16e zondag door het jaar B

B-cyclus · Tijd door het jaar · 16e zondag · groen

Zestiende Zondag door het jaar - B 21 juli 2024

Evangelie: Marcus 6, 30-34

Wat zegt Mgr. Romero ons op deze zondag?

Mgr. Romero geeft aan zijn preek van vandaag de titel: “Christus, de ware Koning – Herder van alle volkeren”. Het onderstaande citaat waar wij voor het samenstellen van deze Bouwstenen van vertrekken, is in zijn homilie te vinden bij de ondertitel: “De armoede van slecht bestuurde volkeren”.

Bij het vers Mc 6,34 uit het evangelie van deze zondag zegt de aartsbisschop*: “Dit is ook een typisch beeld dat het Evangelie ons schetst uit de tijd van Christus. Hij wil een moment van rust zoeken, maar de mensen hebben Hem nodig en gaan er heen en vinden Hem. Het is een menigte van mensen die hem zoeken, een menigte die het Evangelie met ongeëvenaarde woorden beschrijft: ‘Toen Jezus van boord ging, zag hij een menigte en Hij had medelijden met hen omdat ze als schapen zonder herder waren, en Hij begon ze rustig te onderwijzen…’ Er was geen haast in Zijn manier van doen, er was ineens geen vermoeidheid meer in Hem, want de schapen hadden Hem nodig. Dit is wat een goede herder doet… Maar wat Jezus dan ineens ontdekt:* het is een volk dat zijn eenheid, zijn mystiek heeft verloren, dat alleen aardse oplossingen zoekt voor de politieke problemen van zijn tijd, het heeft God vergeten en er is niemand die het in die zoektocht kan leiden. En dus begint Hij te spreken en uit te leggen dat de enige verlossing van God komt, dat God ons liefheeft, dat God ons niet in de steek heeft gelaten, dat Hij wil dat we elkaar zouden liefhebben, en dat we ons niet zouden laten verspreiden of uiteendrijven. Dat zou dus volgens Marcus de leer van onze Heer Jezus Christus zijn.”

Hoe dikwijls moeten we erkennen dat volkeren eigenlijk leven als ‘een kudde zonder herder’: verloren, zonder oriëntatie, zonder horizont, zonder motivatie, achtergelaten, uitgestoten en uitgesloten, zonder bescherming tegenover de gevaren van buiten en van binnen? Vandaag zullen we aan dat ‘verloren-zijn’ andere namen geven dan in de tijd van Jezus. Volkeren worden uitgehongerd; mensen worden gebruikt als kanonnenvlees in oorlogen die georganiseerd worden door rijke en machtige mensen; er zijn volkeren waar het minimumloon of het pensioengeld helemaal niet voldoende is om menswaardig te kunnen leven; er zijn volkeren die angstig voelen hoe ze permanent afgeluisterd en gecontroleerd worden door het apparaat van ‘de grote Broer Big Brother’; er zijn volkeren waar sociaal geweld (meestal als een soort van spontane uitbarsting, maar eigenlijk altijd als gevolg van het economisch geweld van uitbuiting en uitsluiting dat al zolang bestaat) alles en iedereen verlamt; er zijn volkeren die geregeerd worden door politici die zich verrijken dankzij de corruptie; er zijn volkeren waar onderwijs gebruikt wordt als middel tot ideologische indoctrinatie en waar de lessen geschiedenis alleen maar dienen om de actuele machthebbers en hun malafide praktijken te rechtvaardigen; er zijn volkeren waar de kleine mensen meer belastingen betalen dan de rijksten; er zijn volkeren voor wie geen menswaardig leven mogelijk is, en waarvan de mensen wegtrekken naar plaatsen waar ze hopen dat er meer levensmogelijkheden zullen zijn; er zijn volkeren waar…

Mgr. Romero ziet het zo: “… Een volk dat zijn eenheid, zijn mystiek heeft verloren, dat alleen aardse oplossingen zoekt voor de politieke problemen van zijn tijd, het heeft God vergeten en er is niemand die het in die zoektocht kan leiden.” Politieke partijen en ideologische ‘zuilen’ zijn dikwijls een bron van verdeeldheid en dus van zwakte in plaats van dat het pluriforme ruimten zouden zijn waar er samen kan gezocht worden naar rechtvaardige oplossingen. Zo dikwijls hebben ook de Kerken en godsdiensten gefaald in hun verlossende boodschap, en niet zelden hebben ze actief of zwijgend het onrecht laten gebeuren en het zelfs gerechtvaardigd. Daar waar ‘God vergeten’ werd kwamen de idolen van macht en rijkdom in de plaats. In plaats van te luisteren naar de God van de bevrijding van de onderdrukten, deden mensen een knieval voor vergoddelijkte politieke leiders, en voor de goden van macht, oorlog, rijkdom, markt, winst,…

We zien het vandaag overal gebeuren, ook in ons eigen land, ook in onze nabije omgeving. Solidaire menselijkheid en menswaardigheid zijn dikwijls heel ver te zoeken, ook al zijn er (gelukkig!) ook oases waar mensen echt een thuis kunnen vinden, op adem kunnen komen, gewaardeerd worden. Vrijwilligerswerk doet wonderen. In sociale, medische en educatieve sectoren wordt er voor mensen ‘gezorgd’. Maar onze samenleving als geheel dreigt ten onder te gaan, omdat de bevrijdende mystiek verwaterd is, omdat we vergeten dat die God waar Jezus het over had van mensen houdt en ons niet los laat, ook niet op het kruis. Mgr. Romero doet dan die eenvoudige maar sterke oproep: “… dat we elkaar zouden liefhebben, en dat we ons niet zouden laten verspreiden of uiteendrijven”. Er bestaan op vandaag heel wat nationale en internationale samenwerkingsakkoorden, maar ze blijven dikwijls dode letter. Elkaar liefhebben betekent dat we er voor zorgen dat niemand uit de boot valt (of geduwd wordt). Elkaar liefhebben betekent het altijd opnemen voor de zwaksten en de meest kwetsbare mensen. Elkaar liefhebben betekent de andere(n) levensruimte geven en zorgdragend in de wereld staan. Daarin zullen we dan getuigen van ons geloof in Gods trouw aan de mensen. Wij zelf zijn toch Zijn hart en handen!

Mgr. Romero doet daarmee tezelfdertijd een oproep om ons ook als gemeenschap niet te laten uiteendrijven, om ons als volk niet te (laten) verdelen in groepen en blokken met vaak een eigen (geheime) agenda. Het gaat er dan uiteraard om dat we niet allemaal, onder druk, de partijideologie van de politieke leiders aanhangen en hen lof en eer brengen in diepe blinde gehoorzaamheid. Arme en kwetsbare mensen, hun eigen organisaties, en de medestanders die met hen solidair willen optrekken: ze hebben elkaar broodnodig om staande te blijven, om het uit te houden, om de droom van een ‘andere wereld’ daar aan de horizont van Gods Rijk levend te houden. ‘Verdeel en heers’ is een eeuwenoude politieke regel die de machtshebbers blijven hanteren. Van onderuit hebben christenen de opdracht om gist van solidariteit en eenheid te zijn in de samenleving, dichtbij en rondom, maar ook naar het geheel van het volk toe.

Suggestie van vragen voor bezinning en actie, persoonlijk en in onze gemeenschappen:

Met welke woorden en vanuit welke situaties veraf en dichtbij kunnen we vandaag beschrijven wat Jezus bedoelt met: ‘Een kudde zonder herder’?

Welke ‘mystiek’, welke droom, welk visioen houdt ons staande? Wat doen we om die mystiek aanstekelijk te maken voor anderen in de Kerk en in de samenleving?

Welke inspanningen doen we om ‘eenheid’ te brengen in en tussen Kerken en religies, zodat er meer solidaire eenheid groeit tussen en samen met allen die door de mazen van het net vallen?

Ludo Van de Velde

Ludo Van de Velde (1949), afkomstig uit Oelegem, leefde en werkte sinds 1977 in Centraal- Amerika. Hij was gedurende 9 jaren fidei donumpriester in Guatemala, El Salvador en Nicaragua. Hij is gehuwd en vader van twee dochters. Wonend in El Salvador was hij gedurende 25 jaren eerst ngo-coöperant en nadien regiocoördinator van Volens. Dank zij de diepe inspiratie van Mgr. Romero en de roep van arme mensen in kerkelijke basisgemeenschappen aan de rand van San Salvador, kon hij, samen met zijn vrouw Tere, de laatste 10 jaren met hen weer verder optrekken. Zo werd hij opnieuw wie hij altijd geweest was: priester in dienst van de armen en in dienst van het Evangelie. Sinds eind februari 2021 wonen ze in Brugge, dicht bij hun (klein-) kinderen, op zoek naar nieuwe uitdagingen.


Wekelijkse reflectie onder het licht van Romero - nr. 18. Zestiende zondag door het jaar-B – 21 juli 2024.

Onze rol is het om de hoop, het gebed en het geloof in de Heer te behouden.

“God zorgt voor Zijn volk. Er staat niet voor niets in de eerste lezing, en dit vervult ons met grote troost: ‘Ikzelf zal de rest van mijn schapen verzamelen uit alle landen waar Ik ze verdreven heb, en Ik zal ze terugbrengen naar hun weilanden, zodat ze kunnen groeien en vermenigvuldigen. Ik zal ze herders geven om ze te hoeden, ze zullen niet langer bang zijn of angstig en niemand van hen zal verloren gaan.’ (Jer. 23, 3-4). Dit is toch prachtig! En daarom geloof ik dat het onze rol is om de hoop, het gebed en het geloof in de Heer te behouden. Niet alles is verloren; er zullen betere dagen komen; de Heer zal verrijzen, en Hij zal ons volk betere richtlijnen geven, zodat ze niet langer een kudde zullen zijn zonder herder, maar zodat er ware liefde zal zijn die overal en altijd regeert.”

In tijden van crisis is er veel lijden, en op zulke momenten verschijnen er dan ook nogal wat (politieke?) aanbiedingen die de redding en de pasklare oplossingen willen presenteren. De COVID-19-pandemie is één van die mondiale crisissen geweest die we in alle landen ter wereld hebben meegemaakt. De crisis van de politieke partijen in nogal wat Latijns-Amerikaanse landen is een andere grote problematiek waarmee we op vandaag te maken hebben. Aan de basis daarvan ligt altijd weer de economische crisis, die de armen veel meer treft dan de rijken. Het is daarbij heel opvallend dat in tijden van crisis de vertegenwoordigers van sommige sectoren van de middenklasse de indruk wekken dat ze eerder de woordvoerders willen zijn van wat vooral de rijken menen te zeggen te hebben. We worden overstelpt door crisissen veroorzaakt door racisme, door de structurele uitsluiting van sekse en gender, door honger, door migratie (mensen op zoek naar waardig leven),… De verliezende politieke partijen menen dat ze verraden zijn door het volk, en ze gebruiken gretig hun eigen media om de nieuwe winnende krachten in diskrediet te brengen. En verder is het zo dat zij die aan de zijkant staan meestal denken dat ze alles beter weten en dat ze voor alles de ideale oplossing voorhanden hebben. Maar… ze blijven wel altijd aan de zijlijn staan.

Je vraagt ​​je bij dit alles af wat de Kerken (en in de eerste plaats hun leidinggevenden en autoriteiten) doen om het volk hoop te geven. In de context van de politieke processen die zich in de voorbije tijd in Midden-Amerika hebben afgespeeld, heb ik zelf geen enkele kerkelijke dynamiek gezien die bijvoorbeeld zou kunnen leiden tot enig overleg met de basis van de Kerken, om aan de mensen te vragen wat zij ervan begrijpen. Nee – niets daarvan. Sommige kerkelijke leiders hebben, zonder het eens te zijn met de andere Kerken, wel hun bezorgdheid geuit over de politieke crisis. Maar hebben ze de mensen hoop gegeven?

Monseigneur Romero zegt in het citaat uit zijn preek dat we hierboven aanhaalden: “… Ik geloof dat het onze rol is om de hoop, het gebed en het geloof in de Heer te behouden*.”* De stem van de herder mag er nooit één zijn van wanhoop, noch van negativiteit. In tijden van crisis is dat niet eenvoudig. En dan vertelt hij ons over het gebed en het geloof in de Heer. Het zijn twee kanten van dezelfde geloofswerkelijkheid: bidden en het in de praktijk beoefenen van het geloof. Bid en werk – het aloude ‘Ora et Labora’ uit de monniksregel van Sint Benedictus, weet je wel… De toewijding aan de armen op hun moeilijke levensweg voedt het gebed, en dit bidden (geboren in de stilte van het hart van de gelovige) motiveert en leidt dan weer op zijn beurt tot actie. Het is altijd de moeite waard om te onthouden dat ‘het geloof in de Heer’ geen kwestie is van doctrines, devoties of rituelen, maar in de eerste plaats te maken heeft met de praktijk van het volgen van Jezus. Om een ​​christelijke gelovige te zijn, moeten we vandaag de dag allereerst luisteren naar de stem van de armen. Diegenen die van mening zijn dat de armen nu eenmaal de massa zijn die er niets van begrijpt, die dom is, die zich laat misleiden – diegenen dus die er daarom niet in geïnteresseerd zijn om naar de armen te luisteren, maar die zichzelf dan wel graag presenteren als ‘de stem van de stemlozen’ – zij hebben de boodschap van het Evangelie niet begrepen, en ook niet de belangrijke documenten van de Latijns-Amerikaanse Bisschoppenconferenties van Medellín (1968) of van Puebla (1979).

De herder, de bezieler van de christelijke gemeenschappen (de Kerk) moet naar de armen luisteren, omdat de Heer door hen tot ons spreekt, door hun ogen naar ons kijkt, Zijn hand naar ons uitstrekt door hun handen (die vaak zwak en vermoeid zijn). Zonder dat voortdurend luisteren zal je niet kunnen bidden, noch zal je in staat zijn om het volgen van Jezus in de praktijk te brengen, en derhalve zal je de hoop niet kunnen bevorderen. Natuurlijk kunnen professionele analisten ons enkele nuttige en interessante richtlijnen aanreiken om de geschiedenis te begrijpen, maar Jezus heeft ons duidelijk verteld dat we Hem in de eerste plaats zullen zien en horen in de ontmoeting met de armen (zij die honger en dorst hebben,…)

Geef hoop, bid en volg de Heer – daar komt het op aan. In tijden van crisis wil Monseigneur Romero ons wakker schudden, en hij roept ons op om die fundamentele, vruchtbare dynamiek van gebed en praxis (een dynamiek die de essentie van het geloof zelf is) ten volle te beleven, zodat we een zuurdesem van hoop kunnen zijn voor ons volk. En dit alles zal altijd weer voortkomen uit het nauwe contact en de directe ontmoeting met de armen, en voeding krijgen door naar hen te luisteren. We hoeven niet bang te zijn.

Tere en Ludo Van de Velde

Voor wie Spaans begrijpt: we delen graag ook nog een andere reflectie op basis van citaten uit dezelfde homilie van Mgr. Romero, uitgesproken op de Zestiende zondag door het jaar-B, 22 juli 1979, met een overdenking erbij van mijn eigen hand (2015), later opgenomen op de St. Matthew’s Radio van de Anglicaanse Kerk in de VS:

231 La Oración:

Deze reflectie was oorspronkelijk geschreven voor zondag 18 juli 2021, en werd nu herzien voor de Zestiende zondag door het jaar-B, 21 juli 2024. Voor deze overdenking hebben wij een citaat genomen uit de homilie van Monseigneur Romero tijdens de eucharistieviering op de Zestiende zondag door het jaar-B, 22 juli 1979. Homilías, Monseñor Oscar A Romero, Tomo V, Ciclo B, UCA editores, San Salvador, p. 144.

Zoeken in Preken Online