Delen wat je niet bezit (2006)

B-cyclus · Tijd door het jaar · 17e zondag · groen

Bestaat dat? Die vraag komt op bij allebei de lezingen van vandaag - twee profetische verhalen over hoe God voorziet in de noden van mensen. In zowel het verhaal over de profeet Elisa als het verhaal over Jezus Christus voltrekt zich een wonder. Een gang van zaken die natuurlijk en vanzelfsprekend lijkt wordt in beide verhalen doorbroken. Uit schaarste wordt overvloed, doordat de hoofdrolspelers - Elisa en Jezus - opdracht geven om te beginnen met delen. En zowel Elisa als Jezus staan oorspronkelijk alleen in hun vertrouwen dat God op deze wijze zal voorzien in de noden van mensen. Zelfs hun volgelingen zijn kleingelovig en beginnen een discussie over de haalbaarheid van dit voorstel. Maar zowel Elisa als Jezus blijven vertrouwen en zetten door - en precies daardoor keert in beide verhalen de situatie ten goede.

Delen wat je niet bezit, bestaat dat? Laten we ons eens het alternatief voorstellen - dat is niet zo moeilijk. Want wie wil delen moet volgens onze samenleving eerst in zijn eigen behoefte kunnen voorzien. Als je dan eindelijk voldoende bezit hebt opgebouwd kun je beginnen met delen; delen van wat je te veel hebt, wel te verstaan. Wanneer hebben we dan te veel? Tja, dat is subjectief, zeggen we dan; daar kun je nauwelijks algemene uitspraken over doen. Maar zeker is volgens onze samenleving wel dat je een nieuw soort zorgverzekering nodig hebt omdat je niet meer kunt uitgaan van solidariteit tussen zieken en gezonden en tussen rijken en armen in ons zorgstelsel. En zeker is volgens onze samenleving ook dat je een extra individuele pensioenvoorziening nodig hebt, omdat je niet meer uit kunt gaan van solidariteit tussen werkenden en niet werkenden; en het is ook zeker dat je flink moet doorsparen, omdat je bezit in tijden van economische recessie aardig kan slinken. Zelfs als je aandelen hebt kan je bezit heel wat lijken, maar als de markt instort heb je het nakijken. De boodschap is duidelijk: we moeten eerst aan ons zelf denken - verantwoordelijkheid voor ons zelf nemen, heet dat in het hedendaagse politieke jargon- en dus moeten we verder sparen - om ons in te dekken tegen de onzekere en onveilige toekomst.
De boodschap die van deze mentaliteit in onze samenleving uitgaat is: zorg eerst voor je zelf, dan ben je later misschien in staat om voor jezelf te zorgen als anderen dat niet meer doen, en als er dan nog wat over blijft kun je nog voor andere mensen gaan zorgen.
Maar die weg loopt dood. Want naarmate onze behoeften meer verzadigd zijn komen er nieuwe bij - is het niet door onze innerlijke behoefte, dan toch door de economie die het nodig heeft steeds nieuwe behoeften te scheppen waarin wij consument moeten voorzien willen wij een maatschappelijk aanvaardbaar bestaan leiden. Want zonder permanente economische groei kan de economie niet, en dus schept zij voortdurend nieuwe behoeften.
Maar - zegt het evangelie - wie eerst wil zorgen voor zijn eigen bestaanszekerheid voordat hij voor een ander zorgt , slaat een doodlopende weg in. Een weg namelijk zonder einde. Want er is geen eindpunt waarop onze behoeften verzadigd zijn; er is geen ‘economie van het genoeg’ en dus leidt deze praktijk ertoe dat de rijken steeds rijker worden en de armen steeds talrijker en armer.
Delen wat je niet bezit, bestaat dat? Eigenlijk is de vraag vreemd. Want blijkbaar is het ook vandaag nog een wonder als mensen eenvoudigweg beginnen te delen wat ze hebben, ook al is het schaars. Het wordt in ons land steeds uitzonderlijker om van solidariteit buiten de eigen kring en zelfs buiten jezelf als individu uit te gaan. In die zin zorgen we er met elkaar zelf voor dat een broodvermenigvuldiging een wonder lijkt, iets onbestaanbaars.
Maar Elisa en Jezus brengen ons de boodschap over dat het eigenlijk andersom is: want in Gods ogen is het ‘onbestaanbaar’ dat we niet delen. De wereldeconomie staat met haar steeds grotere vrijhandelszones - gebieden zonder rechtszekerheid en zonder genade voor producenten en consumenten - steeds verder af van het profetische ideaal van Elisa en Jezus. Het teken dat zij ons geven is dat God het zo niet wil. Want de aarde is niet van ons en alles wat wij hebben, hebben wij slechts van God in bruikleen en beheer. ‘Van God is de aarde en die haar bewonen’ zingt Psalm 24. Daarom ook wil Gods woord deze wereld omgekeerd. Gods woord wil dat wij beginnen met delen en zo overvloed scheppen voor anderen en ook voor onszelf; niet ondanks het delen, maar juist door het delen scheppen we overvloed.
Het evangelie van Johannes gaat nog een paar stappen verder. Jezus is heel realistisch: na het delen van de vissen en het brood wil hij zich terugtrekken. omdat hij vreest dat het volk hem tot koning wil uitroepen. Echter niet omdat ze echt in hem geloven, maar alleen omdat ze de tekenen hebben gezien. Jezus gaat daarover zelfs met de menigte in discussie in het stuk evangelie dat volgt op wat we zojuist hoorden. Dan zegt hij tot de menigte: U moet geen moeite doen voor voedsel dat vergaat, maar voor voedsel dat niet vergaat en eeuwig leven geeft".
Met andere woorden: het gaat niet om het teken zelf van de broodvermenigvuldiging, maar het gaat om de diepste betekenis ervan . En die diepste betekenis is volgens Johannes dat God zelf in diepste wezen liefde is, die zich in Jezus openbaart. God schenkt ons het kostbaarste dat er is, zijn eigen zoon Jezus, het teken van zijn uiterste liefde voor ons. Ten diepste is het God zelf die zich wegschenkt in Jezus. Zo wordt duidelijk dat alle delen dat wij zelf doen eigenlijk delen is van wat niet van ons is. Wij delen met anderen niet wat we bezitten, niet wat we in eigendom hebben, maar wat van God is, en wat ons door God wordt geschonken en wat door God voor alle mensen bedoeld is. Dat begint met eenvoudig voedsel, en het eindigt met Zijn Zoon, onze broeder.
Noch de aarde hebben wij in bezit, noch Gods profeten, noch Gods Zoon. Maar wij mogen delen in de goede vruchten van de aarde, in de weg van de profeten en in het heil dat God ons in Jezus Christus schenkt. We mogen ten diepste dus delen omdat God zelf een delende God is die zichzelf weggeeft. Delen gaat dus over veel meer dan ethiek alleen. Het gaat niet alleen om wat wij moeten doen of laten; delen zegt uit wie God zelf ten diepste is: Hij die zichzelf in liefde wegschenkt.
Zo bekeken nodigen de verhalen over de broodvermenigvuldiging ons uit om God zelf na te volgen die ons zijn bezit in bruikleen heeft geschonken - de vruchtbare aarde die ons voedsel schenkt - en die ons na verschillende profeten uiteindelijk zijn Zoon zelf heeft geschonken om ons de weg ten leven te wijzen.

Een klein voorbeeld kan illustreren wat dit evangelie ons te zeggen heeft.
Sinds enkele jaren is bekend dat er zeer ernstige misstanden zijn in de gevangenissen van Guantanamo Bay en Abu Graib. Het zijn onze vrienden, onze bondgenoten die dit doen, en het is onze regering die niet bepaald voorop loopt in het protest. En ze doet dat niet omdat wij zelf als bevolking te passief blijven.
Maar in dezelfde tijd als waarin Guantanamo Bay en Abu Graib begonnen te spelen werd ook bekend dat er in een gevangenis ergens in een straatarm Afrikaans land twintig mensen in een cel zitten, zonder verhoging om op te slapen. Ze slapen dus letterlijk tussen de ratten. Als reactie hierop begonnen straatarme vreemdelingen die in Nederland zijn opgesloten in de vreemdelingenbewaring en uitzetcentra een solidariteitsactie en collecte tijdens hun kerkdiensten. Hoewel ze vrijwel niets bezitten begonnen ze en actie voor de verbetering van de omstandigheden in die Afrikaanse gevangenis

… Delen wat je niet bezit - het is de enige weg ten leven. Maar in welke praktijk wordt God nu nagevolgd? In de praktijk van onze bondgenoten, onze regering, en onze volksvertegenwoordiging, of in de praktijk van vreemdelingen die door onze regering, dus mede namens ons, worden opgesloten? Welke praktijk maakt Gods onvoorwaardelijke liefde zichtbaar?

Moge God ons de ogen openen voor de onuitputtelijke overvloed van Zijn liefde. Amen.

Zoeken in Preken Online