Negentiende Zondag door het jaar - B 11 augustus 2024
Evangelie: Johannes 6, 41-51
Wat zegt Mgr. Romero ons op deze zondag?
Mgr. Romero geeft aan zijn preek van vandaag de titel: ‘De Goddelijke Redder, voedsel voor het leven van de wereld’. Voor het samenstellen van onze Bouwstenen vertrekken we van twee citaten uit deze preek voor de Negentiende zondag door het jaar-B.
“Het belangrijkste wat ik graag zou willen dat u uit mijn prediking meeneemt, is het licht van het Evangelie, een licht waarmee u zelf aan de slag kunt gaan – om niet zozeer de feiten te verlichten die ik aanwijs, maar wel de concrete feiten van uw eigen persoonlijk leven, van uw gezin, uw werk, uw dagelijks wel en wee en dat van uw vrienden… Want daarom wordt er gepredikt, opdat elke christen die nadenkt over het Evangelie, vanuit zijn leven en met de criteria van Christus de werkelijkheden die hem omringen zou kunnen verlichten.”
In dit eerste citaat legt Aartsbisschop Romero uit wat de bedoeling is van zijn wekelijkse preken, en hoe hij verlangt dat zijn toehoorders die goed zouden verstaan. Hij hoopt en verwacht dat de mensen leren om zelf kritisch na te denken over hun eigen realiteit, onder het licht van het Evangelie. Het gaat dan niet zozeer over de onderscheiding die hij zelf aangebracht heeft aangaande de recente gebeurtenissen in het land – nee, het is veeleer een uitnodiging, en tegelijk ook een voorbeeld van die bestendige opdracht die wij als christen allemaal hebben om ons eigen leven en dat van onze omgeving te doorlichten met en te onderscheiden vanuit het Licht van Jezus.
Dat is uiteraard ook de bedoeling van de Bouwstenen en de Wekelijkse reflecties die we zelf week na week blijven samenstellen en doorsturen. Die teksten en bezinningen zijn uiteraard gekleurd door onze eigen ervaring (zowel in El Salvador als hier) en gevoed vanuit de weg van geloven in het Evangelie die we zelf proberen te gaan. En het is daarom dat ook wij onze reflecties delen – altijd vertrekkend van citaten uit de preken van Mgr. Romero en verhelderd onder het licht van zijn gedachten: opdat onze lezers zich op hun beurt zouden riskeren aan dat licht en het zouden laten schijnen op hun eigen realiteit, dichtbij of veraf. Mgr. Romero herinnert er ons aan dat dit hele proces van nadenken en reflecteren altijd in de eerste plaats moet gebeuren aan de hand van de criteria van het Evangelie, de criteria van Christus. En zo komen we aan bij het tweede citaat uit zijn preek van deze zondag:
“En dit is wat ik vandaag in een tweede gedachte wil zeggen. Het is niet ik die aan het woord ben, maar Christus, wanneer Hij vandaag in het Evangelie tot ons spreekt over een levensbeginsel dat vlees wordt. Wanneer Hij zegt: ‘Niemand heeft de Vader gezien behalve Hij die van God komt’, dan gaat het over Hem. En als Hij zegt, terwijl Hij spreekt over het manna dat de Joden als voedsel leerden kennen in de woestijn: ‘Zij die het manna aten, stierven opnieuw, maar wie het brood eet dat Ik zal geven, zal eeuwig leven, hij zal niet kunnen sterven’ – dan gaat het over Hem. Want wat is dat brood? ‘Het brood dat Ik zal geven is Mijn vlees voor het leven van de wereld’, zegt Hij. Dat is de grote openbaring: het gaat over het vlees, over de geïncarneerde God.”
Het woord ‘openbaring’ is voor mensen van vandaag dikwijls moeilijk te verstaan en haast totaal wereldvreemd geworden. Waar gaat het nu eigenlijk over? Hoe kunnen we iets weten over God en de goddelijke werkelijkheid? Of bedenken en dromen we dit allemaal zelf?
In de wereld van de godsdiensten is geloven in een God die Zich incarneert, Die ‘carne’ (het Spaanse woord voor ‘vlees’) wordt, een God Die mens wordt in onze geschiedenis, eigenlijk iets heel ongehoord. Maar wij christenen mogen ons er aan riskeren van te geloven dat in Jezus van Nazareth, Die al weldoende rondging en tenslotte vermoord werd, God zelf mens geworden is. Uiteraard is niemand verplicht om dat te geloven. Maar wanneer je je daar aan toevertrouwt, dan wordt dat zo menselijke leven van Jezus de levende (en dus door ons ervaarbare) presentie van de aanwezigheid van God in ons bestaan. Jezus noemt God niet voor niets Zijn en onze Vader. Hij zelf laat Gods liefde duidelijk zien in Zijn relatie met kwetsbare en gekwetste mensen, met mensen van allerlei slag en soort die snakken naar genezing en vergeving.
In een wereldgeschiedenis waar misbruik van mensen, slavernij, uitsluiting, vernedering, uitbuiting, uithongering, opsluiting, oorlog,… schering en inslag zijn, is het heel riskant van te geloven in de Kracht die uitbreekt vanuit die ‘weldoende Mens’, Die in een mensenleven laat zien Wie de Bron van alle Leven is. Hij is het Brood dat leven betekent voor de wereld. Zoals het graan gemalen wordt om brood te kunnen worden, zo werd ook Zijn leven ‘gemalen’ (haast letterlijk: kapot geplet). Durven wij nog het risico lopen van te geloven dat ook op het kruis van Jezus (en dus ook op alle kruisen die in de geschiedenis staan, ook die van vandaag) God, Bron van Leven, afwezig-aanwezig was en is, en van daaruit alles ten goede zal keren? Van die weldoende gekruisigde Mens Jezus van Nazareth wordt al 2000 jaren getuigd dat God Hem heeft doen verrijzen, dat Hij leeft, en dat Hij ons voorgaat op de weg van kruis en dood naar leven.
Welnu, mensen die zich werkelijk aan dat geloof riskeren, gaan op een andere manier leven. En – misschien met vallen en opstaan – beginnen ze na enige tijd zelf ook ‘al weldoende rond te gaan’ en hun leven in dienst te stellen van ‘gekwetste en kwetsbare’ mensen. Daarbij zullen ze ook de wegen kruisen van anderen die niet geloven of anders geloven. Ik meen dat het Gandhi is die gezegd heeft dat hij gefascineerd was door het Evangelie, maar dat hij totaal ontgoocheld was over het leven van de christenen, zij die zeggen in Jezus te geloven. Het is zo dikwijls gebeurd, en het gebeurt nog, dat bijvoorbeeld de eucharistische maaltijd totaal geïsoleerd staat van het ‘al weldoende rondgaan’ en van het strijden om Gods Rijk van gerechtigheid te helpen realiseren. Door te doen wat Jezus die laatste avond gedaan heeft met tekens en gebaren, in een sterke concentratie van heel zijn leven: brood breken, wijn schenken en voeten wassen in uiterste dienstbaarheid, en door te beseffen dat Hij Zichzelf daarin telkens weer helemaal geeft opdat wij ‘Zijn lichaam en Zijn bloed’ zouden worden, engageren we ons telkens weer op die weg. Het zijn sterke symbolen die alleen maar kunnen verstaan worden in het zelf gaan van Zijn weg. Het kruis zal daarbij nooit veraf staan. Durven we er ons aan riskeren van te geloven dat wie dát Brood eet, dat wil zeggen, wie zich voedt met Zijn leven, zichzelf ook ten dienste moet stellen van Gods Rijk? Dat betekent zondermeer dat ons leven ook transparant moet worden naar Zijn leven. Heel waarschijnlijk zullen maar enkelen van ons daar in hoge mate in slagen. Maar ieder die gelooft en van dát Brood eet, kan niet anders dan zijn leven breken en delen, en zichzelf op verschillende manieren geven opdat andere mensen zouden leven. Iedere christen heeft voldoende ‘gaven’ en capaciteiten ontvangen om zijn / haar weg te vinden ten einde dat echt waar te maken. En overal waar dat gebeurt, daar is ‘Kerk’, daar is gemeenschap die door Hem is samengeroepen. Waar dat niet gebeurt, ook al is er verder veel religieuze traditie en devotie aanwezig – daar is ‘Kerk’ ver te zoeken.
Suggestie van vragen voor bezinning en actie, persoonlijk en in onze gemeenschappen:
Welke inspanningen doe ik om mijn persoonlijk leven, om de samenleving rondom mij en onze actuele geschiedenis te onderscheiden onder het Licht van Mgr. Romero en aan de hand van de criteria van het Evangelie? Hoe kan een gemeenschap ons daar in bijstaan?
Op welke manier ervaren en beleven we de wederzijdse stimulans (de beïnvloeding, over en weer…) tussen ons deelnemen aan de eucharistische maaltijd en ons engagement om al weldoende rond te gaan en te strijden voor gerechtigheid?
Waarom durf ik me vandaag te riskeren aan dat geloof in Jezus Die ‘brood’ is – dat wil zeggen: ‘leven’ voor de wereld? Wat betekent dat concreet voor de dagelijkse keuzes die ik maak?
Ludo Van de Velde
Ludo Van de Velde (1949), afkomstig uit Oelegem, leefde en werkte sinds 1977 in Centraal- Amerika. Hij was gedurende 9 jaren fidei donumpriester in Guatemala, El Salvador en Nicaragua. Hij is gehuwd en vader van twee dochters. Wonend in El Salvador was hij gedurende 25 jaren eerst ngo-coöperant en nadien regiocoördinator van Volens. Dank zij de diepe inspiratie van Mgr. Romero en de roep van arme mensen in kerkelijke basisgemeenschappen aan de rand van San Salvador, kon hij, samen met zijn vrouw Tere, de laatste 10 jaren met hen weer verder optrekken. Zo werd hij opnieuw wie hij altijd geweest was: priester in dienst van de armen en in dienst van het Evangelie. Sinds eind februari 2021 wonen ze in Brugge, dicht bij hun (klein-) kinderen, op zoek naar nieuwe uitdagingen.
Wekelijkse reflectie onder het licht van Romero - nr. 21. Negentiende zondag door het jaar-B – 11 augustus 2024.
De manier waarop de Kerk de protestbewegingen van de huidige tijd begrijpt.
“Toen Paus Paulus VI het had over het feit dat de Kerk de protestbewegingen van de huidige tijd begrijpt, wilde hij daarmee ook zeggen dat de Kerk er voor moest zorgen dat er bevrijdende mensen zouden zijn voor deze tijd van de Kerk en van de geschiedenis. En wie zijn dan die bevrijdende mensen? De Paus zei: het zijn degenen die de Kerk bewapent met een grote verlichting van het geloof, met een grote inspiratie van liefde en met een zeer voorzichtige maar tegelijk toch zeer effectieve kennis en toepassing van de sociale leer. Zo is het dus: als er in El Salvador christenen zijn die zich werkelijk laten verlichten door het geloof en de liefde voor Christus, en die goed op de hoogte zijn van de sociale leer van de Kerk, dan zullen we te midden van allerlei politieke groeperingen de aanwezigheid realiseren van een Kerk onder leiding van jullie, de leken. Want jullie, de leken, moeten de heiligen van de wereld zijn, de politieke heiligen, de economische heiligen, de professionele heiligen. En jullie zullen dat alleen maar zijn in de mate dat jullie beroep en jullie politieke actie verlicht worden door de Christus die het leven van God is, dat geïncarneerd wordt in de mens.”
In El Salvador werd enkele dagen eerder (op 6 augustus) de nationale feestdag van de patroonheilige ‘El Salvador del Mundo’ gevierd, met daarmee gepaard gaande de traditionele processies, de missen, en de officiële toespraken,… Ter gelegenheid van die jaarlijkse feestdag maakte Mgr. Romero zijn pastorale brieven bekend die zoveel impact hebben gehad. Voor de meeste Salvadoranen is die periode echter meer een tijd van vakantie en rust. De betekenis van de religieuze vieringen bij die nationale (betaalde) verlofdag verdwijnt steeds meer.
In het citaat uit zijn preek van zondag 12 augustus 1979, waar we hier commentaar bij geven, doet de Aartsbisschop een krachtige oproep aan lekengelovigen om hun volledige verantwoordelijkheid op te nemen in het proces dat moet leiden naar de transformatie van de samenleving, en hij stelt hen voor de uitdaging om werkelijk “… de heiligen van de wereld, de politieke heiligen, de economische heiligen, de professionele heiligen” te zijn. Hij vraagt dus om heilige arbeiders, heilige boeren, heiligen uit de coöperaties, vakbondsheiligen, enz. En hij maakt ook duidelijk wat de voorwaarde is om die heiligheid te kunnen bereiken: “… Als er in El Salvador christenen zijn die zich werkelijk laten verlichten door het geloof en de liefde voor Christus, en die goed op de hoogte zijn van de sociale leer van de Kerk.” Hij bekommert zich dus om die noodzakelijke en voortdurende verlichting door het geloof en de liefde van Christus, alsook om de volledige kennis en het deskundig begrip van de sociale leer van de Kerk.
In El Salvador is het een trieste realiteit dat het christendom voor sommigen alleen nog een culturele uiting is geworden; voor anderen een traditie die niet meer wordt begrepen maar waar wel wordt aan vastgehouden, en voor nog anderen iets wat totaal onbeduidend en irrelevant geworden is voor wat hun eigen belangen betreft… En slechts voor een minderheid is het een voortdurende oproep tot bekering en het volgen van Jezus. De waarheid van deze reflectie wordt ten volle onthuld wanneer men de economische, sociale, politieke en culturele realiteit van het land observeert zoals de meerderheid van de Salvadoranen die ervaart. De Vredesakkoorden aan het einde van de oorlog (1992) openden een ruimte van herademen en van hopen op de toekomst, maar de wortels van het onrecht (economisch, sociaal, politiek, juridisch, enz.) werden daarmee niet ten gronde uitgeroeid. Integendeel, het sociale geweld (moorden, ontheemding, migratie, verdwijningen, afpersingen,…) bleef gedurende meer dan 30 jaar toenemen en het laat tot op vandaag nog steeds sporen achter van grote pijn en veel ellende.
Terugkomend op het bovenstaande citaat uit de preek van Mgr. Romero moeten we zeggen: zou het niet zo zijn dat de oorzaak van deze stagnatie juist gelegen is in het feit dat de overgrote meerderheid van de christelijke gelovigen zich niet door Jezus laat verlichten, en dat ze de sociale leer van de Kerk niet eens meer kennen? Hoeveel christenen lezen of bestuderen de documenten van de Paus, en de pastorale brieven van hun bisschoppen of priesters? In welke mate en hoeveel keren hebben ze wat daar in staat ook al in de praktijk gebracht? In het zakenleven is het duidelijk dat de markt en de bezorgdheid om meer winst te behalen steeds meer de overhand krijgen op het zoeken naar gerechtigheid. In de politiek lijkt het erop dat de partij en de macht van de partij belangrijker zijn dan de echte strijd om onrechtvaardige wetten af te schaffen en de achterpoortjes van veel wetten te sluiten. Tot op heden is er ook nog geen sprake van een volksbeweging die denkt en strijdt vanuit een echt bevrijdend geweten. En de vraag blijft: wat hebben wij christenen nodig om werkelijk licht, zout en gist te zijn in die volksorganisaties? Het lijkt ons in elk geval belangrijk dat we ons niet de les laten spellen of ons laten opslorpen door de dominante ideologie die door regeringen wordt beheerd. Het ‘licht van het Evangelie’ zal altijd een nieuw licht werpen op de werkelijkheid, en nieuwe wegen tonen die we kunnen volgen.
Dom Hélder Camara uit Brazilië had het over ‘de Abrahamitische minderheden’ – dat zijn minderheden die de moed hebben om nieuwe stappen te zetten, om bestaande plannen te doorbreken, om een nieuwe toekomst te zoeken voor iedereen door het uitzichtloze verleden op het spel te zetten, net zoals ooit de Bijbelse figuur Abraham dat heeft gedaan, hij die later ‘De vader van het geloof’ werd genoemd. Zelfs als minderheden kunnen we een fundamentele bijdrage leveren aan de transformatie van de samenleving, wanneer we ons door Jezus laten verlichten en op voorwaarde dat we de evangelische oproep om Jezus dag na dag te volgen durven te kennen en na te leven. Begin dus maar met broederlijk te leven in een ondersteunende gemeenschap; besteed tijd en moeite aan kritische reflectie over de gebeurtenissen in het licht van het Evangelie en van Mgr. Romero; straal een andere manier van leven en van toewijding aan anderen uit,… Dit zijn nieuwe stappen die we kunnen zetten. Een beetje zout kan smaak toevoegen aan het hele voedsel. Een beetje licht begint de duisternis al wat te doen opklaren. We hoeven niet bang te zijn.
Tere en Ludo Van de Velde
Voor wie Spaans begrijpt: we delen graag ook nog een andere reflectie op basis van enkele citaten uit dezelfde homilie van Mgr. Romero, uitgesproken op de Negentiende zondag door het jaar-B, 12 augustus 1979, met een overdenking erbij van mijn eigen hand (2015), later opgenomen op de St. Matthew’s Radio van de Anglicaanse Kerk in de VS:
234 Absolutización de la riqueza:
Deze reflectie was oorspronkelijk geschreven voor zondag 8 augustus 2021, en werd nu herzien voor de Negentiende zondag door het jaar-B, 11 augustus 2024. Voor deze overdenking hebben wij een citaat genomen uit de homilie van Monseigneur Romero tijdens de eucharistieviering op de Negentiende zondag door het jaar-B, 12 augustus 1979. Homilías, Monseñor Oscar A Romero, Tomo V, Ciclo B, UCA editores, San Salvador, p. 216.