Beste dorpsgenoten,
Om te beginnen: een opmerkelijk verschil tussen de laatste woorden van de evangelietekst van de vorige zondag en deze zondag.
De vorige zondag was het einde: “Zij, de leerlingen, vertrokken om te prediken dat men zich moest bekeren. Zij dreven veel duivels uit, zalfden veel zieken met olie en genazen hen. "
Deze zondag: “Toen Jezus aan land ging, zag hij dan ook een grote menigte. Hij voelde medelijden met hen, want zij waren als schapen zonder herder; en hij begon hen uitvoerig te onderrichten.” Onderrichten, geen woord over genezingen!
Daarmee suggereerde Marcus heel subtiel dat het onderricht door Jezus, het Woord van God, minstens even scheppend, vernieuwend en genezend werkt als het optreden van de apostelen met duivelsuitdrijvingen en genezingen.
Dat is voor ons een leerzaam en bemoedigend bericht: als wij geconfronteerd worden met harde feiten als dood, verdriet, ernstige ziekten en ongevallen, dan voelen we ons machteloos en blijven liever uit de buurt van wie er door getroffen is. Inderdaad we kunnen dan beter niet gaan onderrichten zoals van Jezus wordt vermeld. Wel kunnen we uitdrukking geven aan ons gevoel van smart over het leed van de ander, of anders gewoon zwijgen en luisteren. Dan lopen we niet om een slachtoffer heen zoals de priester en leviet, daarentegen tonen we aandacht en meeleven. Ook dat werkt helend en verzachtend, en dus gedragen we ons feitelijk als barmhartige Samaritaan.
De eerste lezing ontleend aan de profeet Jeremia maakt heel duidelijk wat het hart van heel het Oude Testament is: dat is het Beloofde Land, Juda en Israël. Het einde van de eerste lezing laat ons dat triomfantelijk horen: “Geloof me dat ik een wettige afstammeling van koning David doe opstaan; hij zal hen met bekwaamheid regeren en het land rechtvaardig en eerlijk besturen. In zijn tijd wordt Juda bevrijd, leeft Israël veilig. En dit is de naam die men hem geeft: de Heer, onze gerechtigheid. "
De Heer, Jahweh, de God van het Joodse volk, had maar oog voor één volk op de hele aarde: Zijn volk, de Israëlieten. De schrijver Jeremia laat God uitvaren tegen herders die de schapen van die uitverkorenkudde verwaarloosd hebben. Zelf zal Hij de verloren schapen uit heel de wereld terugbrengen en uiteindelijk zal Hij de herder der herders doen opstaan, een afstammeling, ja zoon van David.
Als leiders van de huidige staat Israël willen rechtvaardigen wat zij met hun onbarmhartig geweld en politiek uitrichten, dan verwijzen zij naar hun God die hen dit land Israël gegeven heeft. Zelfs als ze in dat eigen land van corruptie beschuldigd worden!
De evangelisten en Paulus, even visionair als de profeten uit het Oude Testament, die schreven in de eerste zeventig jaren na de dood van Christus, zien in Jezus van Nazareth die uiteindelijke herder en zoon van David over wie Jeremia profiteerde en roepen daarmee de jonge kerk uit tot het nieuwe Israël. En zo is de Rooms Katholieke Kerk de verwerkelijking EN behoedster geworden van al die beloften en voorspellingen uit het Oude Testament. En zo werd Jezus van Nazareth, tot de Gezalfde, tot de Zoon van God, tot de Tweede Persoon van de Heilige Drievuldigheid. Een schitterend visioen dat heel de wereld van aanzien veranderd heeft.
Wel hebben wij met het opstijgen ten hemel van Christus de mens Jezus van Nazareth uit het oog verloren: een mens als wij, een en al menselijke vaardigheid, een prachtmens die van nature wel degelijk binnen ons bereik ligt. Dezer dagen zag ik een foto van een jonge Masai herder, in zijn linker hand een grote lans, tegen roofdieren en in zijn rechterarm een klein geitje. Hij deed me aan Jezus denken: mens van top tot teen: klaar voor het harde bestaan en tegelijk een en al tederheid en aandacht voor wie zwak of klein is.
Het wordt hoog tijd dat we die mens Jezus ontdekken, niet in kerkelijke documenten of rituelen, daarentegen juist wel in ons zelf: hij en wij, geschapen naar hetzelfde beeld van God.
Om de zin, de schoonheid en de kracht van een beeld te verstaan, moeten we er bij stil staan, er om heen lopen en er naar terug komen, telkens opnieuw totdat het heel stil in ons wordt en het beeld tot ons spreekt.
Door zo om te gaan met het beeld van de mens Jezus, zal het ons aanmoedigen om helemaal mens te durven worden, juist zoals hijzelf. En dan zullen we allemaal de zelfde naam dragen, hij èn wij: “De Heer, onze gerechtigheid.”
Dat zal waar worden als we er, juist als Jezus, voor in staan met ons lichaam en ons bloed.