk: Bemoedigende woorden zijn niet alleen onmisbaar voor topprestaties in de sport, maar ook bij hulpverlening, bij onderwijs, bij het opvoeden van kinderen, in de relatie van een werkgever ten opzichte van een werknemer, vooral als iemand na een ziekteperiode zijn taak weer op zich neemt.
Iedereen die soms moet worstelen voor het goed vervullen van een taak, heeft de stimulans nodig die voor extra adrenaline zorgt. Dan zeg je weer: “Ik ga er voor”.
In de eerste lezing hoorden we dat Elia al te veel tegenslag heeft gehad om nog verder te kunnen. Hij gaat er bij zitten en denkt: “Ik stop ermee”. Het steeds opnieuw terecht wijzen van functionarissen en hoogwaardigheidsbekleders werd hem niet in dank afgenomen. Hij was het moe en had zich voorgenomen niet meer in actie te komen. Maar iemand uit zijn omgeving had het door, een familielid, een vriend, een kennis of zo maar iemand: Hier was ene bemoedigend woord nodig. Dat was zijn reddende engel! En Elia leefde op, hij had opeens meer energie dan hij ooit had gehad. Hij heeft zijn taak als profeet nog jaren vervuld.
Wie een dergelijke taak heeft- misschien zijn we dat zelf- mag laten weten af en toe zo’n adrenalinestoot nodig te hebben. Er zijn duidenden mensen die zich inzetten als hulpverlener of onbetaalde vrijwilliger. De toeschouwer - misschien zijn wij dat- hij mag wel wat meer oog hebben voor de waarde van dat werk en op het juiste moment een bemoedigend woord laten horen. Dan gebeurt het: ineens is er weer genoeg energie om door te gaan.