Ik heb ooit een verhaaltje gelezen over een missionaris in Afrika. Hij was eens op reis om zijn parochianen op te zoeken, te voet, want er waren in dat gebied geen wegen en hij had een aantal dragers bij zich om zijn bagage te dragen. Hij hield van opschieten en zette er flink de pas in. Maar na enige tijd gingen zijn dragers aan de kant zitten en vertikten het om nog een voet te verzetten. Mooie woorden, boze woorden, niets hielp. Waarom doen jullie dat, vroeg de missionaris en hij kreeg als antwoord: onze ziel moet tijd hebben om ons in te halen.
Dat was heel mooi en treffend gezegd en het geldt een beetje voor ons allemaal: onze ziel moet tijd hebben om ons bij te benen. Want het is een feit dat we onszelf vaak voorbij hollen, in dat drukke jachtige leven van onze maatschappij. Ons werk kan ons helemaal in beslag nemen, onze dagen zijn gevuld met allerlei beslommeringen, soms ook met onze problemen, onze zorgen of ons verdriet, en dan loop je het risico jezelf, je diepere zelf, je ziel, te verliezen.
Juist bij heel actieve mensen zie je wel eens gebeuren dat ze opeens helemaal afknappen, overspannen raken, dat ze voor hun eigen gevoel in een donker gat vallen, helemaal leeg zijn, futloos, zielloos. Een burn-out, heet dat tegenwoordig en dat komt nogal eens voor. En maar al te vaak ligt de oorzaak in het feit dat ze bij al hun activiteiten het echte contact met hun diepere zelf verloren hebben.
We hebben allemaal regelmatig tijd nodig om tot rust te komen, om onze ziel de kans te geven om ons in te halen, om ons bij te benen, om te voorkomen dat we de grip op ons leven verliezen.
Bij rust denken in deze tijd van het jaar velen aan vakantie en zo. Vakantie kan natuurlijk heel rustgevend zijn, zou dat ook moeten zijn, maar zoals velen op vakantie menen te moeten gaan, zit er dikwijls maar weinig echte rust aan. Velen hebben een heel druk programma af te werken en ze sjouwen van de ene plaats naar de andere. En als ze van vakantie terugkomen zijn ze zo moe dat ze eerste een paar dagen moeten uitrusten van de vakantie.
Maar eigenlijk gaat het hier om een ander soort rust, niet zozeer rust voor een vermoeid lichaam, maar rust voor een vermoeide geest.
In het evangelie van vandaag hoorden we wat een voorwaarde is om geestelijk echt tot rust te komen. De leerlingen zijn op tocht geweest, ze hebben op allerlei plaatsen verteld over Jezus’ boodschap. Ze zijn er moe van en Jezus zegt dan tegen hen: Kom nu eens mee naar een eenzame plaats om alleen te zijn en rust daar wat uit. Alleen zijn, alleen zijn met jezelf, daar gaat het om als je echt tot innerlijke rust wil komen, als je je ziel de kans wil geven je in te halen.
Jezus en zijn leerlingen kregen volgens het evangelie amper de kans om alleen te zijn, de mensen lieten hen geen rust, en door medelijden bewogen maakte Jezus toch tijd voor hen vrij.
Dat is soms ook ons probleem: we willen wel maar door allerlei omstandigheden lukt het gewoon niet.
Maar een veel groter probleem is er nog als mensen die rust eigenlijk helemaal niet willen omdat ze er bang van zijn: bang om in die rust en stilte geconfronteerd te worden met gevoelens en gedachten die ze liever verdringen, bang dat ze dingen in hun leefpatroon zien die ze eigenlijk zouden moeten veranderen, bang voor de stem van hun geweten die ze in de stilte gaan horen, misschien kun je zelfs zeggen: bang voor hun eigen ziel. Daarom jakkeren ze maar door opdat hun ziel hen niet kan inhalen.
En mensen die op de vlucht voor hun diepere zelf, zijn heel trieste mensen. Alleen zijn met jezelf, daar de rust voor opbrengen, daar de rust voor zoeken, even stilte om op adem te komen, gewoon thuis, of op vakantie, of hier in de kerk, we hebben het nodig om echt mens te zijn, om gelukkig te zijn. Als mensen elkaar voorbij hollen, geen aandacht hebben voor elkaar, is dat een slechte zaak voor de samenleving. Als iemand zichzelf voorbij holt, geen aandacht heeft voor zijn innerlijke rust, dan is dat een heel slechte zaak voor hem- of haarzelf.
Zestiende zondag door het jaar (2006)
B-cyclus · Tijd door het jaar · 16e zondag · groen