- Wellicht roept de lezing ook bij u verre herinneringen op aan de Mechelse catechismus en het opdreunen van de tien geboden in het derde leerjaar. Jaren diende dit als een soort checklist om individuele tekortkomingen op het spoor te komen die stof leverden voor de individuele biecht. God was dan de toekijkende, beoordelende en bestraffende God.
Tegenover die beklemmende tien geboden (overigens meer verboden), is er sprake van bevrijdende woorden om het samenleven van mensen mogelijk te maken en te houden.
Tegenover het elk voor zich en de verdeeldheid tussen de stammen brengt Mozes een beweging op gang van samenhorigheid. Hij legt de grondbeginselen voor een menswaardige samenleving. Hij maakt van een massa een volk, van een meute een gemeenschap. De tien woorden beschermen de kwetsbare domeinen van een samenleving: leven, bezit, seksualiteit, taal en waarheid.
Het gaat wel degelijk om bevrijding uit de chaos.
Het is niet langer de wet van de sterkste die heerst, niet langer de eindeloze spiraal van wraak of het volksgerecht die zegevieren.
- De tien woorden van de Sinaï maken deel uit van de thora, heel de wetgeving en de vele regels en voorschriften die Mozes heeft uitgevaardigd. Voor de Joden is dit de kern van de bijbel en ook voor de huidige conservatieve Joden vormt de thora de grondslag voor het burgerlijke recht. Voor elke vorm van samenleving is het onontbeerlijk om leefregels uit te denken en toe te passen. Op wereldvlak zijn om die reden de mensenrechten tot stand gekomen. Deze kwamen er op basis van overleg, onderhandeling en overeenkomst: een ‘contrat social’. Het gaat om mensenwerk dat dan ook door sommigen als niet afdwingbaar worden beschouwd, getuige de discussie met o.m. de moslims over bepaalde grondrechten.
De vraagstelling wat de ultieme verantwoording is van normen kwam onlangs aan de orde in de discussie over de Europese grondwet. Sommigen vonden dat er moest verwezen worden naar God en de Joods-christelijke traditie, terwijl onder druk van de laïcité elke mythische grondslag werd geweerd.
Ten tijde van Mozes was het evident dat wat het individu oversteeg aan God werd toegeschreven.
- Bij het begin van de viering had ik het over het gevoel van normloosheid in brede delen van de samenleving. Ik heb het niet zozeer over individuele wandaden – die zijn van alle tijden – maar over een dominante cultuur, die afbreuk doet aan de fundamentele waarden die vervat zijn in de tien geboden. Het systematisch negeren van deze waarden ondermijnt het samenleven tussen mensen.
Uit de recente actualiteit geef ik een aantal voorbeelden van wat ik hieronder versta.
Heel de opwinding over de karikaturen van Allah heeft mij doen nadenken over mijn/onze onverschilligheid lankmoedigheid bij de vele en soms totaal smakeloze spotprenten van Jezus die wij zeggen lief te hebben.
Over de uitbreiding van de koopzondagen is er bij mijn weten geen brede maatschappelijke discussie gevoerd (de Belgische bisschoppen hebben wel gereageerd). Het winkelen op zondag is overigens voor heel veel mensen een evidentie, net zoals thuis werken voor hogere kaders en intellectuelen…
De kopstoot van Zinedine Zidane tijdens de finale van de voetbalbeker heeft mij als voetballiefhebber erg geschokt. Niet alleen omwille van deze ongecontroleerde daad van geweld, maar meer nog toen ik nadien vernam dat het klaarblijkelijke gemeengoed is tussen de spelers om elkaar te jennen door schunnigheden over hun moeder uit te spuwen. Dit is overigens ook het geval bij rappers. Daarenboven presteerde Zidane het om te zeggen (en de Franse president deed niets anders)dat hij zijn excuses aanbood maar geen spijt had. Intussen is er van die kopstoot een clip gemaakt en een computerspel om zoveel mogelijk kopstoten uit te delen.
Erg vind ik uiteraard de banalisering van het sterven van mensen: we worden afgestompt door dagelijks geconfronteerd te worden met slachtoffers van allerhande geweld. Mijn hart gaat evenwel hevig te keer wanneer bij de dood van een inbreker in Maasmechelen een omwonende die lijkt te vergoelijken door te wijzen op het trauma van de inbraken…
Trouw in relaties wordt totaal onderuit gehaald door media die spelprogramma’s ontwerpen die erin bestaan mekaars partners afhandig te maken of door stompzinnige dating-programma’s.
Kinderen worden schaamteloos misbruikt niet enkel in de handel van kinderporno, maar ook door hen commercieel uit te buiten door hen als kleien volwassenen te beschouwen zoals laatst die verkoper van kinderfitnesstoestellen doodleuk wist te vertellen. Overigens vind ik ook dat de verwenning van kinderen door ouders en grootouders omdat ze geen drager van verbod durven/willen in strijd is met het gebod om kinderen te eerbiedigen.
De moord op Joe VAN HOLSBEEK is niet enkel een brutale roofmoord maar heeft –opnieuw – de aandacht gevestigd op een wijdverbreid fenomeen in veel scholen: wat je niet hebt pers je af van anderen.
Het lijkt alsof de profetie in De broers Karamazov van DOSTOJEVSKI bewaarheid wordt : “Er komen nieuwe tijden waarin alles geoorloofd is. Goed is wat voor mij goed is”. De mens – de individuele mens neemt zichzelf als norm en laat zich door niemand gezeggen.
- Hebben de bevrijdende woorden van de Sinaï dan geen betekenis voor de huidige samenleving en wat is de rol van de christelijke gemeenschap hierbij in de wetenschap dat deze minoritair is?
Eerst en vooral denk ik dat wij in aandacht moeten blijven besteden aan de functie van de wet in de samenleving en die moeten toetsen aan de nieuwe vragen die zich stellen.
Wat betekent de oproep inzake de bescherming van het leven bij de uitvoering van de euthanasiewet of wat te denken over de komende regelgeving i.v.m. het gebruik van menselijke embryo’s…We zouden als gemeenschap hier samen kunnen over nadenken.
Ten tweede houden de woorden een uitdaging in voor al wie zich engageert in organisaties en instellingen die zich christelijk noemen. Hoe kunnen die woorden bevrijdend werken en bijdragen tot meer samenhorigheid? Tot bescherming van elkeen.
Voor de beïnvloeding van de ruimere samenleving citeer ik een schuldbelijdenis die Dietrich BONHOEFFER formuleert namens de kerk:
“De kerk belijdt de naam van Jezus Christus te hebben misbruikt, omdat ze zich tegenover de wereld voor hem geschaamd heeft en niet krachtig genoeg geweerd heeft tegen het misbruik van deze naam voor slechte doeleinden: ze heeft werkeloos toegezien, hoe onder de dekmantel van de naam van Christus geweld en onrecht werd bedreven.
De kerk belijdt schuldig te zijn aan het verloren gaan van de zondag, aan de uitholling van haar eredienst, aan de verachting voor de zondag als de dag van rust. Zij draagt schuld aan de gejaagdheid en onrust van deze tijd, omdat haar prediking van Jezus Christus zwak en haar eredienst mat was.
De kerk belijdt schuldig te zijn aan de ineenstorting van het ouderlijk gezag. De kerk is niet opgetreden tegen de verachting voor de ouderen en de verafgoding van de jeugd uit angst de jeugd en daarmee de toekomst te verliezen, alsof de jeugd haar toekomst zou zijn. Daarom is zij schuldig aan de verwoesting van talloze gezinnen, aan het verraad van kinderen aan hun vader en aan de zelfvergoddelijking van de jeugd.”
Deze citaten geven weer van wat we ook met onze gemeenschap (opnieuw) meer zouden kunnen doen.