Het wonder van de broden (2009)

B-cyclus · Tijd door het jaar · 17e zondag · groen

Er was een massa volk - men spreekt van vijfduizend -
met Jezus meegetrokken. Het werd avond en ze kregen honger.

“Stuur ze naar huis” zeiden zijn vrienden.
Laat ze werken voor hun brood en zorgen voor zichzelf.

Geven jullie hen te eten" zei Hij, “ze hebben honger.”
Niemand dacht hen te eten te kunnen geven.
Behalve een kleine jongen die vijf broden en twee vissen bij zich had.
“Hier, je mag ze hebben…”

De vrienden keken wat meewarig:
vijf broden en twee vissen, wat is dat voor zo’n massa?
Een druppel op een hete plaat.
Hij nam het brood en de vis en dankte.

Hij dankte om de jongen,
om die eerste druppel die dan toch maar op de hete plaat was gevallen.
Hij zegende het brood,
en gaf het daarmee zijn diepste bestemming:
in de wereld van God is er brood om gedeeld te zijn.
Mensen ook.

Daarna reikte Hij brood en vis aan zijn vrienden.
“Hier”, zei Hij, “deel maar”.
Ze deelden.
Allemaal.
Er was meer dan genoeg.
Als men deelt, is er altijd genoeg.
Toen ze goed gegeten hadden, wilden ze zich van Hem meester maken.

“Die geeft brood” zeiden ze, “die moet onze koning worden”.
Nog altijd worden zij tot heersers uitgekozen die aan het volk profijt en brood en spelen beloven.
Maar Hij trok zich terug.
Dat was zijn keuze niet.
“Jij begrijpt er niets van” zei Hij.
Het gaat niet om dat brood.
Op basis van het hebben wordt geen toekomst meer gemaakt.
Alleen als je deelt wat je hebt en wat je bent, maak je Gods toekomst mee.
“Ik bén levend Brood” zei Hij.
“En jullie?”
Ze snapten het niet.
Ook nu nog niet.

Zoeken in Preken Online