* De voorgelezen evangelietekst (Joh 6,1-15) begint met de melding dat een grote menigte Jezus volgde omdat zij zijn ‘tekens’ zagen: vele zieken werden onder zijn hand genezen. De tekst eindigt met ‘hét teken’ van het broodwonder, dat hen ontvlamt in een onblusbaar enthousiasme. Ze willen Hem nu uitroepen tot dé profeet en dé Koning-Messias waar het volk al eeuwen van droomde.
1. Johannes noemt Jezus’ wonderen in zijn evangelie ‘tekenen'.
- De term ‘teken’ (Hebr. ‘ot’; Gr. ‘Sèmeion’) heeft voor Hebreeuwse oren een bijzondere betekenis; het gaat om een symbolisch gebaar, waarvan de inhoud al werkelijkheid aan het worden is. De vervulling begint al te lopen. Mirakelen kunnen wetenschappelijk onverklaarbare gebeurtenissen zijn zoals wonderbare genezingen. Maar tekenen zijn wonderen of daden die de ogen openen op een dieper geheim. Zo was het Canawonder veel meer dan een noodoplossing voor het gebrek aan wijn op een bruiloft. Met dit gebaar ontrolde Jezus het doek voor de inhoud van zijn zending: zijn zending was de wijziging van water in wijn, de overstap van het enge Joodse legalisme (de 6 rituele waterkruiken) naar de volheid van het Leven dat God ons in overvloed wil schenken (in het teken van de wijn, aansluitend bij de parabel dat nieuwe wijn in oude zakken niet kan: Mc 2,22).\
- Johannes vindt geen feiten uit in dienst van deze symbolen; maar hij gebruikt gebeurtenissen die hij uitdiept. Hij boort telkens naar de diepere betekenis die schuil gaat in het gebeuren. Dit geldt eveneens voor dit wonder van de broodvermenigvuldiging. Dit fenomeen moet wel indruk gemaakt hebben in de oudste catechese. Het komt voor bij alle evangelisten, en bij Matteüs en Marcus zelfs in het dubbel. Bemerk de details die Johannes vermeldt: “Het was kort voor Pasen”. Men moest terugdenken aan het Joodse Paasfeest, de herdenking van de uittocht uit Egypte, waarin Israël met manna was gevoed. Het groenende gras in de zoom van de dorre stenen doet al denken aan het nieuwe leven dat komt. Het brood wordt zoals de wijn in Cana in overdaad gegeven. Twaalf korven overtollige porties (Gr. perisseusanta klasmata), meer dan twaalf korven broodafval, werden ingezameld.Twaalf is niet alleen het getal van Israëls stammen of van de apostelen, maar het getal van de volheid. Het gegeven brood verzadigt, vervult de aanwezige massa, en zal alle komende geslachten verzadigen. Zoals de overvloedige wijn van Cana, zo is ook dit mateloos gegeven brood voor iedereen en voor elke tijd. Het brood van de Messias is voedsel voor immer. Dit teken overtrof overweldigend het mannawonder en dit van Elisa (2 Kon 4,42-44; eerste lezing).
2. Doch het volk vatte het ‘teken’ niet. Het teken verwees naar Jezus zelf voor ons gegeven.
- Het volk was na de fysieke ziekengenezingen voldaan met de massale lichamelijke voeding. Ze zagen zijn teken en hiermee was Jezus de Messias naar hun smaak. Ze wilden Hem op staande voet tot broodkoning kronen. Doch Jezus vluchtte in het gebergte om te bidden bij de Vader alleen. De volgende dag zal Hij in Kafarnaüm de diepere uitleg geven van dit teken, maar hun ook het verwijt maken: “Niet omdat ge tekenen hebt gezien, zoekt ge Mij, maar omdat gij van de broden hebt gegeten tot uw honger was gestild…” (Joh 6,26). Dit werd een keerpunt. Voortaan zal Jezus bij Johannes in plaats van over ‘tekenen’ te spreken, het woord ‘werken’ gebruiken. En in plaats van naar het verkeerd begrepen beeld van de Messias zal Hij nu naar de Mensenzoon verwijzen. Daardoor laat Hij verstaan dat in de wonderen die Hij verricht de Vader zelf reeds zijn heilswerk vervult. Jezus “doet wat Hij de Vader ziet doen” (Joh 5,19). Vandaar zijn later dispuut op het tempelwijdingfeest na de vrijspraak van de overspelige en de genezing van de blindgeborene: “De werken die Ik in de naam van mijn Vader doe, leggen getuigenis over Mij af… Ik heb voor u veel goede werken verricht die uit de Vader voortkomen; om welke werken wilt ge Mij stenigen ?… Als ik de werken van mijn Vader niet doe, behoeft gij Mij niet te geloven, maar als Ik ze wel doe geloof dan die werken… Dan zult ge inzien en erkennen dat de Vader in Mij is, en Ik in de Vader ben..” (Joh 10, 25.32.37-38). Zijn werken openbaarden direct de Vader in Hem. Het gaat om werken op Gods niveau. Jezus is meer dan profeet, geen Messias naar aards model, wel de Mensenzoon, de Zoon uit de hemel neergedaald. Zijn werken waren de laatste en duidelijkste tekens over Hemzelf.\
- In de loop van 20 eeuwen kerkgeschiedenis heeft de Kerk in Europa zoals in de missiegebieden onder diverse vormen enorm bijgedragen aan armen- en ziekenzorg, aan voeding en opvoeding. Langs die deuren kwam ook de verkondiging binnen van Jezus Christus, die op een hoger plan onze redder is. Gaandeweg werden deze sociale en culturele functies steeds meer overgenomen door de burgerlijke instanties. De Kerk lijkt bij velen nog goed voor zover ze een dienstenkerk is op sociaal niveau. Ook onze tijdgenoten blijken de diepte achter deze ‘tekenen’ niet te erkennen. We ervaren hetzelfde onbegrip, hetzelfde ongeloof. Het wonder van de broodvermenigvuldiging was meer dan een sociaal gebeuren, meer dan een economische dienstverlening. Dat teken liet blijken wie Jezus in feite was. Het was tevens een voorspel op de komende gave van de Eucharistie. En deze Heilige Eucharistie is de meest intense aanwezigheid van de Verrezen Heer onder ons, het voor velen onbegrepen hart van de Kerk, de belofte en de stuwkracht van haar komende herleving.