De ontmoediging van een profeet (2006)

B-cyclus · Tijd door het jaar · 19e zondag · groen

Toen ik dit klein icoontje kocht, zei de dame in de winkel: ”Ik heb dikwijls naar die afbeelding gekeken als ik mij in nood voelde. Ik moest dacht aan Elia, aan zijn roeping en de diepe verlatenheid waarin hij zich soms voelde. En het gaf mij kracht als ik zag hoe ook in de diepste ellende er altijd een teken komt om je voort te helpen. De raven brachten Elia brood en toen hij helemaal ontmoedigd zich neerlegde en dood wilde zijn bracht een engel hem water en brood. Hoe diep we ook kunnen wegzinken en hoe zwart de toekomst er ook uit kan zien, er is altijd een vluchtweg.”

Ik heb dat korte gesprek altijd onthouden en het icoontje aan de ingang van mijn kamer gehangen. Niet dat ik mij zo dikwijls depri voel, maar het toont een aspect van ons geloof dat zo wezenlijk is: God als de troostende hand.

Neerslachtigheid, radeloosheid, of het knagende, chronische gevoel van ontmoediging, omdat het leven ons niet heeft gegeven wat we verhoopten, omdat mensen ons verraden, omdat we overvraagd worden, omdat het leven is zoals in het paradijsverhaal wordt beschreven: leven op een weerbarstige aarde, kinderen in pijn ter wereld brengen en weer afstaan, leven in het perspectief van de dood. Er zijn zoveel aanleidingen die ons kunnen neer drukken. Het hoort echter niet meer tot onze cultuur om dat met elkaar te delen, zodat het wordt voorbehouden aan specialisten en we onze verbondenheid met elkaar verschralen.

Een tweede spijtige zaak is dat het geloof haar troostende functie heeft verloren. Mensen voelen zich beschaamd of te volwassen om hun hart bij God uit te storten, om Hem, zoals Job deed, tot getuigen te nemen van het lijden en het onrecht dat hen werd aangedaan. Akkoord: God kan een vastgelopen situatie niet zomaar omkeren, zoals een ander dat ook niet voor jou kan doen. Maar onderschatten we niet de waarde van het niet handelen, de kracht die uitgaat van een troostend, invoelend begrijpen? Het treft mij dikwijls in therapeutische gesprekken hoe we opgeslorpt zijn in een cultuur van actie en hoe weinig respect bestaat voor ons lichaam als dat centrum van wijsheid en van gevoel. Dus bestrijdt men lichamelijke of geestelijke pijn onmiddellijk met een ‘pijnstiller’. Maar situatie van uitzichtloosheid of van neerslachtigheid biedt ook een unieke kans om zowel mensen als God op een andere manier te leren kennen. Zoals je in die situatie soms van mensen verschiet (wie wel en wie niet om je begaan zijn), zo kun je ook van God verschieten en van Hem een nieuwe, troostende nabijheid ervaren, anders dan gelijk wie je kan bieden. Want God wil wonen in het diepste van onszelf. Hij wil nabij zijn op een andere, intensere manier dan een mens nabij kan zijn, daarom kunnen we in de diepte van onszelf een troost ervaren omdat God er zich wil geven als stille overmacht. Eckhart schrijft ergens: “Dat God met ons is in het lijden betekent dat God zelf met ons mee lijdt… God lijdt met de mensen mee, ja Hij lijdt op Zijn wijze eerder en onvergelijkelijk meer dan degene die lijdt, die om Zijnentwil lijdt.”

Betekent de naam Elia of ‘Eljahoe’ niet ‘God redt’? En werd aan hem niet zoals aan elk van ons het symbolische brood aangereikt om opnieuw de tocht aan te durven? God die als versterkend brood je weer op weg helpt hoe uitzichtloos het leven ook kan zijn. Of zoals Jezus zei: ‘Ik ben het brood dat uit de hemel neerdaalt.’

Zoeken in Preken Online